Naar het land van de vale gieren

Langs de grens met Mexico tobben Amerikaanse stadjes met migranten. Elke dag stromen honderden gevluchte kinderen uit Midden-Amerika het land in. De regering in Washington geeft niet thuis. „We zijn de greep op het probleem kwijtgeraakt.”

Een meisje speelt in Mexico bij een vrachttrein waarmee ze naar de VS reist. Rechts:migranten op een trein in Mexico enaangehouden migranten in een cel in Texas. Foto’s AP

Op het busstation van McAllen, in het uiterste zuiden van Texas, herken je ze meteen. De schoenveterlozen. Twintig meisjes en jonge vrouwen, allemaal met één of twee kinderen op de arm. Hun bezittingen in een kleine rugtas, dicht tegen elkaar zittend op de grond – alsof ze elkaar willen beschermen. Aan hun schoenen is te zien dat ze uit Midden-Amerika komen: de Amerikaanse grenspolitie heeft hun veters afgepakt, omdat die als wapen gebruikt kunnen worden. Met open schoenen wachten ze op wat komen gaat.

Vijf weken geleden vertrokken de vrouwen uit San Pedro Sula, in het noorden van Honduras, ruim tweeduizend kilometer verderop. Ze betaalden drie- tot vijfduizend dollar aan mensensmokkelaars, die beloofden hen naar Amerika te brengen. Ze reisden in kofferbakken, sliepen in lege treinwagons, liepen in de zon door open velden, totdat ze bij de Rio Grande aankwamen, de rivier die Mexico van de Verenigde Staten scheidt.

Isabel Moreno is één van hen. Ze is net achttien en heeft lang, sluik haar. Haar baby is nog geen jaar. Ze besloot een paar maanden geleden dat ze naar de VS wilde. In San Pedro Sula voeren lokale bendes een gruwelijke stadsoorlog, en kinderen worden al op jonge leeftijd gedwongen partij te kiezen. „Iedereen wil weg daar”, zegt ze. „Als je kunt reizen, moet je gaan.”

Ze vertelt dat ze wil werken in de Verenigde Staten. Een neef woont in Chicago, en had verteld dat ze gemakkelijk aan een verblijfsvergunning kan komen. Daarna kun je eenvoudig werk vinden. Ze hoorde hetzelfde verhaal in haar woonplaats. „Het risico nemen is beter dan daar blijven wonen”, zegt ze. Duizenden mensen hebben San Pedro Sula de afgelopen maanden verlaten, vooral jongeren tussen de 15 en 20 jaar.

De vrouwen op het busstation van Honduras werden na hun oversteek aangehouden door de grenspolitie. Ze hebben asiel aangevraagd in de VS. Die aanvraag moet door een rechter beoordeeld worden, maar de rechtbank in het nabijgelegen Harlingen loopt maanden achter met asielaanvragen. Daarom stuurt de grenspolitie hen naar het busstation, met een oproepkaart om zich over een jaar in de rechtbank te melden. Verder worden ze aan hun lot overgelaten. „De meesten gaan door het land zwerven”, zegt Josh Ramirez, die namens de stad belast is met de migratiecrisis. „We zijn de greep op het probleem kwijtgeraakt.”

Rubberbootjes

Amerika heeft altijd grote aantrekkingskracht gehad op mensen uit Midden-Amerika, met name Mexico. In de Rio Grande Valley heeft ruim 80 procent van de bevolking Mexicaanse voorouders, de grens is altijd open geweest. Spaans is hier de voertaal. De afgelopen paar jaar nam het aantal Mexicaanse migranten sterk af, door strengere grenscontroles, en een oplevende Mexicaanse economie. Het werd rustiger aan de oever van de Rio Grande.

Maar de afgelopen maanden wordt de grens vaker overgestoken dan ooit tevoren. Sinds oktober vorig jaar heeft de grenspolitie al 160.000 migranten aangehouden. Dat is een toename van 70 procent ten opzichte van vorig jaar. Nu komen ze uit Honduras, Guatemala en El Salvador. Ze zijn op de vlucht geslagen voor drugsoorlogen, geweld en armoede. In hun land gaan verhalen rond over Amerika: er is werk, en ze zijn welkom. De gestrande Hondurese vrouwen in McAllen vertellen dat president Obama binnenkort amnestie zal verlenen, zeker aan de minderjarigen. Ze hebben het zo vaak gehoord dat het wel waar móet zijn.

Een groot deel van de migranten is minderjarig. Sinds oktober zijn 52.000 minderjarigen aangehouden bij hun oversteek, en 39.000 meerderjarige moeders met kinderen. President Obama noemde het deze week „een humanitaire crisis”, en vraagt het Congres om 3,7 miljard dollar om de migranten te kunnen opvangen, en de grens beter te kunnen bewaken.

De grens is hier het Anzalduas Park, net buiten McAllen. Het is niet alleen een onherbergzaam natuurgebied, het is ook Ground Zero voor Amerika’s migratieprobleem. Hier komen veruit de meeste mensen binnen. De Rio Grande slingert zich in uitbundige lussen door de vallei, en wordt aan beide kanten omgeven door dichtbegroeid struikgewas. Oversteken is doodeenvoudig: de rivier is hooguit tien meter breed. De rubberbootjes van de migranten kunnen in een minuut aan de overkant zijn.

Het water is te ondiep voor politieboten. Twee jeeps van de Amerikaanse grenspolitie patrouilleren door het park. Maar de meeste migranten kunnen ontkomen in het immense natuurpark, dat bezaaid is met achtergelaten luiers, babyflesjes en kleding. Vanaf het park steek je een snelweg over en je bent al in McAllen.

In McAllen wordt duidelijk dat Amerika zich geen raad weet met de plotselinge crisis. Mexicaanse migranten worden meteen weer de grens overgezet – beide landen hebben dat in een verdrag afgesproken. Met de Midden-Amerikaanse landen is niets afgesproken. De grenspolitie houdt de meeste migranten, ook de kinderen en jonge moeders, tijdelijk vast in detentiecentra of geïmproviseerde cellen in leegstaande bedrijfspanden. Daar moeten ze blijven tot er een familielid of kennis is opgespoord in de Verenigde Staten, die een kind tijdelijk kan opnemen. De detentiecentra zitten helemaal vol, blijkt uit foto’s die fotografen maakten tijdens schaarse rondleidingen.

President Obama heeft de grenspolitie uitgebreid, en uitgerust met helikopters en drones. Het hevigst is de jacht op migranten zo’n tachtig kilometer ten noorden van de grens. Een checkpoint vlak voor het stadje Falfurrias controleert alle auto’s die de snelweg naar het noorden nemen. Dat is voor de grenspolitie eenvoudiger dan controleren langs de Rio Grande.

Flessen water in de bomen

Een uur rijden van McAllen, in Falfurrias, is sheriff Benny Martinez doodmoe na een dag patrouilleren. Martinez, een man met lang, grijs haar wiens Engels is doorspekt met Spaanse woorden, is sheriff van het district Brooks, een gebied zo groot als Flevoland. Vrijwel alle migranten die niet aan de grens aangehouden zijn, reizen via zijn district naar het noorden, naar steden als Houston en San Antonio. „Hier komen elke dag honderden mensen langs”, zegt hij. „We vinden er meestal maar drie of vier. Als ze nog in leven zijn.”

Uit angst voor het checkpoint laten mensensmokkelaars de migranten uitstappen, en tien kilometer naar Falfurrias lopen. „Die tocht”, zegt Martinez, „overleef je niet zonder gids. Migranten lopen in groepen, maar iemand die zwak is, of vragen stelt, wordt al snel achtergelaten.” Alleen al daarom patrouilleert Martinez dag en nacht. Hij wil levens redden, zegt hij, geen mensen arresteren.

Hoe vind je een mens in de uitgestrekte, verlaten velden van zuid-Texas? Er is maar één manier, zegt Martinez. Hij wijst naar boven. „Kijk naar de vale gieren”, zegt hij. „Als iemand verzwakt of buiten bewustzijn raakt, voelen de beesten dat. Dan cirkelt een hele groep op dezelfde plek rond, wachtend op het moment om de dode op te eten.”

Op zijn kantoor duurt het niet lang voordat Martinez de tranen uit zijn ogen moet vegen. Hij gaat eraan onderdoor, zegt hij. „Braindead. Zo voel ik me.” In zes maanden tijd vond hij al 37 lichamen, de meeste al volledig door dieren aangevreten. Hij kan soms niet eens meer zien of het een man, vrouw of kind was. „De meeste mensen sterven omdat ze verdwalen in de vallei. De zon droogt je helemaal uit.”

De sheriff schat dat hooguit één op de vijf doden gevonden wordt. Hij zorgt ervoor dat de lichamen begraven worden op een lokale begraafplaats. Verspreid over de begraafplaats staan metalen bordjes, met ernaast een boeketje. ‘Naam: onbekend.’ Hij hangt nu flessen water in de bomen, om de overlevingskansen van de migranten te vergroten.

Benny Martinez weet precies wie de mensensmokkelaars zijn. Er zijn een paar bendes actief in zijn gebied, en hij heeft al enkele vuurgevechten met ze gehad. Een paar jaar geleden werd een bende opgerold; een groep studenten. In de rechtbank vertelden ze dat ze met mensensmokkel waren begonnen om hun collegegeld te betalen. Gaandeweg werd de handel winstgevender. Ze verdienden miljoenen tot ze werden aangehouden; maakten foto’s waarop ze poseerden met stapels bankbiljetten. „Mensensmokkelaars verspreiden geruchten in Midden-Amerika en zorgen voor massaverhuizingen. Veel migranten krijgen pakketten cocaïne of marihuana op hun lichaam, waardoor ze ook dienst doen als drugssmokkelaar. Het frustrerende is: ik heb maar veertien man personeel. Ik ken hun vaste routes. Ik weet waar ze uitstappen, er is één plek waar de radar niet werkt. Dat weten zij ook. Toch zijn we bijna altijd te laat.”

Juist meisjes en jonge vrouwen worden aangemoedigd naar de Verenigde Staten te komen. Martinez zegt dat veel vrouwen onderweg verkracht worden door hun smokkelaars. „Een vrouw of meisje wordt tijdens de wandeling even van de groep afgezonderd; na de verkrachting sluit ze weer aan. Meisjes die zich verzetten, worden achtergelaten.” Sommige vrouwen praten erover, zegt hij, maar de meesten zijn bang dat hun smokkelaars wraak komen nemen.

Als de avond valt, parkeert Martinez zijn auto langs maïsvelden waarvan hij weet dat er op dat tijdstip mensen moeten lopen. Hij zoekt ze niet meer op, maar zet zijn zwaailicht en sirene aan. Hij hoopt dat ze, uitgedroogd en uitgeput, naar hem zullen komen. „Ze moeten kiezen: hun smokkelaar of ik. Ik hoop dat ze voor mij kiezen, al gebeurt het bijna nooit.”

Arrestaties lopen gemakkelijk mis. Vorige maand nog, zegt Martinez. Hij zag een jonge moeder met een vijfjarig meisje door een veld lopen. Toen hij naar hen toe liep, stoven ze verschillende kanten op. „Het heeft ons een hele nacht gekost hen terug te vinden. Ze hadden het zeker niet overleefd, het kind al helemaal niet.”

Iglesia! Kerk!

Het is dinsdagmiddag in McAllen. Een busje van de lokale Sacred Heart Church rijdt langs het busstation. „Iglesia! Kerk!”, roept de chauffeur, en neemt de vrouwen mee. Een paar straten verderop mogen ze weer uitstappen. Daar is de katholieke kerk van de stad veranderd in een commandocentrum. De kerk vangt de vrouwen en kinderen op die op het busstation rondhangen. Drie keer per dag brengt de bus nieuwe migranten naar de kerk.

Zuster Norma Pimentel, een oudere non met een wilskrachtige blik, heeft in een paar weken een enorme hulppost voor migranten opgezet. Buiten staan tenten waar ze tijdelijk kunnen blijven. In de kerk liggen stapels kleren, er is eten, en voor de kinderen is er speelgoed. „Deze mensen worden volledig aan hun lot overgelaten”, zegt Pimentel. „De regering staat niet voor ze klaar. Kinderen worden opgesloten, moeders worden op de bus gezet. Ze zijn gedesoriënteerd en weten totaal niet wat ze hierna moeten doen. Iemand moet hen helpen.” De migranten kunnen een paar dagen in de kerk blijven. Elke dag komen er tientallen mensen bij.

Als Isabel Moreno en de andere vrouwen uitstappen, worden ze door de vrijwilligers met applaus begroet. Norma Pimentel heeft dat ingesteld, om de vrouwen hun gevoel voor eigenwaarde terug te geven. Moreno mag in de kerk nieuwe kleren uitzoeken. Ze kiest babykleertjes uit en pakt voor zichzelf een paar schoenen. Ze doet haar veterloze sneakers uit.

Opmerkelijk is het grote aantal vrijwilligers: 301 inwoners van McAllen zorgen voor de migranten. Na een oproep op een lokaal radiostation moest Norma Pimentel driehonderd mensen wegsturen die ook wilden helpen. „Een crisis brengt het beste en het slechtste in mensen naar boven. McAllen is tolerant, de migranten worden met open armen ontvangen.”

Dat is niet overal zo. Deze week probeerden inwoners van Murrieta, in het zuiden van Californië, bussen met vrouwen en kinderen tegen te houden. De migranten waren in Texas gearresteerd, maar konden daar nergens meer terecht. Ze werden naar Californië gestuurd, waar de grenspolitie meer cellencomplexen heeft. De inwoners blokkeerden de weg, en droegen borden als ‘Retour afzender’ en ‘Geen illegalen meer’. „Wij hebben niet om dit probleem gevraagd”, zei burgemeester Alan Long. De migranten zitten nu in San Diego.

De demonstranten in Murrieta kregen veel bijval van Republikeinen die de kans grepen twee van hun vaste thema’s te bespelen – immigratie en federaal beleid. In de conservatieve pers verschijnen verhalen over ziektes die migranten met zich meedragen, en de voorzieningen waar ze gebruik van maken.

Een politieke oplossing is verder weg dan ooit. Even leek er gepraat te kunnen worden over een hervorming van het immigratiestelsel. Veel Republikeinse kopstukken, zoals senator Marco Rubio, pleitten voor een compromis om het probleem beheersbaar te maken. Strategisch kwam dat de Republikeinen goed uit: het aantal latino-kiezers in de VS groeit hard en de Republikeinen dreigen van deze groep te vervreemden. President Obama werkte een plan uit om illegalen die al in de VS zijn, de kans op Amerikaans burgerschap te geven. Daar tegenover zou dan een verscherping van de grensbewaking staan.

Maar de immigratiewet komt er niet. Deze week bleek dat de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, John Boehner, de wet niet eens in stemming wil brengen. Ook de 3,7 miljard dollar die Obama vraagt, zal er waarschijnlijk niet komen. De crisis is nu weer het probleem van Obama en niemand anders. Het Republikeinse standpunt werd deze week treffend verwoord door gouverneur Rick Perry van Texas: „Obama moet ze gewoon sneller terugsturen.”

Ondergronds

Sheriff Benny Martinez wordt boos als het gesprek op Washington komt. Hij voelt zich in de steek gelaten. „Dit was een gebied waar niet zo veel gebeurde. Opeens heb ik te maken met jongetjes van dertien die zes kilo cocaïne op hun buik dragen. Met een zwangere vrouw die naast een pijpleiding ligt te bevallen. Met georganiseerde bendes, schietpartijen en lijken.”

Brooks County is hierdoor zo goed als failliet, en de agenten zijn vrijwel overspannen. Het district stuurde een brief naar het Congres, met als bijlage de kosten die het de afgelopen vier jaar maakte om dode migranten te begraven: 628.172 dollar en 93 cent. „We worden begraven onder de kosten om ons land te beschermen, terwijl we een van de armste districten in de VS zijn”, schrijven de bestuurders.

Benny Martinez ziet maar één oplossing. De grensbewaking moet beter, vindt hij. Er moet een grotere en meer professionele politiemacht komen. En hij wil dat de illegale migranten die hier al zijn, een legale status krijgen. „Laat ze hier werken, belasting betalen, meedoen in de economie. Ze komen hier om werk te doen dat Amerikanen toch niet willen. We – ik zeg ‘we’, want ik hoor ook bij de overheid – hebben het probleem ondergronds gemaakt. Daardoor sterven er nu mensen op Amerikaans grondgebied.”