Pacifisten voor een serieuze defensie

28 juni 2014 – Gesteld dat Poetin het zou proberen, bent u bereid te vechten voor Estland, Slovenië of Albanië? De vraag voelt overdreven en ver van ons bed. Tijdens het hoogtepunt van Oekraïne-crisis ging velen een lichtje op. Dat lijkt nu weer gedoofd. Defensie is voor de meeste Nederlanders en Europeanen iets van vroeger.

28 juni 2014 - Gesteld dat Poetin het zou proberen, bent u bereid te vechten voor Estland, Slovenië of Albanië? De vraag voelt overdreven en ver van ons bed. Tijdens het hoogtepunt van Oekraïne-crisis ging velen een lichtje op. Dat lijkt nu weer gedoofd. Defensie is voor de meeste Nederlanders en Europeanen iets van vroeger.

Vechten is voor losers. Oorlog iets voor dictators en terroristen. Hier hoeft dat niet meer.

Het is een luxe wereldbeeld, een zware onderschatting van de werkelijkheid. Een vorm van diplomatieke zelfdegradatie. Wie economisch relatief aan belang inboet en niet de militaire wil toont zijn onafhankelijkheid kracht bij te zettenverliest zelfbeschikkingsmacht.

Voor de aanwijzing van Jean-Claude Juncker als voorman van de Europese Commissie is iets te zeggen als stapje op weg naar meer democratie in Europa, afgezien van de verwarring van partijpolitiek met democratie. Een van de grote bezwaren van zijn benoeming is dat niets erop wijst dat hij het in zich heeft een begin van wervend leiderschap te ontplooien.

De Europese Unie is een curieus en wankel evenwicht van landen en instellingen waarin geen plaats is voor ongeremd charisma. Maar zonder vormen van leiderschap-tegen-de-sleur-in komt de Europese toekomst nog langzamer dichterbij. Toen Jacques Delors president van de Commissie was (’84-’94) leek het alsof er meer richting zat in de ontwikkelingen dan tijdens het bewind van sommige anderen.

Een sleutelgebied waarop een verenigende Europese stem niet langer kan ontbreken is de gemeenschappelijke veiligheid. Het continent van vrede wordt omringd door brandhaarden. Rusland heeft miljarden over voor herbouw van zijn grootheid. Het Midden-Oosten is een exploderend kruitvat. Afghanistan is verre van stabiel. Half Afrika is in burgeroorlog en komt deze kant op. China investeert onverdroten door in militaire kracht. Europa doezelt voort.

Het Oekraïnemoment was een stroomstootje voor de Nederlandse politiek. Misschien wordt deze zomer bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar een schepje op de defensiebegroting gedaan. Na jaren inleveren zou defensie er tientallen miljoenen, oplopend tot 100 miljoen bij krijgen. Op een begroting van ruim 7 miljard net genoeg om iets te doen aan achterstallig onderhoud, gebrek aan reserveonderdelen en te weinig vlieguren.

Uitgaande van de onverminderd volwassen ambities die ook dit kabinet heeft geformuleerd is het pindanootjes. Nederland wil pal staan voor de verdediging van het eigen grondgebied, dat van de NAVO-bondgenoten en we ambiëren elders in de wereld ook robuust te kunnen optreden. De werkelijkheid is anders.

De tanks zijn weg, er komen – als er niet één verloren gaat - genoeg nieuwe straaljagers om er steeds acht paraat te hebben. Den Haag biedt alleen nog maar kleine, korte missies aan. Daarom zijn ‘we’ zijn met handvol verspieders in Mali. Daarom wordt een beperkte missie naar Afghanistan onderzocht.

De Tweede Kamer zal wel akkoord gaan met een beperkte terugkeer naar Afghanistan. De kater van de onbevredigende terugtrekking uit Uruzgan en de absurdistisch Haags ingesnoerde politiemissie in Kunduz vraagt om een gebaar van continuïteit. Ons huidige wapen is gebarentaal.

Zulke uitzendingen leveren meestal bijziende debatjes op. Men gunt zichzelf amper overdenking van de Nederlandse rol binnen de Navo. Dat het vooral gaat om het verzamelen van padvinderspunten mag niet hardop worden gezegd. Als het klopt dat de nieuwe missie vooral medisch logistiek personeel omvat, dan lijkt dat niet erg aan te sluiten bij waar de krijgsmacht relatief veel van heeft. Terwijl meer militaire trainers ruimer voorhanden zijn.

Het illustreert dat de Nederlandse krijgsmacht met de moed der wanhoop probeert relevant te blijven voor de Amerikanen en de andere landen waarmee wordt samengewerkt. Maar de VS verliest snel belangstelling voor Europa en de Navo nu de Europese bondgenoten hun deel van de eigen veiligheidsrekening niet betalen. Het is binnen Europa een wedloop van bezuinigende ex-grootmachten, die wat resteert van de eigen militaire industrie zoveel mogelijk sparen en daardoor minder samenwerken dan efficiënt en rationeel zou zijn.

De afgesproken Navo-norm is dat 2 procent van het bruto binnenlands product aan defensie wordt uitgegeven. Nederland is sinds de val van de Muur (1989) teruggevallen richting 1 procent. Dat is grotendeels gebeurd zonder de eigen kijk op de gemeenschappelijke veiligheid of de eigen rol daarbinnen aan een kritische herbeschouwing te onderwerpen.

Wat willen we, wat kunnen we, hoe kan dat het meest efficiënt? Allerlei wapens zijn in de mottenballen gezet. De gevechtstanks verkocht aan Finland. De gevechtshelikopter is niet voldoende betrouwbaar beschikbaar. We kunnen de zee niet meer uit de lucht bewaken. Het kon allemaal worden afgeschaft want er is geen algemene defensielobby. Waar is de woede als je vier mijnenvegers verkoopt? Wel spullenverkopers, maar geen ideeënverkopers.

Europa op één lijn van gemeenschappelijk belang krijgen vergt geduld en gezag. En veel betere uitleg van wat waar wordt besteed. De Algemene Rekenkamer heeft onlangs laten zien dat de financiële verantwoording bij de Navo nog stamt uit de tijd van James Bond.

Laten we beginnen de defensie-inspanning op één lijn te brengen met wat we zeggen dat nodig is. Dat is een kwestie van meer geld. Maar ook beter bedrijfsbeheer – hoe was het ook al weer met de ict bij Defensie? Als we pacifisten willen blijven zullen we er voor moeten knokken.

email: opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes