Hoezo troostfinale? Waarom je vanavond gewoon naar Oranje kijkt

Doelpuntenmaker Boudewijn Zenden, in de met 2-1 verloren troostfinale van 1998, houdt Igor Stimac, Aljosa Asanovic en Krunoslav Jurcic bezig. Op de achtergrond kijkt Clarence Seedorf toe. Hollandse Hoogte / VI Images

Een zoethoudertje voor de zendgemachtigden, een melkkoe voor de afdeling Kaartverkoop van de FIFA? De troostfinale is dan misschien een idioot fenomeen, maar tóch kijk je vanavond Brazilië - Nederland. En wel hierom.

Allereerst: het thuisland speelt in de ‘playoff voor brons’. En dat betekent goals, goals, goals. Doorgaans dan. Want van de laatste zeven WK’s is dit de vierde keer dat het organiserende land terechtkomt in de troostfinale. Voorgaande drie gevallen: 11 doelpunten in totaal.

Misschien wel de beste WK-troostfinale ooit

Nu niet direct je juichpak uit de kliko getrokken om straks alsnog voor de beeldbuis te hossen? Begrijpelijk. De troostfinale is met name populair bij fans die daadwerkelijk een kaartje hebben. Zo trokken in 1994 ruim 90.000 mensen naar de Rose Bowl in Pasadena. Vier jaar later verloor Oranje in een vrijwel uitverkocht Parc des Princes van Kroatië. En eenzelfde succes voor het FIFA-ticketbureau bleek haalbaar in de twee daarop volgende WK’s.

Duidelijk is waarom: de troostfinales zijn goed voor gemiddeld 4,2 goals per editie, tegenover 2,4 in de echte finale. Alleen in Port Elizabeth trok Uruguay - Duitsland de laatste keer ‘weinig’ volk: een op de zeven stoeltjes bleef leeg hoewel dat misschien wel de beste WK-troostfinale ooit werd:

Een goedbedoeld gedrocht

Zo kunnen we die play-off for third place, zoals de FIFA ‘match 63’ van het wereldkampioenschap graag mag noemen, toch wel bestempelen. Geboren vanuit de olympische gedachte (derde is ook een prijs) werd de troostfinale al bij de tweede editie in de geschiedenis van het WK geïntroduceerd. Alleen bij het allereerste WK en in 1950, toen de winnaar uit een finalepoule kwam, was er geen eindstrijd voor de verliezers van de halve finales.

En dat was prima; die ‘eindstrijd’ moet worden afgeschaft, vindt Louis van Gaal. En met hem velen. The Telegraph noemt de troostfinale treffend “een zoethoudertje” voor de zenders die grof geld neertelden voor de uitzendrechten.

“Het blijft een belediging voor een competitief concept [dat het WK is, red.].”

En The Washington Post over de vreemde wedstrijd om die vermaledijde baard des keizers:

“Sommigen nemen ‘m luchtig op, anderen half serieus. De rest benadert de wedstrijd met minachting of dedain.”

Overigens schrapte de UEFA na het Europees kampioenschap van 1980 de impopulaire wedstrijd om plek 3 op EK’s.

Waarom toch die troostfinale kijken?

Omdat niemand er iets in te verliezen heeft. Dat zou moeten resulteren in open, aanvallend spel: een aanname gestaafd door dat gemiddelde van 4,2 goals per editie. Brazilië móet winnen na die catastrofale halve finale en laten we hopen dat Oranje nu het échte Oranje durft te zijn. Al is het alleen maar omdat de Duitsers zo geweldig voordeden hoe je de Seleçao afstraft als ’t denkt eens lekker op zoek te gaan naar een treffer. Maar er zijn nog meer redenen waarom de troostfinale boeiend is:

  • Zoals gezegd veel doelpunten bij troostfinales en al drie keer leverde die wedstrijd ook de Gouden Schoen: Salvatore Schillaci (1990), Davor Suker (1998) en Thomas Müller (2010).
  • Derde worden is lucratief: 16,1 miljoen euro prijzengeld, anderhalf miljoen meer dan wanneer je vierde wordt.
  • De nummer drie van de wereld heeft bij een volgend WK ook een voorkeursbehandeling bij de poule-indeling.
  • De snelste goal ooit op een wereldkampioenschap werd gescoord in een troostfinale. De Turk Hakan Sukur had in 2002 tegen Zuid-Korea 11 seconden nodig.

En hoezo laadt dit Oranje zich wél op voor brons?

Omdat we dat nu eenmaal liever winnen dan verliezen. En dit Nederlands elftal kent minder gearriveerde en gedecoreerde spelers dan de klas van ’98, die vooraf louter voor de titel kwam. De knop kán om. Nog één keer, Oranje!

De dikke rouwrand die een dag na de verloren halve finale om de selectie hing is verdwenen. Of toch in elk geval naar de achtergrond gedrukt. Er wordt weer gelachen door spelers, door coach. Van Gaal heeft dan ook een nieuw doel gesteld voor “de ploeg van dit WK die het moeilijkst te verslaan is”:

“Er is nog geen Nederlands elftal dat ongeslagen is gebleven op een WK. Dat is ons volgende doel. Dan kan niemand meer om dit elftal heen, want het is wat, hoor, zeven wedstrijden op rij ongeslagen te blijven. Dan schrijf je met recht geschiedenis en dat is waarop we ons nu focussen.”

Verder is Oranje reeds vanuit diverse hoeken opgepept en op het hart gedrukt dat brons echt de moeite waard is. Ronald Mulder (brons in Sotsji) zei wat. De NOS wilde een filmpje maken van aanmoedigingen opgestuurd door tv-kijkend Nederland en ervaringsdeskundige Boudewijn Zenden - doelpuntenmaker in ’98 tegen Kroatië - sprak al bij de NOS:

“Zo’n wedstrijd moet je gewoon willen spelen. Na afloop kunnen ze zeggen dat ze derde zijn geworden op het WK. Achteraf heb ik wel gebaald dat we geen derde zijn geworden. Dan hadden we tenminste nog een medaille gehad. Op dat moment kan die medaille je gestolen worden, maar later denk je daar anders over. Nu is die troostfinale echt voor niks geweest.”

Patrick Kluivert, nu assistent van bondscoach Louis van Gaal en destijds teamgenoot van Zenden, is de laatste motivatiefactor. Hij kan ter plekke zijn spelers vertellen hoeveel spijt zijn lichting heeft gehad van het laten schieten van brons op een WK.

11 juli 1998, tegen elf uur ‘s avonds. De Kroaten vieren feest, want derde van de wereld. Pierre van Hooijdonk troost Patrick Kluivert die de totale deceptie van twee verloren wedstrijden op rij voelt. Hollandse Hoogte / Michael Kooren