Android Wear: het is kwart over Google

Foto iStock

Nog niet zo lang geleden lag het bureau vol met smartphones om te testen. Sinds een tijdje regent het smartwatches. De techindustrie hoopt dat we daar ons geld aan uit gaan geven. Alleen, waarom zou je? Slimme horloges zijn vrij dom: ze apen je telefoon na, maar dan op een piepklein scherm. Knap dat al die technologie om je pols past, maar om daar nou 200 euro voor af te tikken…

Goed, zo dachten we in 2010 ook over de iPad; wie weet wordt de smartwatch net zo’n hit. Bijvoorbeeld als Apple met z’n iWatch op de proppen komt.

Drie smaken Gear

Met een horloge kun je op de hoogte blijven van mail en tekstberichten terwijl je telefoon in je zak zit, veilig navigeren op de fiets of het toestel op afstand besturen. Horloge-apps vergen wel een apart besturingssysteem, vanwege dat kleine scherm. Samsung, die de smartwatch-kar trekt, worstelt daarmee: het bedrijf ontwierp de Gear-horloges en veranderde al twee keer van besturingssysteem.

De Gear 2 werkt op Tizen en communiceert alleen met Samsung-telefoons. Maar nu is er de Gear Live, die draait op Android Wear. Googles nieuwe variant voor horlogesystemen laat je horloge met elke Android-telefoon praten. Dat verhoogt het bereik voor softwareontwikkelaars en die zijn nodig om een killer app voor de smartwatch te bedenken - tot nu toe kun je nog veel te goed zonder zo’n horloge.

De Gear Live, Samsungs derde variant van vrijwel hetzelfde horloge - in 1 jaar tijd.

OK Google

Android Wear biedt ruimte voor ontwikkelaars om eigen horloge-apps te maken. Je kunt je polsbandje spraakopdrachten geven in het Engels (‘OK Google’) en krijgt tips van Google Now (de persoonlijke assistent) op je arm geserveerd. De bediening gaat soepel, met veegbewegingen. Het is de logica van Google Glass, maar dan verpakt in een sociaal aanvaardbaar object – zonder camera.

Er zijn Wear-horloges van LG en Samsung (elk 199 euro). Het vierkante LG-horloge heeft helemaal geen knoppen – onpraktisch – maar laat je wel je het lelijke bandje vervangen. Bij de Samsung kan dat niet, die is iets stijlvoller. Je koopt dit soort apparaten trouwens niet omdat ze oogverblindend mooi zijn. Hoewel, de ronde Moto360 (nog niet verkrijgbaar) mag er zijn en oogt een stuk horlogeriger dan de concurrenten.

De ronde Moto360, voor Android Wear, lijkt nog het meest op een doorsnee horloge.

Tijd om op te laden

Je koopt ook geen smartwatch om te zien hoe laat het is. Je moet namelijk eerst je pols schudden voordat de tijd in beeld komt: om energie te besparen wordt het scherm snel uitgeschakeld. Een opgeladen horloge houdt het een dag vol. Het opladen zelf is een crime, zowel bij de LG G Watch als de Samsung Gear Live. Het werkt via cradles, magnetische ‘bakjes’ waarin je je horloge legt en je je usb-kabel prikt. Zo blijven de horloges waterdicht. Reken maar dat die cradles snel zoekraken - bestel maar vast een reserve-exemplaar.

De LG G Watch heeft een vierkante kast; je kunt het bandje vervangen met een ander horlogebandje van 22 mm breed.

De presentatie van Android Wear vond plaats in San Francisco, op een Google-beurs. Daar liep de doelgroep rond die de marketingafdeling voor ogen heeft: mensen die om de haverklap een vliegtuig moeten halen, de weg zoeken naar dichtstbijzijnde Starbucks en te lui zijn om naar buiten te kijken wat voor het weer is. Buiten is de smartwatch overigens nutteloos, want in de zon is elk lcd-scherm onleesbaar.

Lang leve de Pebble

Ik ben en blijf daarom fan van de Pebble, een goedkope smartwatch die dankzij een e-ink scherm afleesbaar is in de zon. Doet een week met een volle batterij. Geen poespas, geen touchscreen maar ouderwetse knoppen die je blindelings kunt bedienen. Op feesten en partijen maak je ondertussen mooi de blits door vanaf je horloge de muziek te veranderen.

Google Android Wear, met LG G Watch of Samsung Gear Live, elk 199 euro