Een onzinnige gedachte dat kabinet-Rutte is uitgeregeerd

‘Bruggen slaan’ was het motto van het kabinet van VVD en PvdA dat nog geen twee jaar geleden aantrad. De twee partijen drukten deze leus af op hun regeerakkoord. „Dus reiken wij elkaar de hand en halen we het beste uit elkaar”, schreven VVD-leider Rutte en PvdA-leider Samsom in de inleiding op het akkoord. Dat ‘elkaar’ sloeg op hun beider partijen, politieke tegenpolen eigenlijk.

In het euforische gevoel over deze handreiking dat de politieke leiders leek te bevangen, zagen zij bijna over het hoofd dat er meer kloven te dichten waren. Naar de maatschappij, zeker, maar ook naar partijen in de oppositie, omdat de politieke realiteit leerde dat de coalitiepartners geen meerderheid in de Eerste Kamer hebben, een onvolkomenheid die aanvankelijk werd onderschat.

Twintig maanden later kan worden vastgesteld dat de brug naar sommige oppositiepartijen, D66, ChristenUnie, SGP, met succes is geslagen. Zij tekenden een klein jaar na de installatie van het tweede kabinet-Rutte voor de begrotingsafspraken die er voor 2014 werden gemaakt. Ze waren, net als een enkele keer GroenLinks, betrokken bij andere akkoorden en droegen er zo toe bij dat het kabinet nu al grote delen van zijn voornemens in het regeerakkoord in wetgeving heeft omgezet. Dat getuigde van verantwoordelijkheidsgevoel en was overigens niet louter een daad van altruïsme: zij realiseerden zo meer van hun eigen verkiezingsprogramma dan wanneer zij foeterend aan de kant waren blijven staan.

Voor de parlementaire democratie en de positie van het parlement is het heilzaam dat het kabinet niet op een vanzelfsprekende meerderheid kan rekenen. Het lijkt er warempel op dat het dualisme niet langer slechts in schijn bestaat. Al is het nog steeds zo dat het publieke Kamerdebat pas volgt als de deal al is gesloten. Bij de feitelijke besluitvorming blijven de deuren dicht. De winst is wel dat partijen daarna openheid van zaken geven over het akkoord dat ze hebben bereikt, wat ze hebben binnengehaald en welke concessies ze hebben moeten doen.

Premier Rutte heeft zich dus bewezen als bruggenbouwer en dat verdient waardering. Hetzelfde geldt voor onder anderen een minister als Dijsselbloem (Financiën, PvdA) die zijn financiële grenzen bewaakt, maar een pragmatische houding daarbij niet schuwt.

Hoe noodzakelijk overleg met de ‘meest geliefde oppositiefracties’ is, bleek weer deze week, waarin de Eerste Kamer het parlementaire seizoen afsloot. Een van de belangrijkste hervormingen van het kabinet, opgeschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, betreft de reorganisatie van de langdurige zorg. De Wmo legt de uitvoering van de thuis- en andere zorg bij de gemeenten, een bezuiniging van 1,5 miljard. Het voorstel werd in de senaat dinsdag ternauwernood aangenomen: 37 stemmen voor, 36 tegen.

D eze wet is een van de redenen waarom het een onzinnige gedachte is dat het kabinet is ‘uitgeregeerd’, zoals hier en daar is gesuggereerd. Het kabinet heeft veel gezaaid, maar het moet nog oogsten en het weet dus niet of de oogst er gezond zal uitzien. De zorg voor ouderen en gehandicapten bijvoorbeeld raakt de burgers op directe wijze. Ook al zijn de gemeenten per 1 januari daarvoor verantwoordelijk, het is aan het kabinet om nauw in de gaten te houden of ze daartoe in staat blijken. Een wet bedenken is een, hem effectief uitvoeren is iets anders.

Tot de grotere vraagstukken behoort de werkloosheid die nog steeds hoog is. Het kabinet staat voor de vraag hoe het via belastingingrepen kan bijdragen aan de noodzakelijke verlaging van de arbeidskosten. De bedreiging die het jihadisme in binnen- en buitenland vormt, vergt permanente aandacht. De veranderende verhoudingen in Europa en elders roepen de vraag op of de krijgsmacht nog wel de middelen heeft om daarop adequaat te reageren. De discussie over rol en taak van de Europese Unie is actueler dan ooit. En dan zijn er nog de onvoorziene gebeurtenissen die altijd komen. Regeren is ook reageren.

De kans op oplopende spanningen in de coalitie is zeker aanwezig. Vooral de PvdA kampt met slechte peilingen en interne wrevel. De Provinciale Statenverkiezingen van volgend jaar kunnen de partijpolitieke verhoudingen op hun kop zetten. Maar voorlopig geldt: laat het kabinet doorgaan met waarmee het bezig is.