NSJ: Zappend langs de zalen op zoek naar avontuur

Grote namen, zoals Stevie Wonder en Pharrell Williams, brengen op North Sea Jazz de meeste mensen op de been. In de kleine zalen zijn de optredens tegendraads.

Foto’s Andreas Terlaak

Een blauwe discojas, rode sneakers, een zwart hoedje en een pronte lange witte sik. Daar was Pharoah Sanders (73) weer eens, de grootmeester op de tenorsaxofoon, koning van de boventonen. Vitaal was hij, als hij speelde. Oud leek hij zodra hij de coulissen in schuifelde, waar hij lang uitrustte na lange solo’s waarin hij wild had geraasd, maar de melodielijn nooit had willen loslaten.

Het aantal jazzlegendes mag tegenwoordig dungezaaid zijn; áls ze er zijn, vormen ze een grote magneet op het North Sea Jazz Festival. Op de eerste avond van de 39ste editie van het driedaagse muziekfestival, waarin het aantal jazznamen de boventoon voert, maar popacts als Pharrell Williams en gospelsouldiva Mavis Staples de meeste mensen op de been brengen, was Pharoah Sanders een hoogtepunt in de jazz. Het concert van Ferrell Sanders – die zijn naam Pharoah ooit kreeg van musicus Sun Ra, en bekend werd door zijn samenwerking in de jaren zestig met saxofonist John Coltrane – was overtuigend. Soms donderde en bliksemde het als vanouds, met de van hem bekende wat ruwe, snerpende saxofoonsound.

Het 39ste North Sea Jazz Festival begon met 25.000 bezoekers op het terrein van Ahoy in Rotterdam gemoedelijk. Het aantal opstoppingen was gering, vrijwel alle zalen waren goed bereikbaar. Het nieuw ontworpen horecaplein werd met veel enthousiasme in gebruik genomen. Voorspelbare bedachte, soms aalgladde festivaltoppers als Pharrell Williams en Robin Thicke en de in minder dan geen tijd tot publiekslievelingen uitgegroeide acts als Gregory Porter domineerden de grote zalen.

Met name Pharrell Williams, de man van geluks-hit Happy, leek het hele festival naar zich toe te trekken. Supersoulster Stevie Wonder kwam onverwachts langs bij dit vrolijke concert, waarin een enthousiaste Pharrell zich door veel danseressen liet omringen – hij was overigens niet helemaal goed bij stem.

In kleine zaaltjes – het festival telt dertien podia – klonken avontuurlijke weerbarstige sets. Zoals de compositieopdracht die de jonge pianist Tony Roe had gekregen, en prachtig uitwerkte met dans en visuals. Een uitpuilende Congo-tent was er bij de 74-jarige zangeres Mavis Staples, die zich met haar diepe gospelsoul helemaal gaf – maar daarvan ook twee pauzenummers moest uitpuffen. Dan waren er de tranen van zangeres Omara Portuondo bij het afscheid van de bejaarde Cubanen van Buena Vista Social Club, de zuurstokoutfit van Paloma Faith met de gouden strot, de ritmische damespower van Sheila E met speciale gaste Candy Dulfer. En de opmerkelijke cadensen van tenorsaxofonist Joshua Redman.

De eerste dag werd geopend door de band van pianist Robert Glasper die omhoog werd getild door het Metropole Orkest. Het blijft wringen tussen jazz, hiphop en dan ook nog blazers en strijkers, maar de arrangementen waren lenig. Zang met een vocoder (stemvervormer) door Casey Benjamin is echter nooit een genot.

De improvisatiespanning bij Mehliana, het project van pianist Brad Mehldau en drummer Mark Guiliana, was juist erg aantrekkelijk. Ook veel jonge acts lieten zich gelden met een heerlijke gretigheid alsof er iets veroverd moest worden. Wat in feite ook zo is, want niets lastiger dan spelen op een festival waar het publiek zich zappend langs de zalen beweegt, op zoek naar avontuur. Even speel je voor je leven. Of je nu een debutant bent als het jonge Belgische jazztrio De Beren Gieren („uit Zuid-Nederland”), dat een beetje overdonderd was door het grote publiek („wat zijn jullie met veel”), maar intussen lustig de hersenspinsels van pianist Fulco Ottervanger opbouwde en afbrak. Een veteraan als Henry Threadgill, met een opvallend instrumentarium van cello, bastuba, gitaar en drums, moest met zijn dwarsfluit zijn toehoorders juist zien vast te houden.

Niet alleen de funk van de immer opgepimpte Bootsy Collins werd juichend ontvangen, ook de intens mooi blazende Tom Harrell met zijn band met twee bassen, twee saxen en drums kreeg dankbaar applaus. Als hij niet speelde, hing zijn hoofd slap naar beneden. Maar blies hij, dan drongen de tonen van Harrell recht in de ziel.