'Sekte’ is een stempel dat je niet kwijtraakt

Een man begint een felle campagne tegen de sekte waaraan hij zijn partner verloor. Dan wordt de man neergestoken. Zijn ex begrijpt hoe het zo ver kwam. Donderdag dient de zaak. Dit is háár verhaal.

tekst Freek Schravesande en Esther Wittenberg foto’s Peter de Krom

Ze weet uit het politiebericht wat er die vrijdagmiddag 7 februari zo ongeveer gebeurd moet zijn. Een lid van haar leefgemeenschap, de Orde der Transformanten, staat met een bos lelies voor de deur van haar ex-man in Laren. De man haalt een steekwapen tevoorschijn en gaat haar ex te lijf. Er volgt een worsteling, buren schieten te hulp, de politie snelt toe, haar ex moet naar het ziekenhuis. Het Ordelid zit nog altijd vast. Haar ex zit sinds de aanslag ondergedoken.

„Koffie verkeerd?”

In een designkeuken in Hoeven die in VT Wonen niet zou misstaan, klopt Karianne Esser (42) de verse melk vast op. Ze heeft geen idee wat er die dag omging in het hoofd van het 26-jarige Ordelid. Maar ze kan zich wel voorstellen wat de aardige rechtenstudent ertoe gebracht heeft haar ex op te zoeken. En dat wil ze uitleggen ook.

Esser, een verzorgde vrouw met roze sjaal en fonkelende blauwe ogen, ziet de krantenkoppen straks – de rechtszaak begint komende donderdag – alweer verschijnen. ‘Brabantse sekte pleegt moordaanslag’, berichtten media na de steekpartij. Ze trokken een vergelijking met de beschieting in 2008 van een Rotterdamse zakenman. Beide slachtoffers zijn ex-partners van vrouwen die lid werden van de Orde der Transformanten.

Voor het eerste incident is nooit iemand veroordeeld en daarom wil het Openbaar Ministerie de zaak ditmaal „groot” aanpakken, zegt een woordvoerder. Justitie vermoedt een verband tussen de Orde en het geweld en zal met getuigenverhoren en uitgebreid onderzoek „een stapje extra doen” om dat aan te tonen.

Tijdschrift Panorama noemde de Orde der Transformanten, een gemeenschap van zo’n zeventig mensen in het Noord-Brabantse Hoeven, al eens ‘de gevaarlijkste sekte van Nederland’. Radio 1 schreef na de steekpartij op zijn website: ‘De Transformanten hebben alles van een klassieke sekte: ze lopen naakt in huis, zijn kaalgeschoren en hebben een goeroeleider die als een kleine godheid bepaalt welke vrouw het met hem of met een andere vrouw doet.’

Nu haar ex opnieuw als slachtoffer in het nieuws komt en de Orde, die haar zo dierbaar is, opnieuw als enge sekte wordt afgeschilderd, kan Esser niet langer lijdzaam toekijken. Vanuit haar tenen voelt ze de behoefte het uit te schreeuwen: „Nee! Niet weer!” Ze zoekt de publiciteit. Met haar geloofsgenoten sprak ze af dat ze namens zichzelf zou praten, niet namens de Orde.

Was het een rare vraag?

„Wil je de koffie in een dikke of een dunne mok?”, vraagt Esser, die voor zichzelf een dikke mok pakt. Was het een rare vraag? Haar ogen kijken onderzoekend, ze schiet in de verdediging. „Dat heeft niks met iets sekteachtigs te maken hoor. De één vindt het ene nou eenmaal lekkerder drinken dan het andere.”

Esser heeft het gevoel dat ze moet bewijzen dat ze normaal is, dat iedereen hier normaal is, dat ze niet gered hoeven te worden. Integendeel. „Wat hadden jullie eigenlijk verwacht toen jullie hier kwamen”, vraagt ze later. Ze pakt haar halflange grijsbruine haren. „Ik ben niet kaal.” Ja, er zijn wel wat kale mannen, maar dat is het dan.

Hier in deze doodgewone straat in Hoeven wonen de leden van de Orde der Transformanten zoveel mogelijk bij elkaar, vertelt ze. Zeven huizen hebben tuinen die aan elkaar grenzen. Andere huizen liggen net iets verderop, want ja, in de straat wonen ook niet-leden. Er moet maar net iets aangrenzends vrijkomen.

Elk huis heeft zijn eigen functie. Er is een stiltehuis, waar overdag en ’s avonds gewerkt en gestudeerd kan worden. Er is een muziekhuis, waar leden die musiceren kunnen oefenen zonder anderen te storen. Er is een eethuis met een extra grote keuken, waar gezamenlijk wordt gegeten.

De vertrekken zijn schoon en opgeruimd en, op wat magisch-realistische kunst aan de muur na, niet anders dan een doorsnee woning. De woonkamer waar Karianne ontvangt, heeft een marmeren vloer, een grote houten tafel, tv met dolby surround en uitzicht op een vijver met kikkers en een vogelhuisje.

Iedereen broer en zus

Zelf woont Esser in het kinderhuis, want ze heeft drie kinderen. Twee van haar ex. Die zijn nu negen en twaalf. En een vierjarige van haar nieuwe partner, die hier ook woont. Ze wijst naar al het speelgoed in de woonkamer. „Hier kan gespeeld worden.” Samen met haar „medemoeders” zorgt ze voor de kinderen.

Alle kinderen groeien op als broers en zussen, vertelt ze. Alle moeders voelen voor elk kind evenveel liefde als voor hun eigen kind. Dat lukte haar heus niet meteen. Daar is ze ingegroeid. Elk kind is een kind van God. Elk kind verdient het omhoog getild te worden.

Als een organisch geheel zorgen de moeders dat de kinderen naar school worden gebracht en weer worden opgehaald. Er is altijd een moeder thuis na schooltijd. Er zijn altijd moeders om te zorgen dat de kinderen zich na het eten wassen en hun tanden poetsen. Op dagen dat ze tot laat moet werken, zitten haar kinderen met volle magen in hun pyjama’s klaar, zodat ze ze alleen maar in bed hoeft te leggen. „Fantastisch toch?”

Vaders leggen hier niet in bed en halen niet van school. Als haar man de kinderen zou halen, zou ze bang zijn dat hij er een paar vergat, of niet onthield waar iedereen ging spelen. Dat laatste is een grapje natuurlijk, maar ze heeft serieus veel liever dat Claudia de kinderen haalt. Met papa gaan kinderen naar de Praxis, of naar het voetbal. Laat mannen maar man zijn en vrouwen maar vrouw. Het is onzinnig te verwachten dat iedereen alles maar moet kunnen.

Tijdens het eten zitten de vrouwen bij elkaar aan een vrouwentafel, zodat ze als vrouwen onder elkaar kunnen praten. En mannen zitten bij elkaar aan de mannentafel, zodat ze over mannendingen kunnen praten. „Mannen en vrouwen communiceren anders. We zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk. Juist door onze verschillen vullen we elkaar aan.”

Met een medemoeder deelt ze haar man. Er zijn hier een paar mannen die meer dan één vrouw hebben. Zoiets kan ontstaan, als je merkt dat je elkaar aanvult. Dat heeft niets met onderdrukking te maken, maar juist met keuzevrijheid.

Géén afzondering

De uitgangspunten van de Orde staan gesymboliseerd op de halsketting die Esser draagt. „Uit vrije wil, het hoeft niet.” Een gouden kruis met vleugels, opdat je zelf zal vliegen en God je zal dragen als dat nodig is. Een kronkel op het kruis toont het leven als een pad met bergen en dalen. En het hart middenin staat voor de liefde voor God en de wil om open te staan voor de omgeving.

Want wat de Orde níét wil is afzondering, zegt Esser. De gemeenschap, opgericht in 2003 door een paar bevriende stellen die het christelijk geloof op eigen wijze wilden beleven, is geen kloosterorde met een dikke muur eromheen. De Orde wil juist een gemeenschap zijn middenin de samenleving. „We hebben hier allemaal internet, gewone banen, kinderen op een gewone school.” Dáárom, zegt ze, doet al die berichtgeving over dat de Orde een rare sekte zou zijn, zo’n pijn.

Praat Esser over de Orde, dan is haar gezicht zacht en haar stem rustig. Zodra het gaat over haar jeugd of haar ex, verstrakken haar lippen en versnelt haar ademhaling.

Haar ouders scheidden toen ze heel jong was. Met haar vier jaar jongere zus bleef ze bij haar moeder. Die werkte hard om het hoofd boven water te houden. Daardoor was ze veel eenzaam thuis. Ze miste het deel uit te maken van een gezin. Bij haar vader, die hertrouwde en met zijn nieuwe vrouw kinderen kreeg, leek het in de weekenden reuze gezellig. Daarom besloot ze op haar veertiende bij haar vader te gaan wonen.

Haar vader was medisch specialist en hechtte erg aan ‘hoe het hoort’. Een kind gaat studeren, vindt daarna een goeie baan, koopt een mooi huis en een dure auto en krijgt zoete kindertjes. Het liefst een jongen en een meisje.

Lange tijd streefde ze ernaar te voldoen aan dit ideaalbeeld uit verlangen om dan een geslaagd mens te worden. Ze deed twee studies, vond een goeie baan bij een adviesbureau, ging samenwonen en kreeg, verdomd, een jongen en een meisje.

Haar eerste kind bracht ze nog naar de kinderopvang. Ze vond het vreselijk hem daar huilend achter te laten. Toen haar tweede werd geboren, besloot ze thuis te blijven. Esser wilde er voor haar kinderen zijn. Dit was voor het eerst dat ze iets deed dat afweek van het ideaalbeeld van haar vader.

Via haar moeder, die net als haar zus al lid was van de Orde der Transformanten, ontmoette ze andere hoogopgeleide moeders die dezelfde keuze hadden gemaakt. Ze bezochten doordeweeks een dierentuin, het bos, het was heerlijk dat ze zich tegenover hen niet hoefde te verantwoorden.

Haar man, vertegenwoordiger en veel van huis, hechtte nog altijd aan een auto en huis. Maar voor Esser werd dat steeds onwezenlijker. Waarom zou je met een baby op wintersport gaan, wie wordt daar gelukkig van? Steeds meer voelde ze zich gevangen door de regels die de samenleving haar leek op te leggen. Eens per week moeten bellen met opa en oma, altijd maar op tijd thuis zijn voor het eten, ’s avonds samen op de bank voor de tv.

Met haar man verhuisde ze naar een huurhuis in Hoeven, vlakbij de Orde. Haar man was gelukkig in zijn werk. Zij werd op deze manier gelukkiger thuis. Bovendien verlangde ze er, nu haar oudste drie was, weer naar te gaan werken. Bij de Orde waren er altijd wel moeders thuis.

Als een wiel met spaken

Niet langer was Esser speelbal van het leven. Ze nam het in eigen hand, ging het zien als een pad met leermomenten. Door je zwakte om te zetten in kracht kun je transformeren en voor jezelf en anderen een hemel op aarde verwezenlijken, ontdekte ze. Door daarvoor voortdurend je best te doen, ben je trouw aan het levenspad dat God voor jou heeft bedacht.

Samen gaat dat makkelijker dan alleen. De Orde is één organisme, ‘de cirkel’. Een wiel met spaken en elke spaak heeft een andere functie, is even belangrijk. Met in het midden God, de as waarom alles draait.

Haar vader deed de deur dicht toen ze vertelde dat ze God gevonden had. „Als het over is dan hoor ik het wel”, zei hij. Haar man deed mee met gezamenlijke activiteiten, maar was steeds vaker van huis. De afstand die er tussen hen al was voordat ze verhuisden, werd steeds groter. Tot ze op een dag zei: „Ik ga nu. Er is een plek voor mij gemaakt. Ik zie wel of je meekomt.” Het was 2008.

Daarna ging het hard. Haar man zocht de pers op. Hij zat in Netwerk, bij radioprogramma’s, bij NOVA. Hij vertelde dat hij haar en zijn kinderen was verloren aan de Orde der Transformanten. Dat zij gehersenspoeld was, zoals alle Ordeleden gehersenspoeld waren. Dat zij daar als een willoos slachtoffer vastzat. Dat zij seks moest hebben met anderen. Ze wilde hem wel door de televisie trekken, toen ze hem daar zo zag zitten. Waarom wilde hij haar en de gemeenschap belachelijk maken?

De Orde begon een tegenoffensief. Ze leidde cameraploegen rond door de gezamenlijke huizen, tuin, sauna. Maar het was te laat. Het woord ‘sekte’ was gevallen, van zo’n stempel kom je niet meer af. Zelfs van de springende kinderen op de trampoline werd gezegd: „Dat zal wel in scène zijn gezet.”

Moeilijkheden komt ieder mens tegen. Maar hoe je ze ervaart, bepaal je zelf. Ergernis over een volle vuilnisbak zegt iets over jezelf, niet over een ander. Je bent meester van de situatie, geen slachtoffer, leren de Transformanten.

Onoverbrugbare kloof

Maar nu werd dat de Orde wel héél moeilijk gemaakt. Op straat werden vrouwen en kinderen uitgescholden voor hoer en hoerenkinderen. Op internet schreven anonieme mensen dat er maar „met een bulldozer over die compound” gereden moest worden. Van vrienden kreeg Esser plots mailtjes met teksten als: „mijn deur staat altijd voor je open”, of vragen over hoe vaak ze boodschappen moest doen.

Esser voelde zich gelukkiger dan ooit. Ze moest er niet aan denken nog ooit alleen met man en kinderen in een caravan op vakantie te moeten. Het leven in een groep bood zoveel méér. Maar juist in die periode bekeken zelfs haar beste vrienden van vroeger haar met argwaan. Er ontstond ongewild een onoverbrugbare kloof. En toen kwam ook nog ‘Rotterdam’. Vijf kogels kreeg een Rotterdamse zakenman op zich afgevuurd. Hij overleefde en wees naar de Orde, waartoe zijn ex behoort. Tachtig politieagenten deden een inval in huizen in Hoeven, pakten twee verdachten op. De twee waren de dag van de schietpartij in Rotterdam en hadden eerder ook volgapparatuur op de auto van de zakenman geplaatst. Na een lange rechtszaak concludeerde de rechter dat niet bewezen kon worden dat de twee bij de schietpartij betrokken waren. Ze werden vrijgesproken.

Na de inval besloot de Orde alle publiciteit te mijden in de hoop dat de storm zou overwaaien. Het tegendeel bleek waar. Op internet zwol de orkaan nog verder aan. Haar ex begon de site wegvanpapa.nl en richtte samen met haar broer de anti-Orde- website ODTNEE op. Op fora waarschuwden mensen anoniem voor de geloofsgemeenschap. Een nichtje dat Esser al jaren niet had gezien, wilde haar ‘redden’, schreef ze op een blog.

Solliciteren had weinig zin meer

Ordeleden kregen er last van in het dagelijks leven. Buurtbewoners keken hen vreemd aan, banken waren argwanend met het verstrekken van een lening, solliciteren had weinig zin meer, familieleden hielden afstand.

De geloofsgemeenschap deed aangifte van laster, bedreiging en leden stonden zo vaak op de stoep van de politie dat ze alleen nog op afspraak mochten komen. De politie kon weinig doen, veel aantijgingen waren anoniem. De Orde voelde zich aan haar lot overgelaten.

Ze voelde zich niet schuldig, maar wel verantwoordelijk voor de „strontkar” die over de Orde was uitgestort, zegt Esser. Het was háár ex die de publiciteit had gezocht, het woord ‘sekte’ had laten vallen en anderen had opgestookt. In de jaren die volgden, werd haar steeds duidelijker dat het ook háár ex en een groepje teleurgestelde ex-Transformanten waren die steeds maar rook rond de Orde bleven creëren.

Terwijl ze zich aan elk keurslijf ontworsteld had, hield haar ex haar zo indirect toch gevangen.

Hij kon het niet verkroppen dat zij het plaatje van het ideale gezin niet meer wilde „meeverkopen”, denkt ze. Hij moest dat plaatje in één keer inleveren. En om zijn eer te redden, wilde hij de wereld doen geloven dat de Orde schuld had aan het vertrek van zijn partner.

Esser staat op en belt een moeder. Of die de kinderen zo van school kan halen, zelf gaat ze het toch niet redden. Als ze heeft opgehangen, zegt ze: „Ze had het al voorspeld en laat nu alles uit haar handen vallen. Zo vallen hier alle radertjes altijd weer in elkaar.”

De afgelopen zes jaar voerde ze haar eigen strijd. Ze probeerde alles van internet te krijgen om haar naam en die van de geloofsgemeenschap te zuiveren. Alle vrije tijd stak ze erin om te bewijzen dat niet de hele wereld tegen de Orde was, maar slechts een groepje mensen. Het gaf haar voldoening.

Ze kan zich voorstellen dat andere Ordeleden zich machteloos voelden onder het onophoudelijke gebeuk.

Zoals de 26-jarige rechtenstudent die aanstaande donderdag moet voorkomen. „Een lieve jongen met een groot rechtvaardigheidsgevoel.” De grens is bereikt, zegt ze. „De Orde laat niet langer straffeloos over zich heen zeiken.” <<