Ik sta tachtig kilometer van de grens

foto peter de krom

Als pechcentralemedewerker werd me al snel duidelijk dat bijna niemand die belde precies wist waar hij was. Ik heb daar vele redenen voor gehoord variërend van „de wegen hebben hier geen nummers” tot „ze maken in dit land geen gebruik van plaatsnamen”.

Van mij werd verwacht dat ik als een sint-bernardshond op zoek ging naar deze stumpers met pech en ze terugbracht naar de beschaving.

Een speciaal plekje in mijn hart is nog steeds voorbehouden aan meneer Waddinxveld uit Pernis, die in Italië was gestrand en mij zo goed en zo kwaad als het ging hielp om hem te vinden: „Ja mevrouw, nu moet u eens goed naar me luisteren. Wij staan hier in de middle of nowhere, begrijpt u! DE MIDDLE OF NOWHERE! ER IS NIEMAND OM HET AAN TE VRAGEN!”

„Meneer, u begrijpt toch ook dat ik niet iemand naar u toe kan sturen als ik niet weet waar u staat?”

„Ik zie alleen maar bomen, het is godverdomme een bos, dat heb ik nu al DRIE keer gezegd!”

„Hebt u enig idee welke plaats in Italië u het laatst gepasseerd bent voordat u het bos inreed, zodat ik tenminste weet van welke kant u kwam? Of weet u desnoods alleen de provincie waarin u bent?”

„NEE, wat zijn dat voor KUTVRAGEN! Ben ik hiervoor verzekerd? Ik zal u wat vertellen, ik vind dit een service van likmevestje!”

Nou heb ik Nederlanders teruggevonden die zeiden „ik sta ongeveer vijftig kilometer van Parijs”, en Nederlanders die zeiden: „Ja mevrouw, Kroatië is Kroatië hoor, en waar ik nu precies sta... Ik denk ongeveer tachtig kilometer van de grens, maar welke grens precies, pfoeee...”

Allemaal lieve verdwaalde landgenoten gestrand op de zandpaden van Europa, en allemaal werden ze teruggevonden. Alleen meneer Waddinxveld heb ik nooit kunnen vinden. Als de enige aanwijzing een Italiaans bos is om in te zoeken, dan kan er weinig voor je worden gedaan. Dan zal je je duim op moeten steken en hopen dat er iemand langskomt die stopt.

Meneer Waddinxveen was, zo bleek later, onvindbaar in Italië, omdat hij daar niet was. Hij was in Oostenrijk. De verklaring die hij gaf voor deze verwarring luidde als volgt: „Sinds de grenzen open zijn, weet je als mens gewoon helemaal niet meer waar je bent.”

Verder vond hij dat wij als alarmcentrale een tracking systeem zouden moeten hebben voor onze cliënten, en ik zei dat het er vast ooit van zou komen dat wij zijn privacy zo mochten schenden, maar dat hij tot dan zijn uiterste best moest doen om in elk geval te onthouden in welk land hij zich bevond, zodat wij hem konden helpen als hij belde. „Desnoods schrijf je het voor jezelf op een briefje.” Wat hij een onbeleefde opmerking vond en waar hij bij terugkomst zeker een klacht over zou indienen.

En wij collega’s keken elkaar aan en zuchtten: „Dat is het hoogseizoen, en volgende week wordt het allemaal nog veel erger.”