Hup Holland

Wat blijft, is toernooiplicht, niet het genot van nog één wedstrijdje. Voor de bondscoach en voor de generatie Robben, Van Persie, Sneijder, De Jong en Kuijt is een troostfinale alleen zout in de wonde. Hun doel was thuiskomen met de wereldtitel, als kroonjuweel van een carrière, als voetafdruk van een cultuur. Voor vervangende glorie konden ze in nationale competities ook terecht.

Het WK van Oranje is goed geëindigd, als herstel van reputaties. Neem Nigel de Jong: in 2010 in Zuid-Afrika weggehoond als hooligan, nu een voorbeeld van discipline en hondentrouw. Er werd gesmeekt om zijn terugkeer in de basis voor de halve finale. En ja, het wonder geschiedde: ondanks een vaag gehouden blessure was hij paraat, schielijk verrezen uit de halfdood. In de solist zonder gearticuleerd vaderland weerkaatste ineens een boegbeeld van de natie. Multiraciaal werkvolk, voorop. Niet eerder was De Jong in de polder zo ongeremd geliefd en bejubeld. Het raakte hem, zo bleek ook uit zijn onverwachte lippendienst aan het Wilhelmus.

Sacraal geprevel.

Eerherstel was er ook voor Arjen Robben. Sinds jaar en dag schisma in de volksgunst. Geliefd door de een, verguisd door ander. Enerzijds een fanfare van respect en adoratie om zich heen, anderzijds genadeloos weggezet als onverbeterlijk chagrijn. Komediant van de vallende ziekte ook. En nu dan unisono begroet als keur-Hollander, vervuld van genade. De kalende schicht uit Bedum voltooide in Brazilië zijn mentale ongrijpbaarheid. Dat was ooit anders, weten ze bij PSV.

De bedroevende reputatie van het verdedigende compartiment van Oranje – ook ongedaan gemaakt. De defensie stond als een huis, met Ron Vlaar, Bruno Martins Indi en Stefan de Vrij al even autoritair als Paolo Maldini en Franco Baresi destijds bij AC Milan. Voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal lijkt verdedigen tot kunst te zijn verheven. In een ietwat abstracte poldervariant van het catenaccio.

De grootste reputatiesprong was er natuurlijk voor Louis van Gaal. De strategische kwaliteiten van de bondscoach waren genoegzaam bekend. Dat hij spelers op scherp kan zetten, was ook geen nieuws. Maar dat hij zichzelf kon omtoveren van onbehouwen dompteur tot een bijna verlegen charmeur hadden weinigen nog verwacht.

Ondanks het missen van de wereldtitel bereikte Louis in Brazilië de mythische status van Rinus Michels. Als coach is hij nu in Nederland iedereen voorbij. Als mens heeft hij zijn beruchte hondsdagen uit het verleden bijna doen vergeten. Is het de wijsheid van jaren? Onthechting na veelvuldig succes? De zachte hand van zijn vrouw Truus? Van Gaal koestert het mysterie omdat het hem in spiegelbeeld bevestigt als unicum.

Over de reputatie van de KNVB kunnen we kort zijn: die is er namelijk niet. Orgaan zonder gezicht, sfeerloos in hebben en houden, ouderwets krenterig. Voorzitter Michael van Praag is meer in de zelfbedachte roes van een internationale bobocarrière dan in de vreugde van Oranje. Zijn guerrilla tegen Sepp Blatter bleek een onnozel strovuurtje. Hij leeft ambitieus verder in een diplomatieke huid, wachtend op decoraties.

Eerherstel ook voor de Oranje-fans. Deze keer geen lucratieve onzin met Bavariajurken en ander proletarisch vermaak. Alleen vrolijke, vriendelijke mensen op de warme temperatuur van het gastland. De clichés van Noord en Zuid (voor even) uit de ziel weggebrand in Rio en São Paulo. Grimmige volksaard tijdelijk ingeruild voor Latijnse savoir vivre.

En daarmee ook een bezwaard geweten voor het morele equivalent van dit WK: het ondraaglijke lot van mensen in de favela’s. Hup Holland Hup werd niet aangevuld met de strofe Hup Armoede Hup.

Schuldig verzuim.