Pas op met die snoepjes voor de hond

Wat eten ze? Beloon je je hond vaak met snoepjes? Dat zijn behoorlijke dikmakers.

Foto Istock

Hondensnoepjes, vaak als beloning voor goed gedrag gegeven, kunnen ongemerkt de hond te dik maken. Hóé calorierijk een beloning is, staat niet op het pak. Dat hoeft niet, volgens de EU-regels. En het ene soort snoepje is onvoorspelbaar véél calorierijker dan de andere.

Daarvoor waarschuwen Italiaanse onderzoekers die 41 hondenbeloningssnoepjes analyseerden op samenstelling en energie-inhoud. De koekjes, kluifjes en kluiven, geperste brokjes, reepjes huid en vlees hebben een sterk uiteenlopende calorie-inhoud, van 2 tot liefst 600 kilocalorie (kcal) per beloning. Waarbij die hele kluif van 600 kcal wel een uitzonderlijke uitschieter was. Hun meetresultaten en zorgen beschreven de Italianen in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Veterinary Record.

Een hond moet niet meer dan 10 procent van zijn dagelijkse caloriebehoefte uit deze tussendoortjes krijgen, adviseren dierenartsen. Een kleine hond (met ongeveer 7 kilo lichaamsgewicht) heeft dagelijks 400 kcal nodig. Een tweemaal zo zware hond heeft aan 725 kcal genoeg. En een grote hond, van 30 kilo, wil 1.200 kcal, schrijven de Italianen. De verpakkingen van de hondensnoepjes geven geen energie-inhoud, maar er staat wel een maximaal aantal beloningen per dag (of week) op. Grote honden mogen meer beloningen krijgen dan kleine. Onduidelijk is of grote honden die extra beloningen ook verdienen.

Zelfs wie de maximumaantallen snoepjes op het etiket aanhoudt, zal zijn hond snel te veel energie geven, rekenen de onderzoekers voor. De honden krijgen dan 10 tot 16 procent van zijn energie uit beloningstussendoortjes.

Honden worden steeds dikker

De beloningssnoepjes, samen met de tandverzorgende knabbeltjes, spelen waarschijnlijk een rol bij de groeiende vetzuchtepidemie onder honden, want ze worden steeds meer verkocht. Het is, schrijven de Italianen, de snelst groeiende sector bij de industrieel bereide huisdierenvoeding. Wie in dierenwinkel of de supermarkt naar het honden- en kattenvoedselschap loopt ziet meteen: veel schapruimte voor ‘tussendoortjes’. Het suggereert dat honden (en katten vreemd genoeg ook) steeds meer beloning verdienen. Gedragen ze zich beter? Een speurtocht in de wetenschappelijke literatuur levert geen gegevens. Dan maar eigen ervaring. Zo’n 50 jaar geleden trainden we de honden in mijn ouderlijk huis met een aai en een prijzende intonatie. Dat lukte uiteindelijk heel aardig. Jarenlange hardlooprondjes in een bos waar veel hondenbezitters hun hond toch los laten lopen laten geen verbetering zien. („Dat doet hij anders nooit!”, „Kijk hem dan ook niet aan!”)

De snoepjes vallen in de bureaucratische termen van de EU onder ‘aanvullend diervoer’. In richtlijn 767/2009 staat dat op de verpakking voor aanvullend diervoer een ingrediëntenlijst moet staan. Het meest voorkomende bestanddeel moet voorop staan. Dat is bij menseneten ook zo, maar dat is een van de weinige overeenkomsten met het etiket op verpakt menseneten.

De ingrediëntenlijst voor de dieren hoeft bijvoorbeeld niet zo gedetailleerd te zijn. Het gaat om categorieën voeding. Is er bijvoorbeeld graan verwerkt, dan moet op een mensenetenetiket staan welk graan (tarwe, rogge, haver) er in zit. Voor aanvullend dierenvoedsel volstaat ‘graan’.

Wie denkt dat zijn hond allergisch is voor gluten moet alle voeding met ‘graan’ vermijden, want er kan net zo goed tarwe (met gluten) als haver (zonder gluten) in zitten. Een andere categorie is ‘vlees en dierlijke bijproducten’. De baas weet daardoor nooit of hij de hond met echt vlees of slachtafval beloont.