Wethouder, gij zult volkomen integer zijn...

De commerciële bureaus die de integriteit van nieuwe wethouders toetsen, hebben grote invloed op benoemingen en portefeuilles. Hoe gaan ze te werk?

Illustratie Roel Venderbosch

De ene kandidaat-wethouder was voorzitter van de vriendenstichting van het plaatselijke ziekenhuis. Die nevenfunctie schrapte hij. Een andere kandidaat-wethouder, oud-bestuurslid van een stichting voor vluchtelingenwerk, beloofde zich niet te bemoeien met besluiten van het stadsbestuur over mogelijke bezuinigingen op de stichting.

De afgelopen maanden werd in stilte een stofkam door het lokaal bestuur gehaald. Ongeveer een op de vijf wethouders werd op integriteit gescreend door externe bureaus. Tweederde van die gescreende wethouders – meer dan tweehonderd personen – wiedde vervolgens in nevenfuncties, deed een deel van de portefeuille over aan een medewethouder, of beloofde zich te zullen „verschonen”: niet mee doen bij een bepaalde stemming. Dat alles ter voorkoming van belangenverstrengeling, de schijn van belangenverstrengeling, of zelfs de mogelijke schijn ervan, zoals de eis van integriteit in één gemeente werd geformuleerd.

De exercitie volgde op aanbeveling van een handvol commerciële bureaus zoals Berenschot, Necker van Naem, Capra en Government & Integrity en Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING). Na een aantal lokale affaires – de bekendste is die in Roermond rond de van corruptie verdachte oud-wethouder Jos van Rey – adviseerden enkele Commissarissen van de Koning gemeentebesturen in hun provincie om zo’n bureau in de arm te nemen. Het resultaat van de oproep was substantieel. Bijna een kwart van alle gemeenten waar in maart raadsverkiezingen werden gehouden (89 van de 380) liet hun kandidaat-wethouders extern screenen. Haarlem hoorde daar niet bij. Gisteren berichtte deze krant dat de Haarlemse burgemeester Bernt Schneiders niet wist van de juridische procedures tegen een van de wethouders die al in 2010 is benoemd, maar daarover wel graag van te voren was ingelicht.

Behalve op potentiële belangenverstrengelingen checkten de bureaus toekomstige bestuurders op een strafrechtelijk verleden, financiële akkefietjes of andere zaken die een politieke bananenschil zouden kunnen worden. Ook hielden ze uitgebreide gesprekken met de kandidaten om burgemeesters te kunnen melden welk vlees zij in de kuip zou krijgen. Op basis daarvan adviseerden ze tot aanpassingen in nevenfuncties, portefeuilles of stemgedrag. Dit onder het motto: better safe than sorry. Kosten per screening per wethouder: 750 tot 1.500 euro.

In 99 procent van de gevallen werden de aanbevelingen overgenomen door de gemeenten, zo leert een rondgang langs de bureaus. Logisch: de gemeente die eerst een adviseur in de arm neemt, moet van goeden huize komen om vervolgens van diens aanbevelingen af te wijken; zeker op het mediagevoelige terrein van integriteit. De invloed van de commerciële bureaus op de inrichting van colleges van B en W, hun portefeuilles en hun nevenactiviteiten, was daarmee groter dan ooit te voren.

Dat de impact zo groot kon zijn, komt mede door de ruime definities van integriteitsrisico’s die de bureaus hanteren. Het voorbeeld van de vriendenstichting van het lokale ziekenhuis illustreert dat. De kandidaat-wethouder om wie het gaat, heeft zorg níet in zijn portefeuille. Je kunt echter niet voorzichtig genoeg zijn, zegt Berenschot-adviseur Ronald van der Mark. „Gezien de belangrijke relatie tussen gemeente en ziekenhuis kun je beter geen voorzitter zijn van een stichting die nauw gelieerd is aan een ziekenhuis”, zegt hij. „Dat geldt zelfs als je zorg niet in je portefeuille hebt.”

Integriteitsmanagement

De invloed van de bureaus gaat verder dan de screening van kandidaat-wethouders alleen. Gemeentesecretarissen trekken steeds vaker commerciële instellingen aan om integriteitstrainingen te geven aan ambtenaren en bestuurders. Zo verzorgde vorige maand het bureau van Karin Ingelse, eerder journalist bij RTV Rijnmond, een cursus in Roosendaal. Het bureau Integriteit.nl biedt ‘integriteitsmanagement’ en workshops ‘Morele Competentie’.

Ook ontwikkelde het bureau een databank met dilemma’s om het ‘integriteitsbewustzijn te borgen’. Een van de evergreens, gebaseerd op een waar gebeurd verhaal: „Als medewerker van de afdeling Ruimtelijke ordening heb je vernomen dat er op een braakliggend stuk grond een daklozenopvang of centrum voor hangjongeren zal worden gevestigd. In de kroeg vertelt je broer je dat hij op het punt staat vlak bij dat stuk grond een huis te laten bouwen. Laat je hem iets van de bestemming merken?” (Het goede antwoord: nee. „Al zal menigeen zich in de praktijk toch anders gedragen”, zegt Ingelse)

De Roosendaalse gemeentesecretaris Ruud Kleijnen heeft de kosten van de trainingen, bijna 30.000 euro, er graag voor over. „We moeten als gemeente compleet te vertrouwen zijn”, zegt hij. „Dat mogen de burgers van ons verwachten. Daarom willen we risico’s op integriteitsgebied zoveel mogelijk uitsluiten.” Twee jaar geleden raakte het ambtelijk apparaat van Roosendaal in crisis, waarbij de vorige gemeentesecretaris het veld moest ruimen. „Dat was een mooie aanleiding om de boel flink op te schudden”, aldus Kleijnen. „De training helpt daarbij.”

De workshops hebben soms het karakter van een openbare schuldbelijdenis, zo blijkt. „Zeg, Ruud”, vraagt Ingelse aan Kleijnen bij het begin van de sessie in het oude raadhuis van Roosendaal. „Wil jij even naar voren komen? Hoe integer ben jij eigenlijk?”

„Nou”, vertelt Kleijnen, terwijl hij zich voor het front van de verzamelde gemeenteambtenaren opstelt, „ik ben mezelf weleens tegengekomen. Ik deed als secretaris van de Vereniging van gemeentesecretarissen zaken met een bedrijf dat onze vereniging sponsorde. Datzelfde bedrijf was ook actief in een gemeente, waar ik in een vorig leven gemeentesecretaris was. Zo’n verstrengeling kan een verkeerde indruk wekken, en was dus niet handig.”

Ingelse: „Daar heeft iemand anders je op gewezen?”

Kleijnen: „Inderdaad. Dus toen heb ik een einde aan die sponsoring gemaakt.”

Ingelse draait zich richting zaal: „Zien jullie, daarvoor zijn trainingen als deze bedoeld: niet alleen om zelf op te letten, maar ook om elkaar scherp te houden.”

Even later laat Ingelse enkele ambtenaren met toegang tot de basisadministratie opbiechten dat ze daar wel eens een adres van een bekende hebben opgezocht. Gewoon, om een verjaardagskaartje te sturen. „Heel begrijpelijk, maar daar is de basisadministratie dus niet voor”, legt Ingelse uit. „Weten jullie dat je daarvoor geschorst of op een andere manier gestraft had kunnen worden?”

Niemand van de bureaus durft zijn hand ervoor in het vuur te steken dat integriteitsaffaires in ‘gescreende’ gemeentes voortaan tot het verleden behoren. „Wel kunnen we mensen bewust maken van de risico’s die ze lopen”, zegt adviseur Gert-Jan Broer van bureau Necker van Naem. Veel bestuurders hebben volgens hem geen idee van de valkuilen die ze kunnen tegenkomen. „En veel gemeenten vinden het prettig om een onafhankelijke partij met de nodige expertise de gesprekken met de kandidaten te laten voeren.” Ook wethouderskandidaten zelf vinden zo’n externe check vaak prettig, benadrukt BING-directeur Peter Werkman.

Zou Jos van Rey, cause celèbre op integriteitsgebied, er bij Necker van Naem doorheen zijn gekomen als hij bij de collegevorming in 2010 was gescreend? Adviseur Broer: „Dat weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat Van Rey vanaf het begin vrij open was over zijn banden met projectontwikkelaars zoals Piet van Pol waarover nu discussie is. Het is aan de gemeente om te beslissen hoe riskant zulke banden zijn.”