Chaos blijft uit, trots overheerst

Het WK voetbal is vrijwel vlekkeloos verlopen. Massale protesten en chaos bleven uit. Maar president Dilma Rousseff heeft nog geen antwoord op de latente sociale onvrede.

Zeven jaar duurden de voorbereidingen van het WK voetbal. Nu is het voorbij. Ruim een maand was Brazilië het toneel van het grootste voetbaltoernooi ter wereld. Volgens de FIFA werd nog meer gekeken dan bij het WK in Zuid-Afrika in 2010. Toen keken 3,2 miljard mensen.

Maar wat heeft het toernooi gastland Brazilië gebracht? Vooraf riepen Brazilianen dat het chaos zou worden – imagina na Copa (oftewel: de situatie is al slecht, laat staan bij het WK) werd een gevleugelde uitspraak. Brazilianen gebruikten het elk moment dat iets misging in hun land.

Vlak voor het toernooi staakten leraren, politie, metromedewerkers. Sociale bewegingen kondigden demonstraties aan. Brazilianen waarschuwden dat de infrastructuur en het organisatietalent van Brazilië tekort zouden schieten.

Na afloop domineren juist de positieve geluiden. Ruim 600.000 toeristen bezochten het grootste land van Latijns-Amerika. Voetbalcommentatoren roemden het WK: het voetbal was (bij vlagen) mooi, met veel doelpunten. Brazilianen waren vriendelijk, het land wonderschoon. Collectief spreken de internationale voetbaljournalisten over „het mooiste WK ooit”.

Daarmee won de Braziliaanse president Dilma Rousseff een belangrijke strijd: de frame game. Zij sprak immers al lang voor de start van „de Cup der Cups”. Het toernooi zou alles brengen dat Brazilië, als opkomende economische grootheid en voetbalgek land, verdiende: internationale waardering, glitter en glans.

Deels lukte dat. Brazilië slaagde erin een goed georganiseerd toernooi neer te zetten. De infrastructuur werkte naar behoren (ook omdat Braziliaanse vliegtuigmaatschappijen tijdens het WK minder passagiers vervoerden dan beraamd). Er waren geen grote organisatorische missers. Het toernooi liep zoals gepland.

Offers

Dat mocht ook wel. Brazilië spendeerde ruim 8,5 miljard euro aan het WK – het kostbaarste WK ooit is, duurder dan de twee vorige samen. De offers waren aanzienlijk: acht arbeiders kwamen om tijdens de bouw van de twaalf voetbalstadions – waarvan een deel dreigt te eindigen als witte olifanten. Een ongeluk in Belo Horizonte vorige week, waarbij een speciaal voor het WK gebouwd (nog niet opgeleverd) viaduct instortte, kostte twee mensen het leven. Ook werden tienduizenden mensen uit hun huis verdreven om plek te maken voor WK-infrastructuur.

Dat de Braziliaanse selectie ondanks zwak spel tot de halve finale reikte, hield de hoop op een zesde wereldtitel lang levend. Maar de historische 7-1 nederlaag tegen Duitsland gaat de boeken in als grootste trauma uit de Braziliaanse voetbalgeschiedenis. Toch vatten de Brazilianen hun verlies sportief op en – in plaats van het toernooi daarna te saboteren bleef het land een uitstekende gastheer.

Politiek bracht het WK Brazilië een woelig jaar. De regering kreeg forse kritiek vanwege de hoge kosten. Een leiderloze protestbeweging gaf het toernooi een politieke lading. „We willen scholen, geen stadions”, schreeuwden Brazilianen bij de massademonstraties tijdens de Confederations Cup, vorig jaar. En: „Ook ziekenhuizen volgens FIFA-standaarden aub.”

De protesten kregen extra steun doordat de Braziliaanse politie demonstranten met grof geweld tegemoet trad. De rubberen kogels en het traangas zorgden er later juist voor dat steeds meer mensen wegbleven, bang voor het geweld.

Hoewel de sociale onrust spoorslags verdwenen leek bij aanvang van het WK, sudderde deze onder de oppervlakte voort. Kleine anti-WK- en anti-FIFA-protesten werden zowel bij de opening, als gisteren tijdens de finale, met harde hand neergeslagen. Gisteren raakten ten minste elf journalisten gewond. Op verdenking van het vormen van een bende sloot de Braziliaanse politie zaterdag negentien activisten preventief op, een actie die door Amnesty International werd bestempeld als „ongrondwettelijk”.

Die onderliggende onrust, uiting van een nieuw politiek bewustzijn, is een onvoorziene bijvangst van dit WK: de nieuwe (lagere) middenklasse – de grofweg 38 miljoen mensen die in de afgelopen tien jaar met behulp van sociale programma’s opklommen uit de armoede – verwoordde haar onvrede. Deze groep vraagt om een hogere levensstandaard. President Rousseff, uitgejouwd bij de opening van de Confederations Cup en tijdens de opening en de finale van het WK, wist de sociale onvrede moeilijk te beantwoorden.

Momenteel overheerst vreugde en trots dat Brazilië slaagde als WK-organisator. Maar de echte politieke erfenis wordt pas de komende maanden duidelijk. Voorlopig lijkt Rousseff niet geschaad, tijdens het toernooi steeg haar populariteit zelfs in de peilingen. Maar nu de WK-karavaan weg is, moet Rousseff Brazilië ook op andere gebieden overtuigen. De veelbelovende economie raakte langzaam in het slop, het onderwijs moet vernieuwd, de povere infrastructuur moet verbeterd.

In oktober zijn er presidentsverkiezingen en Rousseff hoopt op een tweede termijn. Wie die verkiezingen ook wint, een nieuw evenement staat voor hem of haar alweer op het programma. De krant O Globo zette het gisteren, de laatste dag van het WK, groot op de voorpagina: „nog 754 dagen tot de Olympische Spelen”.