Ik ben allergisch voor machomanagement

Tussen de problemen bij de Belastingdienst door werkt staatssecretaris Eric Wiebes aan een nieuw belastingstelsel waar VVD én PvdA mee kunnen leven. „Je moet juist niet doen wat in de verkiezingsprogramma’s staat.”

Foto david van Dam

Het is een ongebruikelijke manier om naam te maken als politicus: uitgebreid uitleggen waarom dingen niet kunnen. Toch is dat precies wat Eric Wiebes, de nieuwe staatssecretaris van Financiën, in de eerste maanden na zijn aantreden deed.

Hij blokkeerde de invoering van de huishoudentoeslag, waarmee coalitiepartijen VVD en PvdA zo graag de wildgroei van fraudegevoelige toeslagen wilden terugdringen en 1,2 miljard besparen. Kán niet, meldde Wiebes zijn collega’s in het kabinet. Om kort daarna te zeggen dat computersystemen bij de Belastingdienst zo moeizaam draaien dat ze een risico voor de bedrijfsvoering zijn. En toen kwam de mededeling dat de belastingwetten eigenlijk te complex zijn geworden om goed uit te voeren.

Het kabinet mag volgens sommigen ‘uitgeregeerd’ zijn, voor de nieuwste aanwinst geldt dat zeker niet. Na de zomerstilte zullen we nog veel van VVD’er Wiebes (51) horen. Niet alleen wil hij een nieuw belastingstelsel bedenken dat de werkgelegenheid moet aanjagen. Hij moet tegelijk een steeds moeizamer opererende Belastingdienst oplappen – het taaie dossier waarin zijn voorganger Frans Weekers verstrikt raakte. En dan speelt er ook nog een fraudeonderzoek naar verduistering van 20 miljoen euro door een belastingmedewerker.

Geen gemakkelijke agenda. Maar Wiebes lijkt niet te kunnen wachten. Tijdens het gesprek, zijn eerste grote interview als staatssecretaris, kan hij nauwelijks in zijn stoel blijven zitten. Als hij zijn plannen ontvouwt, heeft hij aan woorden niet genoeg. Hij schuift met blocnotes en glazen, hij tekent, wijst en zwaait. Hij spreekt theatraal, vaak met stemverheffing.

Alles verbindt hij aan zijn hoogste doel: werkgelegenheid voor alle Nederlanders die kunnen werken. Dan zouden er meer banen zijn dan nu, de helft meer, heeft de voormalige consultant berekend: „Stel je voor: een samenleving die anderhalf keer zoveel betrokkenheid heeft, anderhalf keer zoveel bijdraagt aan welvaart en welzijn. Wat zou dat betekenen voor je huishouden, voor het bedrijf waar je werkt, voor de klas van je kinderen, de zorg?”

De fixatie op werk zit diep, en is persoonlijk. Hij komt, vertelt hij, uit een gezin waar niet werd gewerkt. „Mijn vader overleed toen ik negen jaar oud was, mijn moeder werkte niet. Werk was een onbekend fenomeen. Ik heb op school wel eens gedacht, waarom zouden mensen eigenlijk werken? Als je dat voorbeeld mist, duurt het even voor het kwartje valt. Toen het viel, merkte ik dat ik een doel in het leven kreeg. Werk inspireert; het levert je vriendschappen op. Wie werkt, beleeft iets. Werken is goed voor iedereen, voor het land. Werk zorgt voor léven.”

Hoe werd u gevraagd om staatssecretaris te worden?

„Ik werd op een avond gebeld door Mark [Rutte, premier en partijleider]. Hij vroeg mij recht voor zijn raap of ik dit wilde doen. Maar ik was wethouder in Amsterdam, de gemeenteraadsverkiezingen kwamen eraan en ik had het verkiezingsprogramma geschreven. Ik zei dat ik het alleen zou doen als lijsttrekker Erik van der Burg het goed vond. Mark had hem al gesproken maar hem dat niet duidelijk gevraagd. Na een uur belde een aangeslagen Erik van der Burg. Hij had ja gezegd. Ook ik was aangeslagen. Ik had met Erik een gouden samenwerking gehad, ik was dol op alle Amsterdamse raadsleden. Amsterdam was enig, echt enig.”

Waarom zei u dan ja tegen Rutte?

„Belastingen werken verstorend. Ze zijn het beste instrument om te zorgen dat werkenden minder gaan werken, dat ondernemers minder gaan ondernemen, dat consumenten minder gaan consumeren en dat je talent en vermogenden de grens over jaagt. Als je dat weet, heb je de plicht ze zo min mogelijk verstorend te maken. Dan is het verboden om nee te zeggen tegen zo’n functie.”

U beschrijft uw ideeën over belastingen als evidente waarheid, maar uw VVD en coalitiepartner PvdA zijn het zeer oneens over hoe je belastingen heft, wat het beste is voor de economie.

„We moeten niet verbaasd doen als partijen verschillende opvattingen hebben. Daarvoor zijn ze opgericht. Als PvdA en VVD het naadloos eens zouden zijn over belastingheffing, dán was het nieuws. Maar over één ding zijn de partij die arbeid in haar naam heeft staan en de VVD, die overal ‘werk-moet-lonen-posters’ plakt, het hartgrondig eens. Werk is goed voor mensen.”

Gaat u als VVD’er te werk, of als neutrale pragmaticus?

„Toen ik het parkeerdossier in Amsterdam moest aanpakken, heb ik niet de handboeken van GroenLinks, PvdA en VVD gepakt en gekeken waar ze elkaar overlapten. Dat is haalbaarheidsopportunisme. En op dit dossier waren ze volstrekt onverenigbaar. Dus dat zou tot niets leiden.

„Ik ging op zoek naar de diepere waarheid achter de verschillende standpunten. GroenLinks wilde namelijk niet dat mensen hun auto’s wegdeden. Ze wilden gewoon meer openbare ruimte. De VVD wilde niet per se nieuwe parkeerplaatsen, als bewoners hun auto maar kwijt konden.

„Ik ging in een imaginaire helikopter boven de stad hangen en zag dat er ’s avonds en in het weekend 12.000 parkeerplaatsen van bedrijven ongebruikt waren. Daarmee kon je alle bewoners bedienen en P&R-plekken maken zonder nieuwe parkeerplaatsen aan te leggen. Het resulteerde in een plan waarmee ik meer openbare ruimte kon creëren dan in het programma van GroenLinks stond. Ik hoefde de tarieven minder te verhogen dan in het programma van de PvdA en er kwamen meer vergunningen dan in het programma van de VVD. Ik heb dus drie verkiezingsprogramma’s ruimschoots overtroffen door juist niet te doen wat daar in stond.”

Is deze methode-Wiebes herhaalbaar bij de belastingherziening?

Wiebes begint te stralen. „Dat is ietsje complexer, maar ik zou… Ik denk dat het kan. Dat is de lol van de belastingherziening, om iets nieuws te bedenken en niet de discussies van al mijn voorgangers en hun opponenten over te doen. Of het lukt? Ik geloof dat je bij de overheid wel tien keer tegen een bal moet trappen voor die het doel in gaat. Misschien ben ik de tiende die trapt. Zo niet, dan moet degene na mij ook nog eens gaan trappen. We moeten niet meteen het walhalla verwachten, want dan kun je snel teleurgesteld raken.”

Wat moet er per se veranderen?

„Ik kan één ding noemen: vereenvoudiging is geen keuze. Neem autobelastingen: 25.000 aanslagen moeten met de hand worden verwerkt! We hebben een groeiend fraudedossier rondom import en export van auto’s. De aanpassingen die de wet van ons eist, zijn onmogelijk met de computersystemen die we hebben.

„We hebben de afgelopen tien jaar ieder jaar – ie-der jaar! – de belastingen ingewikkelder gemaakt. Consequent. Als we daar mee doorgaan, gaat het echt helemaal fout. Je kunt voor of tegen belastingen zijn, maar iedereen weet dat het eenvoudiger moet. En als iemand dat vergeet, wil ik ze daar bijzonder graag aan herinneren.”

Tien jaar geleden was er ook een belastingherziening die voor een duurzaam fiscaal stelsel moest zorgen.

„Elke tien jaar moet je de zolder opruimen. Je denkt altijd: jeetje, wat zijn we dom geweest: waarom heb ik nu al die tijd de hele zolder vol gezet met troep? Maar dat doet toch iedereen? Ik ook. Moeten we ons dan in het stof wentelen dat we al die jaren zo dom zijn geweest? Nee, dat gebeurt met een zolder. En dan sjouw je net zo lang dozen weg tot ie weer leeg is. Dat is niet onmogelijk. Dat is normaal.”

Veel wil hij niet zeggen over hoe hij de komende maanden zijn belastingherziening door het parlement wil loodsen. Maar Wiebes laat doorschemeren dat hij al verkennende gesprekken heeft gevoerd met partijen die hem in de Eerste Kamer aan een meerderheid kunnen helpen. Hoewel hij zijn zoektocht naar steun daartoe niet wil beperken. „Iedereen die meer werk en banen wil, is van harte uitgenodigd om mee te praten. De rest mag thuisblijven.”

Terwijl Wiebes zo de belastingzolder opruimt, moet hij ook de verkruimelende fundamenten van zijn huis repareren. Want de Belastingdienst die zijn plannen straks allemaal moet uitvoeren, lijkt op sommige dagen nauwelijks in staat ongehavend de avond te halen. Problemen, vooral met automatiseringssystemen, volgen elkaar in hoog tempo op.

Wist u waar u in terechtkwam?

„Na een paar weken was ik erachter dat ik een nieuwe Noord-Zuidlijn terug had: de Belastingdienst. De patroonherkenning was bijna schokkend. De Noord-Zuidlijn had een professionele organisatie, met sommige van de beste mensen in hun vak. Maar voor dat budget zonder fouten in de slappe grond van Amsterdam tunnels boren onder een matig gefundeerde negentiende-eeuwse buurt en met stations die we op 2,5 meter van de gevel 22 meter diep met een steile damwand laten afzinken. Echt, dat is On-Mo-Ge-Lijk!

„We deden in Amsterdam alsof er geen fouten werden gemaakt, omdat men dat niet zou accepteren. Maar dat hoeft niet. Bij de metrolijn kwam er wel eens een fonteintje boorvloeistof omhoogspuiten uit de straat. Als je dat Amsterdammers maar vertelt, dan worden ze niet gek, maar zeggen ze gewoon: ‘geinig fonteintje, even de gemeente bellen’.

„En Nederlanders zijn net Amsterdammers. Als mensen maar weten dat de Belastingdienst op zichzelf heel goed functioneert, maar elke dag wel een paar fouten maakt – en die meld je ook – dan accepteren ze dat. Als NS een keer een vertraagde trein heeft, heeft ze toch ook niet meteen gefaald?”

Dat ligt allemaal nogal voor de hand?

„We zijn in een val geraakt. We hebben bij de Belastingdienst beloofd nooit fouten te maken. Dat is onmogelijk als je geen problemen hebt – en wij hebben die wel, met processen en automatisering. We krijgen ook nog onmogelijke opdrachten, zoals die autobelastingwetgeving van 2014, die nog niet eens helemaal is ingevoerd.”

Hoe probeert u uit die val te raken?

„Ik heb eerst de directie verteld dat we alle fouten elke dag gaan melden, standaard.”

Hoeveel weerstand is er tegen?

Als je het de top-50 managers van de dienst vertelt, vinden ze het soms verbazingwekkend, maar zijn ze het er wel mee eens. Met het verspreiden van die boodschap onder de 30.000 medewerkers, ben ik misschien nog wel een jaartje zoet.”

Het zijn toch die managers die voor de cultuur van zwijgen hebben gezorgd?

„Wat u mij vertelt is dat het nog een hele strijd wordt. Ja, dat klopt. Het is niet even aan een knop draaien. Ik ben ook door mijn ambtenaren gewaarschuwd. Als je alles vertelt, zeiden ze, ben je kwetsbaar, omdat mensen zien dat je fouten maakt. Mijn antwoord was: maar dat is precies wat we willen.”

Toen u twee maanden na uw aantreden het samenvoegen van vier toeslagen tot één huishoudentoeslag stopzette, noemde deze krant dat uw eerste mislukking. U ziet dat anders.

„We waren al op allerlei terreinen met onmogelijke opdrachten bezig. Toen ik er na anderhalve week achter kwam dat die huishoudentoeslag ook niet kon, dacht ik: we moeten deze trend keren. Het kwam erg vroeg, mijn geloofwaardigheid zat op niveau nul. Je kan dan de weg opgaan van ja zeggen als je nee bedoelt, maar dan wordt het daarna wel heel ingewikkeld.”

Welke reacties kreeg u?

„Ik ga geen ministeries noemen, want we werken allemaal aan een betere wereld, maar er kwam van alle kanten ambtelijke weerstand. Iedereen was gaan geloven dat het wel kon. Ik heb toen voorgesteld de uitvoeringstoets over te doen, maar dan samen met die andere departementen, in een soort open atelier. De conclusie daarvan was vernietigender dan die van mijzelf. Dat was confronterend. De Belastingdienst is trots, zegt nooit dat iets niet kan.”

En hoe viel het in het kabinet? De huishoudentoeslag zou ook een besparing van 1,2 miljard opleveren.

„Ik ga niets vertellen over de ministerraad. Maar ook Rutte en Asscher geloven dat je geen dingen moet doen die niet kunnen.”

Het punt is: hoe komt het zover dat ambtenaren en bestuurders in maatregelen geloven die helemaal niet kunnen?

„Als je iets heel graag wilt, ga je geloven dat het kan.”

Maar hoe kan men die enorme juridische en technische bezwaren tegen de huishoudentoets die u in april schetste over het hoofd hebben gezien?

„Mjaahh… hoop leidt soms tot verwachting.”

Tot blindheid?

„Ja.”

U heeft net bekendgemaakt dat een belastingmedewerker wordt verdacht van verduistering. Waar schrok u het meest van: dat iemand dat deed of dat het mogelijk was om met één druk op de knop 20 miljoen zoek te maken?

„Het is absoluut niet zo dat iemand hier zo op een knop kan drukken. Ik kan er niets over zeggen, dat tast het onderzoek aan. Maar vergelijk het gevoel met een museumdirecteur die te horen krijgt dat er een doek weg is.”

Hoe hard schold u?

„Ik vloek niet zo gauw. De museumdirecteur wordt erg verdrietig. Dat was ik ook.”

Uw voorganger werd in het toeslagendossier door zijn ambtenaren onvoldoende of slecht geïnformeerd. Hebt u daar ook last van?

„Er was een cultuur waarin mensen nog niet gewend waren om fouten te herkennen, te erkennen en te communiceren. In zo’n organisatie weet je soms niet wat er aan de hand is. En dat is voor een staatssecretaris lastig als de Kamer door gebrek aan informatie achterdochtig is geworden.

„Zijn we daar nu van af? Nee, natuurlijk. Ik moet nu samen met de directie op toernee om alle medewerkers te gaan vertellen dat we dat echt willen weten, dat er geen boosheid is over fouten, want die willen we juist opsporen en herstellen.”

Had u niet allang mensen binnen de Belastingdienst moeten vervangen?

„Die adviezen kreeg ik. Mensen die rücksichtslos en ongefundeerd roepen dat je moet reorganiseren en de hele directie eruit moet gooien. Maar dat is een schroef indraaien met een hamer. In de vijftien jaar dat ik als consultant naging hoe organisaties verbeterd konden worden, ben ik daar allergisch voor geworden. Het zijn oppervlakkige kletspraatjes. Machomanagement waar niemand bij geholpen is.”