Nederlanders gaan Sandy’s en Katrina’s te lijf

New York trekt honderden miljoenen uit om de stad en regio te beschermen tegen het water. Nederlandse bedrijven dingen volop mee.

In de mondaine East Village verdwenen auto’s onder water. Bruin water kolkte door metrostations op Wall Street. Ziekenhuizen in de buurt van Central Park moesten baby’s evacueren omdat de noodgeneratoren in overstroomde kelders stonden. Geschokt kwam New York tot stilstand, overmand door het water dat ‘superstorm’ Sandy voortstuwde.

De stad leerde in oktober 2012 wat New Orleans in 2005 had ontdekt na orkaan Katrina: een kuststreek is geen partij voor de dubbele klap van stormvloed en extreme regenval.

De term ‘watermanagement’ klonk tot dan toe zelden in het waterrijke gebied aan de oostkust. Maar het gesprek over ‘wat nu?’ begon meteen na de ramp, tussen burgers en bestuurders, de burgemeesters en inwoners die dakloos waren geworden. Nog voordat de tunnels van Manhattan waren opgedroogd, raakte een aantal Nederlanders betrokken bij de bescherming van de regio aan de monding van de Hudson-rivier.

Krap twee jaar later liggen er zes serieuze plannen op tafel. Er was een internationale ontwerpwedstrijd uitgeschreven: Rebuild by Design. Er kwamen 148 serieuze inzendingen binnen. Bij vier van de winnende plannen zijn Nederlanders direct betrokken. Wat niet wil zeggen dat de ingenieursbedrijven en architectenbureaus ook daadwerkelijk de opdrachten krijgen. De besteding van de honderden miljoenen dollars die voor hulp beschikbaar zijn, en het toekennen en aanbesteden van concrete bouwopdrachten, kan nog jaren duren.

Mathijs van Ledden vindt het niet gek dat de Nederlandse houding zo aanspreekt in de VS. Hij is directeur waterveiligheid bij Royal HaskoningDHV, een van de bedrijven die – in samenwerking met architectenbureau OMA van Rem Koolhaas – gekozen werd door de jury van Rebuild by Design. „Als Nederlanders zijn we gewend om naar álle aspecten van waterveiligheid te kijken en samen te werken met alle betrokken partijen.”

In de getroffen streek rond New York moeten tal van staten, gemeenten en overheidsdiensten gezamenlijk een plan van aanpak maken. De regering-Obama maakt zich sterk voor een geïntegreerde toekomstvisie. Want Manhattan en Staten Island lopen door het stijgende waterpeil net zoveel gevaar als Jersey City en Hoboken aan de overkant van de Hudson.

Zo’n samenwerking is ongebruikelijk in de VS, weet Van Ledden door zijn ervaring in dat land. Juist op dat gebied kunnen Nederlanders een bijdrage leveren. „Je móét het samen oplossen”, zegt Van Ledden, die enkele jaren in New Orleans woonde om de overheid bij te staan na Katrina in 2005. „Dit is eigenlijk polderen in optima forma.”

Of de Amerikanen werkelijk aan het polderen gaan, valt nog te bezien. Maar dat ze de dreiging van het water serieus nemen, blijkt wel uit de aanstelling van Henk Ovink. Hij is in Washington senior adviseur van minister Shaun Donovan van Huisvesting en Stadsontwikkeling. De voormalige topambtenaar in Den Haag kende Donovan al toen de Amerikaan – aangeslagen door Sandy – eind 2012 naar Nederland kwam. Om te kijken en te leren, vertelt Ovink, die Donovan destijds rondleidde en bijpraatte. „Ik heb de kans aangegrepen om onze ingenieurs en overheid en kenniswereld bij hem op de agenda te krijgen.”

Repareren

Door dat contact raakte Ovink nauw betrokken bij Rebuild by Design. Sterker, hij zette de competitie in feite op nadat hij Donovan fijntjes had verteld dat diens eerste plan „absoluut zinloos” was.

Het Amerikaanse idee was eendimensionaal, zegt Ovink. Hij begreep dat wel, zei hij tegen Donovan: „Als er een ramp gebeurt, is iedereen geneigd om te repareren en op te bouwen.”

Ovink hield de Amerikanen voor dat de toekomst belangrijker was. Net als Mathijs van Ledden in New Orleans keer op keer deed, drong hij er op aan om niet steeds te reageren „op de ramp van gisteren”. Donovan vroeg: hoe krijg je dat voor elkaar? Ovink: „Die perspectiefwisseling is lastig. Toen heb ik de wedstrijd bedacht.”

Het doel was om talent uit het buitenland te combineren met talent uit de regio. Goede ingenieurs heeft New York genoeg; ervaring met grootschalig, fundamenteel denken over watermanagement niet. De combinatie is geslaagd, vinden Donovan en Ovink. De voorstellen kwamen overal vandaan – met dus een opvallende hoofdrol voor Nederlanders. Ovink: „Ik ben niet verantwoordelijk voor de keuze van de finalisten. Maar wij zijn hier gewoon goed in.”

Het plan van Haskoning is een kenmerkend voorbeeld. Het is gericht op de waterveiligheid van Hoboken, een stad met 50.000 inwoners in de staat New Jersey, met het beste uitzicht op Manhattan. De waterzuivering, elektriciteitscentrale en ziekenhuizen moeten er beschermd worden. De kustlijn moet worden verstevigd. Het regenwater moet worden gereguleerd. Al die zaken zouden normaliter door verschillende overheidsdiensten worden aangepakt, zonder samenhang. Aangestoken door het enthousiasme van Donovan, Ovink en de Nederlandse experts besloot burgemeester Dawn Zimmer van Hoboken dat samenwerking en geïntegreerde aanpak noodzakelijk zijn. Haskoning en OMA hebben voorstellen gedaan om de combinatie van flash flood door regen en een stormvloed van de rivier het hoofd te bieden.

Blauwhelm

Zullen de Amerikanen anders gaan denken? Van strijd tegen het water naar omgaan met het water? Van Ledden heeft goede hoop, maar beseft ook dat de Amerikaanse aanpak, alles van onderaf, haaks staat op de Nederlandse benadering, waarbij de overheid het initiatief en de besluiten neemt. Amerikaanse burgers, bedrijven en bestuurders zijn op alle niveaus nauw betrokken. Dat kan tot een langdurig en stroperig proces leiden.

„Dit is mijn land. Mijn huis. Ik waak over mijn eigen leefomgeving.” Dat is de houding die Van Ledden waarneemt. „Ik denk niet dat men opeens denkt: gooi het roer om. Dat samen nadenken over de Hudson is nog in een heel pril stadium.”

Betrokken Nederlanders denken dat hun hoofdrol te verklaren valt door expertise en ervaring in de polder, en door de historische vriendschap en sterke handelsrelaties tussen de VS en Nederland. Marten Hillen van Haskoning denkt dat ook de houding aanspreekt. „We luisterden naar de belanghebbenden. Je moet niet aankomen met een houding van ik weet het wel”, zegt de adviseur waterveiligheid, die zeker tien maal naar New York reisde om het plan samen met OMA aan de man te brengen. „Ja Nederlanders excelleren in waterveiligheid. Maar je moet ook goed je ideeën kunnen overbrengen.”

Hillen, die inmiddels in Singapore werkt, voelde zich soms „een blauwhelm van de VN” tijdens de vergaderingen met ambtenaren, ingenieurs, wijkgroepen, zakenlieden en bewoners. Het gevolg van de aanpak van onderaf is dat zijn team nauwe banden heeft gekregen met de verschillende belanghebbenden. Hillen is tevreden: „Op die bijeenkomsten konden we zestig supportbrieven overleggen.” Van burgemeester Zimmer en senatoren tot de jongens- en meisjeslub van Hoboken – allemaal hadden ze zich er in verdiept en besloten dat dit plan steun verdient.

De competitie is ‘baanbrekend’ genoemd. Er is bijna een miljard dollar beschikbaar als startbedrag voor de uitvoerig van de zes plannen. Maar of het ook allemaal werkelijkheid wordt? Burgemeester Bill De Blasio van New York zegt van wel, „de komende jaren”. Volgens Mathijs van Ledden kan zijn project in vier jaar klaar zijn. Henk Ovink is enthousiast: „920 miljoen dollar is geen grapje. Het verbaast de Amerikanen zelf dat zo’n bedrag snel op tafel is gekomen dankzij de samenwerking tussen president Obama en het Congres. Gewoon heel gaaf dat het is gelukt.”