Dummies aller landen, verenigt u

Economie is volgens hem voor 95 procent gewoon een kwestie van gezond verstand. Daarom kan en moet íédereen zich er een mening over vormen. „Probeer het alsjeblieft.”

„Bedrijven ontslaan liever personeel dan dat ze investeren in groei. Dat eerste levert direct geld op.” Foto Roger Cremers

De economie is te belangrijk om aan economen over te laten. Kijk maar wat er van komt. Het huidige economische model, het pure vrijemarktdenken, is ontsproten aan de breinen van economen. Gewone mensen kwamen er niet aan te pas – die zouden er toch niks van begrijpen. Maar dat model heeft wel voor veel ellende gezorgd. Falende banken die de samenleving op hoge kosten joegen. Een wereldwijde recessie. Schrijnende ongelijkheid.

Opvallende woorden voor een econoom, zeker voor een econoom van de prestigieuze Cambridge University, een bolwerk van het kapitalisme. Maar de Zuid-Koreaan Ha-Joon Chang mag graag prikkelen. Hij is een dwarse denker.

Drie jaar geleden schreef Chang een opvallend boek (23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme), waarin hij hard uithaalt naar het neoliberale marktdenken. Niet dat dit nou volslagen rot is. Maar het kapitalisme heeft vreselijke kanten. Je moet het in bedwang houden, door een sterke overheid. Het kapitalisme is „een beest dat je in een hoek moet drijven”.

Chang maakte naam als gezaghebbend criticus van het blinde geloof in de heilzame werking van de vrije markt. Zijn boodschap sloot aan bij een diep gevoel van onbehagen dat wereldwijd was ontstaan na het begin van de financiële crisis in 2008. ‘23 dingen’ werd een internationale bestseller.

Nu is hij opnieuw op missie. Chang wil ‘gewone’ mensen aansporen om de uitwassen van het kapitalisme te bestrijden. Mensen moeten proberen, nee hebben zelfs de plicht, vindt hij, om zich te verdiepen in de economie en zich er een mening over te vormen. Zodat zij kunnen meebepalen hoe onze economieën eruitzien.

Chang pleit voor „economisch burgerschap”. In een vraaggesprek tijdens een bezoek in Nederland stelt hij dat het ook niet moeilijk is om een mening te vormen over economie omdat economie niet ingewikkeld is. „Het is voor 95 procent een kwestie van gezond verstand.”

Chang vindt het raar dat mensen wel van alles vinden over bijna alle andere dingen, de oorlog in Irak, het homohuwelijk, maar niet over economie. „Het zijn economen die ons laten geloven dat economie moeilijk is.”

Met een nieuw boek wil Chang de mensen aansporen zich te roeren. Economie, de gebruiksaanwijzing, is een soort economie for dummies. Daarin neemt hij lezers mee op reis langs de economie, waarbij hij klassieke denkbeelden op zijn kop zet. Zoals dat het kapitalisme in het westen hoogtijdagen kon beleven – niet doordat de overheid ondernemers geen strobreed in de weg legde, maar juist doordat de overheid zich overal mee bemoeide. Zijn betoog verlevendigt Chang met humoristische verwijzingen naar culthits als The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy en Monthy Python’s Flying Circus. Chang: „Ik wil mijn medeburgers tot actie oproepen, om iets over economie te leren en een mening te vormen. Probeer het alsjeblieft”.

De economie snappen is één. Maar hoe kunnen mensen echt iets veranderen?

„Het is niet eenvoudig om beleid te beïnvloeden. Maar als mensen duidelijk laten horen wat zij goed economisch beleid vinden, dan moet de politieke elite uiteindelijk luisteren. Dat is het idee van een democratie.

In de jaren zestig en zeventig was volledige werkgelegenheid een van de belangrijkste beleidsdoelen in veel Europese landen. De samenleving eiste dat. De werkloosheid was toen 1 of 2 procent. Nu hebben we werkloosheid van 6, 7 procent. Omdat we dat als acceptabel zijn gaan beschouwen.”

Is het zo simpel?

„De belangen zijn natuurlijk groot. Je kunt weerstand verwachten van degenen die nu profiteren van het systeem. Je kunt het debat winnen, maar de machtigen kunnen jou vervolgens negeren. Dat gebeurt vaak. Maar het startpunt van een betere samenleving is vragen stellen bij waarheden die je als absoluut worden voorgeschoteld.”

Kun je van mensen verwachten dat zij zich inzetten voor een rechtvaardigere, solidaire economie? Misschien zijn ze vooral met zichzelf bezig.

„Het is in je eigen belang om je in te zetten voor een beter systeem. Het kan tijdverspilling lijken om economieboeken te lezen en naar het financiële nieuws te kijken. Je kunt liever willen basketballen met je vrienden of televisiekijken. Maar als je geen verstand hebt van economie, kun je ook niet voor je belangen opkomen.

De Amerikaanse economie is de afgelopen dertig jaar gemiddeld met 2 of 3 procent gegroeid. Maar de gemiddelde lonen zijn nauwelijks gestegen. Als er een ander economisch beleid was gevoerd, als je je daarvoor hard had gemaakt, had je wellicht zelf meer geprofiteerd van de welvaart.”

Wat moeten mensen in ieder geval weten over economie, volgens u?

„Het belangrijkste is dat er niet één juist antwoord is, zoals met exacte wetenschappen. Zodra je dat weet, kun je vraagtekens plaatsen bij wat economen presenteren als ‘de waarheid’ en vragen om ander beleid. Economie is geen wetenschap. Het is een politieke theorie. Achter elke economische waarheid schuilen politieke en morele waarden. Vaak hebben die waarheden overigens ook nog iets te maken met de belangen van degenen die ze verkondigen.”

Ongelijkheid is geen onvermijdelijke uitkomst, zoals economen ons vaak willen doen geloven. Zij is niet zoals slecht weer, wat er gewoon is. We kunnen de ongelijkheid tegengaan.”

Wat schort er aan het huidige kapitalistische systeem?

„Er is van alles mis mee. Tussen de jaren 50 en 70 heeft het kapitalisme ons veel opgeleverd. De wereldeconomie groeide met 2 tot 3 procent per jaar. Er waren nauwelijks bankencrises en de ongelijkheid in veel landen was weliswaar groot, maar nog lang niet zo groot als nu.

Nu hebben we amper groei, de ongelijkheid is overal fors toegenomen. En we komen handen tekort om alle financiële crises te tellen. Hoe komt dat? Omdat we veel te veel hebben gedereguleerd, met name in de financiële sector. De markt is te machtig geworden. Het kapitalisme is het beste systeem van alle systemen, maar het werkt alleen als je het beheerst. De jaren 50-70 waren juist succesvol doordat er toen strenge regels waren.”

Zijn we iets opgeschoten met het opnieuw reguleren van de financiële sector? U zei zes jaar geleden al dat we dáár moesten beginnen, omdat daar de grootste verrotting zat.

„We zijn zeker niet ver genoeg gegaan. We missen een cruciaal onderdeel van de remedie. De nieuwe regels gaan vooral over kapitaalbuffers, geld dat banken kunnen gebruiken om klappen op te vangen. Maar we hebben nog steeds niets gedaan aan de complexiteit van financiële producten. Die stond aan de basis van de problemen. Banken ontwikkelen die producten nog steeds. Sterker, dat doen ze meer dan ooit. Dwing banken te stoppen met ingewikkelde producten.”

Naar wat voor economisch model moeten we toe volgens u?

„Ik wil een systeem waarbij er veel meer wordt geïnvesteerd in dingen die de productiviteit vergroten. Bedrijven investeren nauwelijks in onderzoek en opleiding. Omdat ze onder druk staan van aandeelhouders die snel geld willen zien. Bedrijven ontslaan liever personeel dan dat ze investeren in groei. Dat eerste levert direct geld op. Dit kun je tegengaan door bijvoorbeeld een speciale belasting op winst op aandelen. Des te langer beleggers ze vasthouden, des te minder ze betalen. Daarnaast moet je de financiële sector strenger reguleren. En de ongelijkheid aanpakken. De overheid speelt bij al deze dingen een belangrijke rol. Zij moet de spelregels bepalen. De richting uitzetten.”

En wat als dat niet gebeurt?

„Dan krijgen we opnieuw een financiële en economische crisis. Er zijn nu alweer allerlei zeepbellen in de maak. Bij een nieuwe crisis hebben we het geld niet meer om die te bestrijden. Dan wacht ons net zulke ellende als gedurende de Grote Depressie.”