Bijna zou je je schamen dat je gezond bent

Fijn dat al die aandacht voor ziekte en dood zoveel troost biedt aan lotgenoten, zegt Martijn Meijer. Maar gezonde mensen hebben weinig aan die verhalen.

Illustratie Jenna Arts

Waarschijnlijk is de ‘total bodyscan’ binnenkort ook in Nederland toegestaan. Dan hoeven mensen die zich zorgen maken over hun gezondheid niet meer naar het buitenland om zich van top tot teen te laten doorlichten. Het is een ontwikkeling die past in de trend van preventieve gezondheidszorg: of we nu fit zijn of niet, van alle kanten worden we aangemoedigd meer te sporten, beter te eten en niet te roken. Daarnaast worden we gescreend op bijvoorbeeld darmkanker en kunnen we via internet allerlei (soms dubieuze) gezondsheidstests doen.

Op zich is daar niets mis mee: voorkomen is inderdaad beter dan genezen. Het probleem is echter dat we zo het idee krijgen dat gezondheid een duidelijk gedefinieerde toestand is en dat de medische techniek met zekerheid kan vertellen of we in die toestand verkeren of niet. Terwijl gezondheid in de praktijk een ongrijpbaar fenomeen blijkt waarover we ons eindeloos zorgen kunnen maken.

Het is al vaak genoeg gezegd en geschreven dat we behoorlijk geobsedeerd zijn geraakt door onze gezondheid. Waar minder commentaar over te horen valt, is de keerzijde van deze gezondheidsmanie: de fascinatie voor ziekte. In kranten en tijdschriften zijn regelmatig verhalen te lezen over mensen die aan iets ernstigs lijden. Op televisie zijn programma’s als Je zal het maar hebben en Over mijn lijk te zien, waarin jongeren vertellen over hun chronische of fatale ziekte. Een terugkerend fenomeen is ook de bekende Nederlander met een ziekte – die wordt uitgebreid geïnterviewd, alsof het om groot nieuws gaat.

Opvallend is hoe openlijk er over al die ziektes gesproken wordt en hoe gretig ernaar wordt gevraagd. Als ik het me goed herinner, was dat twintig jaar geleden heel anders. Kanker, aids of multiple sclerose waren toen weliswaar geen taboe meer, maar het waren zeker geen onderwerpen waarover je uitgebreid vertelde op de televisie.

De meeste mensen gingen nog stilletjes dood, omringd door enkele dierbaren, zonder dat de rest van de wereld er iets van wist. Niet dat ik wil suggereren dat het vroeger beter was; ik verbaas me alleen over de zichtbaarheid van de zieke mens in de media.

Het is natuurlijk heel goed dat de patiënt zich niet langer hoeft te verstoppen en dat hij zijn verhaal kan delen – niet alleen met zijn dokter en zijn familie, maar ook met het publiek. De aandacht die hij krijgt, biedt hem vast enige troost. En misschien is zijn verhaal wel een steun voor mensen die aan dezelfde ziekte lijden.

Ik vraag me alleen af waarom ook gezonde mensen die verhalen zo graag willen aanhoren. Omdat we ons betrokken voelen bij het lot van de zieken? Omdat we geïnteresseerd zijn in de details van de ziekte? Of misschien zelfs omdat we er heimelijk van genieten? Mensen horen nu eenmaal graag tragische verhalen, zolang ze de hoofdrolspeler niet persoonlijk kennen.

Of zit er nog een andere kant aan onze belangstelling? Hebben we al die verhalen over ziekte soms nodig, als tegenwicht voor onze obsessie met gezondheid? Zouden we zonder die verhalen eigenlijk nog wel weten wat het betekent om gezond te zijn?

Gezondheid is moeilijk te bepalen

Gezondheid is een toestand die niet zo makkelijk te bepalen valt. Er zijn dan wel allerlei tests, metertjes en scans beschikbaar, maar die bieden alleen momentopnames en we weten nooit zeker of er niet een donker plekje of een afwijkende bloedwaarde over het hoofd is gezien. Malou van Hintum schreef onlangs in NRC Handelsblad over de ongrijpbaarheid van gezondheid: ‘Welke maatstaven ga je gebruiken om te bepalen of je wel of niet in orde bent? Is het überhaupt wel mogelijk om gezond te zijn?’ Dat is inderdaad de vraag, als onze opvattingen over wat gezondheid inhoudt steeds veranderen.

Juist omdat onze gezondheid zo’n onzekere zaak is, komen we in de verleiding eraan te blijven sleutelen, in de valse hoop ooit de ideale gezondheid te bereiken. Zo’n extreem verlangen naar gezondheid kan op den duur ziekmakend zijn. Van Hintum vreest dan ook dat alle pogingen om onze gezondheid te controleren en verbeteren ons het gevoel zullen geven dat we potentiële zieken zijn.

Van onze levensvreugde zal in ieder geval weinig overblijven als we ons lichaam steeds bedreigd wanen door alle mogelijke ziektes en kwalen. Dan zijn we mensen geworden die niet langer durven te leven, omdat we bang zijn het leven te verliezen.

Gelukkig is daar de ander – de man in de krant, de vrouw op tv – die onze ziekten op zich neemt en in onze plaats lijdt. Het verhaal dat hij vertelt, geeft ons troost: door het contrast tussen zijn lot en het onze begrijpen we weer wat gezondheid eigenlijk is: de afwezigheid van ziekte. Gezondheid is niet iets waarnaar we kunnen streven, laat staan iets wat we kunnen bereiken. Gezond ben je eenvoudig zolang het lichaam doet wat het hoort te doen.

Wie is nu het beste af? Wij die geobsedeerd zijn door onze gezondheid hebben geen verhaal. Over het gezonde lichaam valt weinig te vertellen. Op de vraag ‘hoe gaat het?’ kunnen we alleen een nietszeggend antwoord geven: ‘Goed.’ De zieke heeft wel veel te vertellen – hij heeft een diagnose, talrijke symptomen en soms rest hem een beperkte levenstijd.

Zijn verhaal is duidelijk en dramatisch, het onze is vaag en vormloos. De zieke weet eindelijk waar hij aan toe is, terwijl wij maar wat in het niemandsland van onze gezondheid ronddolen, wachtend op wat komen gaat.

We zouden bijna verlangen naar een ziekte die ons van onze gezondheid verlost.