Wat bankiers van bijen kunnen leren

Owen de Vries en Don Spierenburg geven gratis advies aan banken: gedraag je als honingbijen.

Ja, makkelijk, bankbashing. Er zit daar inderdaad een hoop scheef. Maar kunnen we banken opvoeden? Zeker. Ze zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de dienstbare, niet agressieve honingbij.

Bijen produceren heldere honing, gezonde koninginnengelei, propolis (een goedje met medicinale werking) en bijenwas waarmee je kaarsen kunt maken. Maar dat zijn niet hun belangrijkste verdiensten.

Honingbijen bestuiven 80 procent van de bloemen van alle struiken, planten en bomen, waardoor bevruchting kan plaatsvinden. Bijen zijn van levensbelang voor de natuur en dus voor onze leefomgeving. Zonder bijen zouden wij lijden aan voedselschaarste.

Banken hebben ook een cruciale rol in de samenleving te spelen. Ook zij zouden moeten zorgen voor kruisbestuiving. Maar helaas zijn ze gefixeerd geraakt op hun interne processen, kostenbeheersing, risico’s nemen en werken ze vooral aanbodgericht.

Bijen kijken altijd naar buiten: ze bewaken de balans tussen de vraag van hun eigen bijenvolk en het aanbod van de ‘drachtbronnen’ (de nectarrijke, bloemdragende planten). Binnen bijenvolken heerst een diepgaand, instinctief besef van wederzijds belang.

In miljoenen jaren hebben bijen alle schokgolven in de evolutie, waaronder dodelijke epidemieën, overleefd. Het is te danken aan een onveranderd samenspel: een balans tussen bijen en bloemen in hun natuurlijke omgeving. Van banken daarentegen kun je zeggen dat ze de verbinding met hun biotoop, de samenleving, zwaar beschadigd hebben.

Honingbijen zijn plaats-, plant- en bloemvast. Een individuele bij kiest altijd voor één soort plant. Banken verliezen hun lokale binding: zij sluiten het ene na het andere kantoor en bieden hun diensten nu liever virtueel aan.

‘Bloemvast zijn’ betekent dat een honingbij net zo lang de bloesem bezoekt tot de bloemen geen nectar meer geven. Dit biedt de zekerheid dat het juiste stuifmeel op de juiste stamper terechtkomt.

In bancaire zin laat dit zich vertalen als onvoorwaardelijke trouw en toewijding aan je klanten. Een lening is méér dan rentedragend geld. Als banken zich, vooral tegenover consumenten en kleine en middelgrote bedrijven, zouden gedragen als bijen is de kans op succes, met stabiele kredietwaardigheid en winst voor alle betrokkenen, veel groter dan nu.

Een bijenvolk kent een hechte leefgemeenschap. De voortplanting is er niet gericht op een enkele bij, maar op overleving van de hele bijengemeenschap. Helaas zijn veel banken ten prooi gevallen aan de dadendrang van de narcistische enkeling.

Een nest in stand houden, vereist hechte samenwerking. De werksters hanteren een strikte taakverdeling. De duizenden bijen verrichten gecoördineerd hun taken zonder centrale autoriteit. Ze kennen een platte organisatie, waarbij initiatieven decentraal worden genomen, op het laagste niveau (bottom-up). Ze kunnen flexibel inspelen op veranderende omstandigheden.

Nee, dan banken. Ze zijn top-down gericht: ze kennen een zeer gelaagde, overgeorganiseerde, inflexibele structuur. Door hun organisatie te modelleren naar die van de bijen zouden banken veel betere resultaten kunnen behalen, met een betere aansluiting op de maatschappij ook.

Laten we een bijenkolonie eens van wat dichterbij bekijken.

Feminiene oriëntatie. Een bijenvolk kent verschillende ‘kasten’: de ‘moer’, de ‘werkster’ en de ‘dar’. De moer, of koningin, is het zeldzaamst. Zij leeft in een vrouwengemeenschap en is degene die het nest in stand houdt door grote hoeveelheden eitjes te leggen, tot wel tweeduizend per dag.

De darren, de mannelijke bijen, spelen naast de paring, alleen nog een rol bij de temperatuurregeling in de kolonie en zijn verder passief. Vrouwen hebben dus een prominentere positie dan mannen. Kortom, mannelijke bankiers, ken nu eindelijk eens je plaats en neem meer vrouwen op in jullie top.

Nestparasieten verdrijven. Belangrijke taken van de werksters zijn de productie van nieuwe raatcellen, het verzorgen van de larven, het schoonhouden van het nest, het verjagen van vijanden, het dichten van kleine nestopeningen, het ventileren van het nest, het maken van honing, het zoeken naar voedsel en het beschermen van het nest. Onder natuurlijke omstandigheden bouwen de bijen steeds een nieuw nest om aan nestparasieten te ontkomen. Ook banken hebben te maken met nestparasieten, maar aan de top van hun hermetisch gesloten piramide kunnen die ongestraft hun uitvretende werk doen.

Non-conformisten. Een bijenvolk kent ook altijd een paar non-conformisten. Oppervlakkig bezien lijkt hun functie onduidelijk, omdat ze niet meedoen in de nijvere werkgemeenschap. Maar als in de omgeving van de korf de voorraad nectar opraakt, richt het volk zich tot deze Freischwebenden. Omdat deze bijen niet meededen in het strakke schema hadden ze de tijd om wat rond te vliegen en nieuwe terreinen te ontdekken. Op die manier vinden ze nieuwe nectarvoorraden en kan het volk overleven.

Doorvertaald naar de mensenwereld: de zogenoemde ‘onaangepasten’ zijn vaak degenen die nieuwe uitvindingen, of ondernemingen starten (denk ook aan schrijvers, kunstenaars, filosofen). Of frisse ideeën hebben, waarmee de mensheid weer vooruit kan. Met de bankencrisis van 2008 vers in het geheugen en een groeiend aantal voorspellingen van een nieuwe (veel zwaardere) crisis is het ook voor banken de hoogste tijd om goed te luisteren, intern en extern, naar non-conformisten.

Jong & oud. Het werkzame leven van een honingbij begint al direct nadat zij uit de cel is gekropen. Haar taken veranderen gedurende haar leven. De jongere exemplaren blijven in het nest en voeren huishoudelijke taken uit. Een pas uitgekomen honingbij zal zich voornamelijk bezighouden met het schoonpoetsen van cellen, enkele dagen later is zij ook in staat de nectar te bewerken. Intussen kijkt de jonge werkster het uitvoeren van een bijendans af van haar soortgenoten. Na zes dagen kan zij jonge larven verzorgen en voeden. Als de werkster ongeveer vijftien dagen oud is, zal zij zo nu en dan bij de vliegopening gaan kijken en helpt daar ook bij de bewaking van de woning. Als zij ongeveer 21 dagen oud is, vliegt de werkster voor de eerste maal uit om nectar en stuifmeel te verzamelen. De oudere bijen vliegen juist veel en zoeken naar voedsel of bewaken de nestingang. Deze verandering in taakverdeling verhoogt de efficiëntie van het bijenvolken wordt in stand gehouden door de constante aanvoer van nieuwe bijen die uit hun pop kruipen. De bijen verspreiden zich hierdoor van binnen naar buiten het nest.

Kortom; het bijenvolk kent een platte organisatie met veel diversiteit. Ook hier kunnen banken van leren. Zij staan nu bekend om hun top-down monocultuur en kuddegedrag.

Communicatie. Honingbijen hebben een verfijnd communicatiesysteem. Zo kunnen ze het aantal bijen dat nodig is voor de bestuiving een plant heel precies doseren en ‘overbevlieging’ voorkomen. Er ontstaat op deze manie geen schade aan de bloem. Bij banken is dat heel anders geweest: zij deden aan ‘overcreditering’, waardoor veel schade is aangericht.

Midas Dekkers, bioloog en schrijver van talloze boeken, houdt van het bijenvolk, dit ‘kleinste vee’. Hij zou elke bij wel apart willen bedanken: voor haar schoonheid en al het moois wat ze doen in de natuur.

De meeste banken zijn ongelukkig met hun huidige imago. Ze koesteren een diepe wens: erkenning en dankbaarheid vanuit de samenleving, vrij vertaald: immateriële meerwaarde.

Ons advies: neem biologen in dienst en bestudeer het bijenvolk. Dienstbaar bestuiven en de samenleving laten groeien en bloeien – dat is waarvoor banken op aarde zijn.