Een school waar ook de leraren vluchteling zijn

De kinderen die iets ergs hebben meegemaakt pik je er zo uit, op de school in het vluchtelingenkamp. Ze doen niet mee met de tekenles. Of ze knippen hun tekening in stukjes, zoalsze zagen dat hun vader in stukjes werd gereten bij een bomaanslag.

Veel van de leerlingen in het vluchtelingenkamp in Libanon gaan voor het eerst in jaren weer naar school. Foto Alaa Abdulfatah

Het lijkt een gewone dag in een gewone klas. Voor in het lokaal, gehurkt, zit de meester. Hij heeft zijn handen in een ton slappe lijm. Daar smeert hij kapot geknipte plastic waterflessen mee in.

We noemen de meester Ammar. Zo heet hij niet echt, maar we hebben afgesproken dat we zijn echte naam in dit verhaal niet noemen. Dat is voor zijn veiligheid.

De leerlingen van de klas, negentien in totaal, hebben ieder een met lijm ingesmeerde halve plastic fles gekregen. Die bekleden ze met crêpepapier en kraaltjes. Een meisje maakt er een prinsessenhoedje van. Een van de jongens een schotelantenne – want hadden ze die thuis maar.

Maar als je goed kijkt, zie je dat niet iedereen meedoet. Mohammed bijvoorbeeld. Hij is tien jaar en hangt verveeld in zijn schoolbankje. Onder zijn ogen diepe wallen.

Als Ammar hem vraagt waarom hij niet meedoet, zegt hij: „Ik heb geen zin.” Hij heeft andere dingen aan zijn hoofd, jong als hij is. Mohammeds oudere broer is ziek, zijn vader kan de doktersrekening niet betalen. Nu wil zijn vader met het hele gezin terug naar Syrië. Want daar is de gezondheidszorg goedkoper.

Mohammed slaapt er niet van.

De kinderen hebben trauma’s

Basmeh & Zeitooneh heet de school, die afgelopen januari zijn deuren opende in vluchtelingenkamp Shatila, in de Libanese hoofdstad Beiroet. Er stroomden zo’n driehonderd leerlingen toe. Nu zijn het er een paar tientallen minder, want regelmatig keren gezinnen terug.

Veel van de leerlingen zijn jaren niet naar school geweest. Ze krijgen nu weer vijf dagen in de week, zes keer drie kwartier les. En als het nodig is ook nog ’s middags bijles.

Tien procent van de leerlingen, blijkt uit de toetsen die ze bij aanvang invullen, kampt met een trauma. Zij krijgen psychische begeleiding.

Ook de leraren zelf zijn jonge vluchtelingen uit Syrië. Een enkeling hoopt verder te studeren. Ammar, Syrisch-Palestijns, met zwarte krulletjes, een zwart T-shirt en afhangende schouders, niet.

Hij is twintig jaar oud. Voor zijn vlucht woonde hij met zijn ouders en zussen in een wijk voor Palestijnse vluchtelingen in Damascus. Als enige zoon moest hij op zijn zestiende van school om geld te verdienen. Hij ging aan de slag als kok in een restaurant.

Toen de revolutie uitbrak, begon hij met een groep vrienden een vreedzaam protest. Een vredesoverleg, noemt hij het zelf, maar Bashar Assad, de president, zag dat anders. Zes van zijn vrienden werden gedood, drie gevangen gezet. Alleen Ammar en twee anderen wisten te ontvluchten.

De kinderen die iets vreselijks hebben meegemaakt, pik je er zo uit. Ammar ziet het tijdens de tekenles meteen, zegt hij.

Het volgende uur zit hij met zijn groep op het schoolplein, op het dak van het gebouw. Hij vraagt ze om iets te tekenen waar ze blij van worden. Veel kinderen tekenen een of twee poppetjes, meisjes tekenen een regenboog op de achtergrond.

Een jongen tekent allemaal rood-groene vlekken en stippen. Dan pakt hij de schaar en knipt de hele tekening in stukjes.

Moayad heet hij. Hij is een van de leerlingen met een trauma. Hij was erbij toen zijn vader door een bomaanslag uiteen gereten werd. Moayad verzamelt nog steeds stukjes van zijn vader. Iedere nacht opnieuw, als hij een nachtmerrie heeft. En bij de tekenles dus.

Vervallen huizen, overal afval

Meester Ammar arriveerde in december 2012 in kamp Shatila. Intussen wonen er zo’n 30.000 vluchtelingen, vooral Syriërs. Boven de straten hangen kluwen elektriciteitsdraden. De winkeltjes in de hoofdstraat verkopen schoenen, parfums, cd’s, groentes. Libanon, dat zo’n vier miljoen inwoners telt, huist inmiddels ruim een miljoen vluchtelingen uit Syrië.

Vanaf de hoofdstraat leidt een wirwar aan steegjes, soms in het donker en dan weer in het daglicht, naar beige, vervallen huizenblokken. Afval wordt overal gedumpt. Op lege plekken zijn met grove grijze bakstenen nieuwe eenkamer-appartementen gebouwd, vier bij vier, vaak op elkaar gestapeld als blokken uit een blokkendoos. Ammar vond werk als dagarbeider in de bouw. Al waren er veel dagen dat er geen werk was.

Een vriend vertelde hem over Basmeh & Zeitooneh, een hulporganisatie die ook huizen opknapte. Ammar ging langs en vroeg of ze werk voor hem hadden.

Ze zeiden dat ze wel een leraar konden gebruiken, voor de vredeslessen. Een vrijwilligersbaantje was het. Het was niet wat hij verwacht had, maar hij stemde toe. „Ik had toch niets anders te doen.”

De eerste keer dat hij voor de klas moest staan, acht maanden geleden, was hij vreselijk nerveus. En toen stond hij daar en gebeurde er iets wonderlijks: het viel van hem af. „Hier in het kamp sta je voortdurend onder druk. Voor de klas kwam ik tot rust.’’

Ammar vond, weet hij nu, op de vlucht voor de burgeroorlog in eigen land, zijn roeping in Libanon. Hij snapt wat de kinderen meemaken en helpt ze om zich aan te passen aan hun nieuwe omgeving. Hij is geen prater, in zijn eigen woorden vat hij het samen met: „Het belangrijkste is liefde.”

Toen in januari de school openging, bood de schooldirecteur hem een betaalde baan aan. Ze zegt: „Ammar is de beste leraar die ik heb. Hij ziet de kinderen, hij heeft een klik met ze. En hij is er altijd, ook als hij niet voor de klas hoeft te staan.” Ze hoopt dat ook hij hier alsnog de middelbare school kan afmaken.

Op het dak tekent een jongen met een zwarte viltstift boven aan zijn papier de Syrische vlag; drie stroken boven elkaar. In het middelste deel zet hij geen twee sterren (voor Assad) maar drie: voor het Vrije Syrische Leger.

Dan tekent hij met zijn zwarte viltstift een man met iets puntigs in zijn hand dat naar boven wijst. Een pistool? Nee, erachter tekent hij een schoolbord en eronder, met een gele viltstift nu, drie harten. Want hier, op school, voelt hij zich gelukkig.