Manu Katché: Losse polsen

Als drummen toch eens zo makkelijk zou zijn als het er bij Manu Katché uitziet. In Congo vanavond zweefde zijn stokken boven het drumstel alsof het hem geen enkele moeite kost. Het maakte niet uit of hij nu de drums zacht aait, een snelle roffel laat horen of als hardhitter keihard op zijn trommels slaagt.

Direct begrijp je waarom de Fransman in de jaren tachtig en negentig door een reeks van popartiesten en bands werd ingehuurd, van Peter Gabriel tot Sting, van Simple Minds tot Jeff Beck, van Yousou N’Dour tot Jeff Beck. Vandaag was hij bandleider, die zelf naar de microfoon voor op het podium liep om de nummers te introduceren van zijn gelegenheidsgroep. Met bassist Richard Bona, saxofonist Stefano de Battista en Eric Legnini op piano vormde hij in 2012 speciaal voor het jazzfestival van Marciac een formatie. Dat beviel zo goed, dat ze bij elkaar bleven. Het spelplezier spatte er dan ook vanaf bij de vier musici die elkaar de ruimte gaven uit te blinken, te soleren en hun eigen voorkeuren uit te leven. Dus een stukje AfroJazz die Richard Bona zo graag speelt ‘for my people’, zoals hij het introduceerde. En een dialoog tussen De Battista en het publiek die zijn saxsolo’s enthousiast terugechode. De Battista kreeg het meest de gelegenheid om als showman te soleren, maar de groove van Katché ondersteund door de soepele basloopjes van De Bona bepaalden de frisse sound van deze band.

De Congo was tijdens het optreden nauwelijks te bereiken door de drukte die zich langs Al Jarreau erheen spoedde in de Nile. Katché ging met spijt van het podium. “We moeten weg, maar de volgende keer komen we langer spelen”, zei hij tot het enthousiaste publiek.