Een zwerm!

Een zwerm spreeuwen is nooit helemaal ondoorzichtig. Zo kunnen ze met z’n allen op roofvogels letten,blijkt uit nieuw onderzoek.

Britse natuurkundigen denken dat een half-doorzichtige groep spreeuwen de dieren evolutionair voordeel biedt. Foto William Hoogteyling

Een vlucht spreeuwen telt tienduizenden vogels, maar toch is het altijd mogelijk om er doorheen te kijken. En dat is geen toeval, berekenden natuurkundigen onder aanvoering van de University of Warwick. De doorzichtigheid is het gevolg van simpele keuzes die elke spreeuw in de groep maakt.

De Britse natuurkundigen denken dat een half-doorzichtige groep evolutionair voordeel biedt: in zo’n groep houdt iedere vogel overzicht op aanstormende roofvogels, terwijl de soortgenoten toch dekking bieden.

Hun model op basis van doorzicht biedt een nieuwe aanpak om de beweging van vogelvluchten, insectenzwermen of vissenscholen te beschrijven. De simulatie verschijnt deze week online in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het lijkt volkomen logisch dat een vlucht spreeuwen er half doorzichtig uitziet, schrijven de natuurkundigen, want zo zien we ze altijd. Maar uit hun berekeningen volgt dat een willekeurige vlucht spreeuwen met tienduizenden dieren gemakkelijk egaal zwart zou worden. Blijkbaar doet elke spreeuw in de groep ‘iets’ dat het doorzicht goed houdt.

Volgens de natuurkundigen gaat het om twee variabelen, waarvan de belangrijkste is dat elke vogel let op de donkere vlekken die zijn soortgenoten vormen tegen de lichte lucht. Waar het het ‘stippeligst’ is (veel afwisseling tussen zwart en wit), daar beweegt hij naartoe. „We weten niet of vogels dat echt doen, maar het lijkt redelijk”, reageert hoogleraar Matthew Turner via e-mail. Daarnaast vliegt elke vogel liefst dezelfde kant op als zijn naaste vier buren.

„We komen in onze 3D-simulaties uit op ongeveer 60 procent doorzicht voor groepen van 1.000 dieren”, schrijft Turner. „Meer dieren kan onze supercomputer niet aan.”

Al spelend met die twee variabelen ontstonden simulaties die niet alleen doen denken aan een vlucht spreeuwen, maar ook aan een insectenzwerm of een kolkende school vissen. Die laatste kunnen trouwens wél behoorlijk ondoorzichtig zijn. Turner: „Vissen hebben andere zintuigen dan vogels. Ik denk dat ons model voor vissen wel deels opgaat, maar misschien heeft het wat aanpassingen nodig.”