Waarom dit WK voor de Duitsers anders is

Foto AP / Markus Schreiber

Tot 8 juli leek het alsof het een gewoon WK voor Duitsland zou worden. Maar nu is alles veranderd. Het hoogtepunt van Schland is bereikt. Een Duitse blik op het WK.

Door Sarah Maria Brech

Betreff: Schland stond in de onderwerpregel van de mail. Vanaf dit moment wist ik dat dit WK anders was.

Het was op een soortgelijke manier begonnen als alle WK’s en EK’s sinds 2006: zwart-rood-gouden vlaggen op de auto’s, volle kroegen tijdens de wedstrijden, autocolonnes na een Duitse overwinning en de ‘Fanmeile’ in Berlijn met tot nu toe 2 miljoen bezoekers, de meesten gekleed in zwart-rood-goud. Vanavond worden er zelfs 500.000 mensen verwacht, vertrouwde de woordvoerder van de exploitant van de Fanmeile NRC toe.

De verwachtingen waren hoog, toch bleven de meesten bescheiden. Misschien dat de Duitsers deze keer wel naar de finale gaan, als ze voordien niet tegen Brazilië moeten spelen en als Spanje en Italië niet te sterk zijn … “Als Duitsland in de finale tegen Brazilië moet spelen, zal Brazilië winnen. Anders zou het Duitsland kunnen zijn”, zei Bernd Hölzenbein, die in 1974 wereldkampioen werd, voor het begin van het WK tegen NRC.

Sinds 2006 heet Duitsland Schland – als er voetbal op tv is

Er zijn alleen maar kleine dingen veranderd sinds het WK 2006 dat wij Duitsers nog steeds Sommermärchen noemen alsof wij nog steeds niet kunnen geloven dat het echt gebeurde: dat wij plotseling sympathiek zijn. Iedereen kent het verhaal, ik zal het niet herhalen.

Voor sommigen was 2006 echt een soort bevrijding. Voor de meeste jongere Duitsers, zoals ik, niet. Toch is het leuk om tijdens wedstrijden wat minder vijandschap te beleven en om soms voor je eigen land te kunnen juichen. Ik herinner me, wat dat betreft, vooral twee kampioenschappen die voor 2006 plaatsvonden:

  • de finale van het WK 2002, Duitsland tegen Brazilië. Ik zat in een kroeg waar niemand een voetbaloutfit droeg, niemand de Duitse kleuren, niemand een vlag had. Na de nederlaag gingen wij gewoon naar huis.
  •  Nederland tegen Duitsland tijdens het EK 2004. Ik keek er samen met Nederlandse en Duitse vrienden naar. Alle Nederlanders in oranje, alle Duitsers zonder kleuren. De Nederlanders zongen “Rudi Völler, je moeder is een hoer.” Wij zongen niet, en na de eerste Duitse goal hoopte ik stiekem op een overwinning. Gelukkig maar schoot Van Nistelrooy de gelijkmaker nog binnen en bleef het gezellig.

Sinds 2006 echter is Duitsland tijdens een WK of EK niet meer Duitsland, maar Schland. Dit woord, dat in de televisie-uitzending ‘TV Total’ werd uitgevonden, is tijdens een kampioenschap waarschijnlijk het meest gebruikte woord van de Duitse taal. Schland is anders: vrolijk, niet saai. Juichend, niet verdrietig. En: niet té succesvol. Dat de Mannschaft zelfs in 2006 maar de derde plaats haalde, hielp.

In 2010 werd Schland zodanig populair dat studenten uit Münster er een liedje van maakten:

Een klein Schland-imperium

Intussen is Schland zodanig gewoon dat je er geld mee kan verdienen – met grappige gevolgen. Je ziet niet alleen vlaggen en shirts (tijdens dit WK werden door Adidas meer Duitse shirts verkocht dan ooit, rond de 2 miljoen), maar Duitsland-snorren, Duitsland-bloemetjes, Duitsland-aardappelen en zelfs een scheerapparaat dat je als aanhanger van de Mannschaft kenmerkt.

Zelfs vrouwen kunnen nu zwart-rood-gouden snorren dragen. Foto Sarah Maria Brech

Het bedrijf Kinder heeft een hele WK-collectie uitgebracht, met Klose, Lahm en Khedira als mini-mannen uit chocola. En ja, ik heb ze allemaal opgegeten. Je kunt ze niet ontlopen, en waarom zou je het willen?

Het allerbeste ontdekte ik echter in de Berlijnse wijk Schöneberg: een avondwinkel die Schland heet! De winkel is trouwens deel van een klein Schland-imperium dat een Turkse familie heeft opgebouwd: een jaar geleden zijn ze begonnen en hebben nu al twee filialen in Berlijn.

Hoe dit WK van andere WK’s verschilt

We zijn er intussen bijna aan gewend om normaal te zijn. Terwijl er in 2010 nog een enorme discussie was over de vraag of spelers die eerder naar Duitsland gemigreerd zijn het volkslied moeten zingen (wat ze niet doen, behalve Miroslav Klose en Lukas Podolski) blijkt dit in 2014 niet echt belangrijk te zijn. Je zingt, je zingt niet – maakt niet uit.

Voor de kijkers verschilt de situatie. Tijdens dit WK zag ik voor de eerste, de allereerste keer in mijn leven een heleboel mensen die tijdens het Duitse volkslied opstonden en zongen. Ik zat samen met hen in een Biergarten in München en voelde me raar – dit is een grens die ik nooit zal overschrijden, dacht ik. Behalve misschien als ik ooit bondskanselier wordt. Nou, München is niet Berlijn. In Berlijn (en Hamburg) zijn er nog steeds kroegen die het tv-toestel uitzetten als het volkslied wordt gespeeld. Dat is meer het soort vaderland dat ik ken.

Ik heb trouwens tijdens dit WK ook verschillende vlaggetjes gehad – van Nederland, bijvoorbeeld, en van België. Vóór elke wedstrijd heeft mijn vriend twee vlaggen naast de tv geplaatst. Behalve de Duitse vlag. Een tweede grens die ik, die een groot deel van de Duitsers nog steeds niet durven te passeren.

Aldus de situatie. Tot 8 juli.

De avond die alles heeft veranderd

De ongelooflijke 7-1 tegen Brazilië zag ik in een kroeg. Na de eerste twee goals juichte ik, na de derde goal voelde ik me een beetje misselijk. De Braziliaanse aanhangers huilden, en de Duitse spelers wisten schijnbaar niet echt wat ze moesten doen: doorgaan of zich terugtrekken. “Nu is het voldoende”, schreef een Nederlandse vriendin op Facebook, en via Twitter kreeg ik een boos bericht van een andere Nederlandse. “Pfui”, schreef zij, wat zoveel betekent als ‘bah’.

Groot feest in de ‘Fanmeile’ in Berlijn na de Duitse overwinning op Brazilië in de halve finale. Foto Reuters / Thomas Peter

De avond van Belo Horizonte zou wel het einde van Schland kunnen betekenen, dacht ik. Toch liep het anders.

Hoewel de Duitsers twee weinig sympathieke dingen hadden gedaan – ze waren succesvol en ze versloegen het gastland – hield de wereld nog steeds van hen. De wereld bedacht zelfs grappige dingen, bijvoorbeeld een zwart-rood-gouden Empire State Building. Naast het ene, boze berichtje kreeg ik via Twitter een heleboel berichten van Nederlanders die willen dat Duitsland wint. Zelfs de Brazilianen namen de Duitsers de overwinning niet kwalijk want de spelers hadden “op een waardige manier” gejuicht en geprobeerd om hun tegenstanders niet te vernederen – dat klopt trouwens. In de rustpauze besloten de Duitsers om respect te tonen, aldus Mats Hummels.

De Duitsers waren verbaasd, van de overwinning en van de reacties. “Ohne Worte” kopte zelfs de roddelkrant Bild. Toen ik op 9 juli naar mijn werk fietste, zag ik dat de straten veranderd waren. Het aantal vlaggen en Duitse kleuren op de auto’s was zeker verdubbeld. In plaats van “hallo” begonnen vrienden een gesprek met “Schlaaand”.

Iedereen denkt nu te weten dat “wij winnen”. Iedereen vraagt zich af waar hij naar de finale moet kijken (dat was trouwens ook het onderwerp van de “Schland”-Mail van het begin van dit artikel). Dit zal het kampioenschap van onze generatie worden, schreeuwen ze in de kroeg na de wedstrijd – 1990 is lang geleden.

Een fijn weekend en tot maandag, wensten wij elkaar op vrijdag op de redactie toe. “Tot we Weltmeister zijn.”

Sarah Maria Brech is redacteur van Die Welt.