‘10.000 kilo wiet nodig om Limburgse coffeeshops te bevoorraden’

Beweerde de Heerlense burgemeester Paul Depla vorige week in de Volkskrant

illustratie Robin Héman

De aanleiding

Acht Limburgse ‘coffeeshopgemeenten’ willen af van het Nederlandse gedoogbeleid voor softdrugs. Het plan? Reguleer niet alleen de verkoop door coffeeshops, maar ook de daadwerkelijke wietproductie. Namens de gemeenten werkt Paul Depla, de burgemeester van Heerlen, de plannen nu verder uit. In een interview met de Volkskrant gaf hij vorige een toelichting. Een of twee gereguleerde wietplantages zouden in totaal zo’n tienduizend kilo wiet per jaar moeten produceren om de 34 coffeeshops in Limburg te kunnen bevoorraden.

Waar is dat getal op gebaseerd?

In 2011 hebben de Limburgse gemeenten onderzoek laten doen naar het coffeeshopbezoek in de provincie. Op basis van die cijfers is een berekening gemaakt van het aantal kilo wiet dat de coffeeshops in de regio nodig hebben. Een woordvoerder van de gemeente: „Die berekening is niet academisch verantwoord, maar het zijn wel cijfers die gebaseerd zijn op informatie die links en rechts is verzameld.”

En, klopt het?

In de originele plannen ligt het aantal kilo in ieder geval iets lager. In het pilotvoorstel ‘De voor- en achterdeur open’ van de Limburgse gemeenten staat dat het „bij benadering” om 8.000 kilo wiet en 1.300 kilo hasj gaat. In totaal gaat dus 9.300 kilo cannabis. Flink naar boven afgerond is dat de 10.000 kilo wiet – dat in het voorstel wordt gebruikt voor zowel wiet als hasj – waar het in het interview met Depla over ging.

We maken de rekensom met de Limburgse coffeeshophouder Marc Josemans. Inmiddels zijn er twee coffeeshops in Limburg gesloten, waardoor er niet 34 maar 32 coffeeshops in Limburg zijn. In het plan van Heerlen zou er ieder jaar 9.300 kilo staatswiet moet worden gekweekt voor deze coffeeshops. Dat is 290 kilo per jaar per coffeeshop, ongeveer 800 gram per dag. „Een realistisch getal”, vermoedt Josemans.

Maar de gemeente Heerlen heeft de schatting niet gemaakt op basis van de coffeeshophouders. Dat zou in theorie mogelijk zijn via de omzet- en winstcijfers, maar de Belastingdienst wilde die gegevens niet verstrekken. De schatting is gemaakt op andere informatie die is verzameld de afgelopen jaren, met als belangrijkste het onderzoek naar coffeeshopbezoek uit 2011. Een onderzoeksbureau heeft toen een week lang gedurende een paar uur per dag alle bezoeken aan de 23 coffeeshops in Maastricht, Heerlen, Kerkrade en Sittard geturfd. Die getallen zijn in het rapport opgehoogd naar een jaarcijfer: 6,5 miljoen bezoeken. Dit getal is voor het plan van de gemeente Heerlen weer geëxtrapoleerd om een schatting te krijgen van alle bezoeken aan de 32 Limburgse coffeeshops: 9 miljoen bezoeken.

Als bij al die bezoeken een ruime gram wiet kopen dan kom je inderdaad op 9.300 kilo per jaar. Maar uit hetzelfde rapport blijkt dat bezoekers veel meer aanschaffen per bezoek. Meer dan de helft koopt bij een bezoek tussen de een en drie gram wiet. Meer dan 20 procent koopt meer dan 3 gram. Tegelijkertijd wordt in het rapport een voorbehoud gemaakt over de bezoekersaantallen. Die zijn waarschijnlijk „te hoog” ingeschat. Veel houvast voor een schatting biedt dit rapport dus niet. En er zijn meer problemen, zegt coffeeshophouder Josemans. In de Maastrichtse coffeeshops mag geen wiet meer aan buitenlanders worden verkocht, waardoor de verkoop flink terugloopt. Of die bezoekers naar een andere coffeeshop in Limburg gaan of hun wiet op andere wijze krijgen is niet bekend. Ook is het onduidelijk wat er de komende tijd met het vergunningen-, gedoog- en handhavingsbeleid omtrent coffeeshops gaat gebeuren.

Conclusie

Het is niet helder hoe de gemeente Heerlen precies tot de schatting van 10.000 kilo – of eigenlijk 9.300 kilo – is gekomen. Op basis van de documenten en rapporten waar de schatting op is gebaseerd kan je namelijk geen nauwkeurige uitspraken doen over de gemiddelde aanschaf door coffeeshopbezoekers in heel Limburg. Mede vanwege de veranderende wetgeving is niet te zeggen hoeveel wiet de Limburgse coffeeshops straks daadwerkelijk echt nodig hebben. De stelling beoordelen we daarom als ongefundeerd.