Alles wat Cécile McLorin Salvant laat horen is prachtig

Nederland, Rotterdam, 13-07-2014. Concert van Cecile McLorin Salvant op de derde dag van het North Sea Jazz festival 2014. Foto: Andreas Terlaak

Cécile McLorin Salvant was de grote winnares van de beruchte ‘Critic Polls’ van het Amerikaanse jazzmagazine Down Beat. Dat betekent dat de jonge zangeres (1989), dochter van een Franse moeder en een vader uit Haïti, nu prominent de cover siert. En terecht, zo viel te constateren bij haar debuut op NSJ. Vanaf de eerste noten die ze zong met haar trio (piano, bas en drums) vervoerde ze; wat een buitengewoon jazztalent. Ze heeft alles om een grote te worden in de internationale vocale jazztop.

Op haar repertoire staan kleine, curieuze, bijna vergeten of weinig opgenomen jazz/blues liedjes. Zoals The Trolley Song van Judy Garland: waarin ze in dit concert soepeltjes glissandi reeg aan theatraliteit. Of bijvoorbeeld Bessy Smith’s What’s the Matter Now?
Salvant beschikt over een grote vocale lenigheid en timing, brengt de liedjes met souplesse en klasse en schurkt met haar rauwe klankkleur soms langs Billie Holiday, wier versie van What a Little Moonlight Can Do ze ook zong. Maar ze kon ook laag en zompig klinken, de klanken rondrollend in haar keel.

Ook bijzonder aan deze zangeres is hoe ze humor verweeft in haar jazz. Dat blijkt uit haar pas verschenen album WomanChild, maar vooral live is dat goed en heerlijk zichtbaar. Het ,,meest seksistische liedje” dat ze kent, Wives & Lovers van Burt Bacharach, bracht ze speels en schalks, rollend met haar ogen achter het opvallende witte brilmontuur. Een echte theatervedette met lef was ze in de afsluiter ‘Something’s Coming’ uit de musical West Side Story. Eigenlijk is het allemaal prachtig wat Cécile McLorin Salvant liet horen. Wat een zinderende, onthutsend goede kennismaking op North Sea Jazz. Onthoud haar naam.