Column

Een spiegelpaleis vol plaatjes

Media faciliteren de narcistische burger, schreef Rob Wijnberg vorige week.Floor Rusman zag iets heel anders toen ze dit weekend de kranten las.

Over de journalistiek wordt veel geklaagd. In metamedia-artikelen en op familieverjaardagen hoor ik steeds dezelfde bezwaren: er staan alleen maar meningen in de krant, alles is persoonlijk en visueel (te grote foto’s!), diepgaande verhalen vind je niet meer. Ja, in de Frankfurter Allgemeine misschien, maar níét in de Nederlandse pers. Rob Wijnberg had vorige week in zijn column nog een andere observatie: media faciliteren de narcistische burger door hun doelgroep naar de mond te praten. ‘We denken de wereld te aanschouwen, maar zien ondertussen onszelf.’

Ik vraag me af waar deze critici het over hebben. Lezen zij andere kranten dan ik? Of hebben ze gewoon niet goed gekeken? Mijn ervaring is heel anders. Afgelopen zaterdag las ik NRC Handelsblad, nrc.next, de Volkskrant en Het Parool. Door deze kranten kwamen er mensen, gedachten en gebeurtenissen mijn huiskamer binnen die zonder de journalistiek voor mij verborgen waren gebleven.

In interviews met Maria Goos, Kajsa Ollongren, Eric Wiebes en Ha-Joon Chang stonden interessante observaties over uiteenlopende zaken als het huwelijk, gemeentepolitiek, het belastingstelsel en de financiële sector. Reportages van Olaf Koens en Leonie van Nierop brachten de conflicten in Oekraïne en Gaza dichtbij. Sylvia Witteman, Arjen Lubach en Sjoerd de Jong lieten me met hun columns hardop lachen.

Journalistiek belooft een raam te zijn, maar is eigenlijk een spiegel, schrijft Wijnberg in zijn column. Dat geldt misschien voor artikelen die worden gedeeld op sociale media – hoewel ik ook daar vaak verrassende stukken tegenkom. Maar in de kranten die ik dit weekend las, heb ik geen moment mezelf gezien. Remco Campert nam me mee naar Parijs in 1950, Marjoleine de Vos vertelde over de doperwtjes in haar tuin, Eva Hoeke sprak met een depressieve man die hield van venkel en Beethoven, Freek Schravesande en Esther Wittenberg gaven een inkijkje in een Nederlandse sekte.

Juist de kranten boden me een raam naar de wereld; door het lezen hoefde ik niet aan mezelf te denken, maar kreeg ik ontmoetingen, kennis en nieuwe inzichten zonder daarvoor zelf op pad te moeten.

Journalistiek die ontroert, onthult en aan het denken zet – daaraan zal, vermoed ik, altijd behoefte blijven. Het is namelijk een geweldig concept: jij betaalt een paar euro, en daarvoor in ruil hoef je niet zelf op reis naar Gaza of naar de werkkamer van Kajsa Ollongren. Journalisten zijn volksvertegenwoordigers aan wie lezers de inspectie van de wereld uitbesteden.

Het leuke aan dit concept is dat het elke dag in praktijk wordt gebracht – en ook nog een stuk lezersvriendelijker dan dertig jaar geleden. Dus als je weer iemand hoort beweren dat de journalistiek een spiegelpaleis is vol plaatjes en meningen, adviseer hem dan eens goed de krant te lezen.