Denk aan de caissière als je robots bejubelt

EU promoot robotica, terwijl 70 procent van de bevolking vreest dat robots banen wegnemen. Neem die zorg serieus, aldus Rinie van Est.

Illustratie angel boligan

Machines worden almaar slimmer, handiger, taliger en beter in het herkennen van mensen en dingen. Robotdeskundigen verwachten dat machines op termijn zelfs creatief en sociaal worden. Denk aan robot Zora die gymles geeft aan bejaarden, computerprogramma’s die Mozart-achtige composities maken en zelfsturende auto’s.

We leven in ‘The Second Machine Age’, zoals onderzoekers Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee dit tijdperk typeren in hun gelijknamige boek. Bij het eerste machinetijdperk (de industriële revolutie) ging het om machines die spierkracht leveren. In de informatierevolutie gaat het om machines die voor denkkracht zorgen. Wat betekent dat voor arbeid?

Frey en Osborne van Oxford hebben de technische mogelijkheden van slimme machines op een rij gezet en vergeleken met de menselijke vaardigheden die huidige banen vragen. De helft van de banen in Amerika wordt de komende twintig jaar overgenomen door computers of robots, voorspellen zij. Laaggeschoolde banen, onder meer in transport, verkoop en dienstensector, lopen het meeste risico. Op termijn zullen vooral midden-geschoolde banen zoals installatie- en reparatiewerk mogelijk overgenomen worden.

Hoe zorgwekkend zijn deze vooruitzichten? Nederland kent immers al een werkloosheid van 8,7 procent. Volgens de meeste economen is dat niets nieuws onder de zon: innovatie kost banen, maar levert op termijn ook weer nieuwe banen op. „Robots zijn vooral een kans”, aldus het ING Economisch Bureau in een memo van 5 mei 2014. De redenering: robotisering verhoogt arbeidsproductiviteit en zorgt voor goedkopere producten, meer verkoop en rijkdom. Wie rijker wordt, krijgt nieuwe behoeftes – vervullen daarvan creëert banen. Dat idee.

Optimisten die dit geloven hebben de geschiedenis aan hun zijde. In de twintigste eeuw compenseerde de banengroei in de industrie- en dienstensector het verlies van banen in de landbouwsector. Aan het begin van die eeuw werkte in Nederland ongeveer tachtig procent in de landbouw, nu is dat drie procent. Ook ervaringen met automatisering stemmen positief. Massawerkloosheid, waarvoor velen vreesden, bleef uit.

Toch zijn lessen uit het verleden geen garantie. Recent zien we namelijk baanloze groei. Vele midden-geschoolde banen zijn geautomatiseerd: vooringevulde belastingformulieren, internetverkoop, zelfscans en robothandelaren nemen werk van lokettisten, caissières en beurshandelaren over. Die productiviteitsgroei levert nauwelijks banen op. Volgens TNO leidde het zelfs tot verlies van midden-geschoolde banen. Een politiek heikel scenario: structurele werkeloosheid, sociale ongelijkheid, maatschappelijke onrust.

Ons bestel werkt alleen als de meeste mensen een baan hebben. Dan kan welvaart via looninkomsten en loonbelasting (bedoeld om sociale premies van niet-werkenden te bekostigen) verdeeld worden. Bij hoge structurele werkloosheid komt de betaalbaarheid van ons sociaal stelsel fors onder druk te staan. We moeten ons door ING’s geloofsbrief daarom niet in slaap laten sussen.

De grootste makke van genoemde studies is dat ze geen rekening houden met allerlei economische, maatschappelijke, ethische en juridische aspecten. ‘Overal Robots’, een studie van het Rathenau Instituut, toont dat dergelijke factoren wél een rol spelen bij automatisering.

Het roept vragen op als: wanneer is technologie niet rendabeler dan menselijke arbeid? Zijn er genoeg vakmensen om het robotpark te onderhouden? Welke inzet van machines vinden we nog moreel acceptabel (van schoonmaakwerk tot oorlogsgeweld)? Hoe zit het met de regelgeving voor postbezorging via drones? Wat vinden vakbonden van robotisering? Krijgen we mensen gemotiveerd om robots te trainen die hun werk gaan vervangen?

Vroeger had automatisering betrekking op lokale productie- en administratieve processen. Nu hebben digitalisering en robotisering invloed op de organisatie van productieketens, ook mondiaal. Veranderingen in muziekindustrie en media tonen hoe disruptief en snel ontwikkelingen verlopen. Politici dienen zich af te vragen hoe dat ingrijpt op rechtvaardigheid.

Daarover is onenigheid. De meeste werkgevers, economen en beleidsmakers zien robots vooral als een kans. De internationale robotindustrie stelt zelfs dat robots de komende acht jaar wereldwijd twee miljoen nieuwe banen opleveren. Geleid door deze visie zet Europa in op herindustrialisering: met robottechnologie zouden we de maakindustrie terug kunnen halen. Als dit klopt, blijft ons sociaal-economische stelsel bruikbaar en kan de burger braaf gaan slapen. Maar die burger is er dus niet gerust op: zeventig procent van de Europeanen denkt dat robots banen wegnemen. Gebeurt dit op grote schaal, dan is het zaak de welvaart eerlijk te verdelen en daartoe het stelsel aan te passen. Denk aan invoering van een 24-urige werkweek of een basisinkomen.

Een debat over impact van automatisering is harder nodig dan ooit. Een debat dat ook en vooral over sociale rechtvaardigheid moet gaan. Misschien lost de interneteconomie de welvaartsverdeling wel op een totaal andere, nog onbekende manier op.

Airbnb.nl, een online marktplaats voor privéaccommodaties, daagt bijvoorbeeld op allerlei manieren bestaande hotelketens uit. Dit betekent niet alleen banenverlies binnen de bed & breakfastsector, maar een geheel nieuwe verdeling van werk: ook particulieren kunnen nu als kleine verhuurders optreden. Kortom: in dit scenario ontstaat een deel- en doe-het-zelf economie (denk aan 3D-printen), waarbinnen de staat een minder centrale rol zal spelen bij het garanderen van sociale rechtvaardigheid.

Uitermate belangrijk om dit soort sociaal-economische scenario’s uit te denken. Juist in een tijd waarin banen verdwijnen, sterk veranderen en nieuwe beroepen ontstaan is het zaak om de capaciteiten van werknemers op peil te houden. Dat kan door continue bijscholing van werkenden en werklozen – levenslang leren. Zorg dat jongeren een uitdagende opleiding volgen, een die hun creatieve en cognitieve vermogens aanspreekt – gebieden waar computers slecht in zijn. Juist in het tijdperk van slimme machines hebben we vakmensen nodig.