Stevie Wonder jamt met zijn band en met het publiek

Stevie Wonder op North Sea Jazz. Foto Andreas Terlaak / NRC

Al na zijn vertolking van Marvin Gaye’s How Sweet It Is To Be Loved By You in het begin van de afsluitende set van headliner Stevie Wonder in de Nile-zaal, is er zijn speech over liefde, God en compassie op een deinende beat. Het is de zinderende rode draad in een pakkende set powersoul waarin de maestro zelf in het begin nog even de zwakke schakel is vanwege een haperende stem. Maar wanneer hij na een paar nummers uitlegt dat hij verkouden is geworden in Londen en voor de propvolle zaal begint te gorgelen en opwarmingsoefeningen doet voor zijn stem, is dat meteen de opmaat voor een veel meer wervelend vervolg.

Het is niet voor niets dat Wonder aan het eind, bij het opsommen van zijn bandleden, ook het publiek in de Nile-zaal noemt. Vanaf het begin betrekt Wonder de zaal volop bij zijn set, krijgen ze les in harmoniezang, laat hij ze zingen en klappen en laat hij de vrouwen en mannen met zanglijnen tegen elkaar opbieden.

Stevie Wonder op het podium van de Nile op North Sea Jazz. Foto Andreas Terlaak / NRC

Achter hem staat een solide powersoulband met koper, groovend stuwende bassen, heerlijk pulserende percussie, strakke harde drums, een stralend koor en schetterend koper. Ze brengen net dat beetje extra wanneer de stem van de meester nog moet opwarmen, in uitgelaten stomende versies van hits als Master Blaster (Jammin) en Higher Ground. Bij Beatles-cover Day Tripper dirigeert Wonder het publiek en zijn bandleden en haalt hij steeds elementen weg en voegt hij weer nieuwe toe, waardoor iedereen die aanwezig is zich onderdeel kan voelen van de ter plekke gecreëerde compositie.

Vóór Wonder stond de blanke soulzangers Joss Stone in de Nile-zaal. Voordat ze door Wonder nog eens op het podium wordt uitgenodigd, vertelt de veteraan, die zijn beste werk uitbracht in de jaren zeventig, dat hij huidskleur irrelevant vindt ‘niet alleen omdat ik het niet kan zien maar omdat ik naar Dr. Martin Luther King heb geluisterd.’ Het is de opmaat voor een sterke vertolking van Living For The City, waarin beiden voluit gaan, en waarbij opvalt dat Stone losser en leuker aan het jammen en freestylen is dan in haar eigen show. In Ebony & Ivory, ook samen uitgevoerd, wil het minder knallen, onder meer door Wonder’s daar weer wat vlakke stem.

Het is voor alles een bewijs van de kracht van zijn oeuvre, van zijn superstrak spelende band en de unieke wijze waarop de soulveteraan het publiek bespeelt en steeds bij zijn muziek betrekt, dat zelfs wanneer de grote zanger kucht en met zijn stem worstelt, hij uiteindelijk met zijn band boven alles uitstijgt en de North Sea Jazz-zaterdag vol overgave afsluit met zijn urgente, opzwepende en verbindende soulmuziek.

Stevie Wonder op North Sea Jazz. Foto Andreas Terlaak / NRC