Dit kan een vrouw ook

Waarom wordt nooit eens een vrouw gevraagd het Boekenweekgeschenk te schrijven? Ze doen niet onder voor mannelijke collega’s, blijkt uit de toekenning van literaire prijzen, zegt Anne van den Dool.

Deze week werd bekend wie het Misdaadgeschenkboek van 2015 mag schrijven: Marion Pauw. Dat maakte de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) bekend. Het verschijnt in juni. Pauw treedt daarmee in de voetsporen van onder anderen Tess Gerritsen, Loes den Hollander, Simone van der Vlugt, Karin Slaughter en Esther Verhoef.

Opvallend is het contrast tussen deze vrouwrijke opsomming en de auteurs die de afgelopen jaren door de Stichting CPNB zijn gekozen als schrijvers van het reguliere Boekenweekgeschenk. De Vlaming Dimitri Verhulst zal volgend jaar de dertiende mannelijke Boekenweekauteur op rij zijn.

De vrouwelijke auteur heeft als kandidaat voor het schrijven van dit Geschenk al sinds de eerste verschijning in 1932 het onderspit moeten delven. Dat veranderde niet toen dit jaarlijkse werkje in 1947 de vorm kreeg zoals wij die nu kennen, met één auteur van één novelle. Sterker nog, het werd alleen maar erger: van de 69 geschenken die sinds 1947 zijn verschenen, zijn er maar twaalf geschreven door vrouwen. Maar een mannelijk monopolie zoals dat zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, is ongekend.

En gek genoeg lijkt juist deze volledige afwezigheid van de vrouwelijke auteur in ruim tien jaar Boekenweekgeschenken samen te gaan met een steeds verdere commercialisering van de Stichting CPNB: waar Hella S. Haasse in 1948 nog de kans kreeg om als onbekend schrijfster met een Boekenweekgeschenk te debuteren, staan de recent gekozen auteurs stuk voor stuk garant voor massa’s media-aandacht en torenhoge verkoopcijfers.

Zo’n commerciële insteek is op zich geen gekke gedachte, zeker niet in tijden waarin het boekenvak wel een financieel steuntje in de rug kan gebruiken – maar waarom moet dat ten koste gaan van de vrouwelijke auteur?

Vrouwen kopen boeken van vrouwen

De voornamelijk vrouwelijke kopers van boeken kiezen veel vaker voor vrouwelijke dan voor mannelijke schrijvers, dus dat kan het probleem niet zijn. De kwaliteit die vrouwelijke auteurs afleveren dan? Ook weinig over te klagen: sinds de jaren negentig publiceren vrouwen meer in literaire tijdschriften dan mannen. Bovendien worden er genoeg vrouwen genomineerd voor literatuurprijzen, ondanks het ‘literaire seksisme’ waartegen zij, volgens maandblad Opzij, moeten vechten. Zo werd Charlotte Mutsaers voor zo ongeveer elke prijs genomineerd.

Als we de hoeveelheid prijzen zien als maatstaf voor kwaliteit, staan de argumenten van commercieel gewin en literaire hoogwaardigheid de Stichting CPNB dus zeker niet in de weg om te kiezen voor een vrouwelijke Boekenweekauteur. En toch gebeurt dat al dertien jaar niet.

Natuurlijk vind ik niet dat vrouwen voor bepaalde posities moeten worden gevraagd alleen omdat zij vrouw zijn. Het systematisch uitsluiten van vrouwen voor functies met zowel getalenteerde mannelijke als vrouwelijke beschikbare kandidaten, is een ander verhaal. En dat we de afwezigheid van vrouwelijke auteurs op Boekenweekgebied volledig moeten wijten aan het feit dat geen enkele vrouw het Geschenk zou willen schrijven, maak je mij niet wijs.

Bovendien maakt de Stichting CPNB niet alleen vrouwonvriendelijke keuzes als het gaat om het Boekenweekauteurschap; zij accepteert ook de uitgave van uiterst vrouwonvriendelijke Boekenweekgeschenken. Voor de Bechdeltest, sinds een paar jaar een zeer populaire en methode om te achterhalen of een boek of film als vrouwonvriendelijk kan worden gezien, slaagt geen enkele van de in de afgelopen jaren gepubliceerde Geschenken.

De test stelt drie simpele maar doeltreffende vragen: komen er twee of meer vrouwelijke personages in het verhaal voor? Praten zij met elkaar? Over iets anders dan een man?

Jammer genoeg blijkt het opvoeren van twee vrouwelijke figuren voor hedendaagse Boekenweekauteurs al een bijna onmogelijke opgave; praten doen deze karakters al helemaal zelden, laat staan met elkaar. In plaats daarvan mag de vrouw dienen als passief lustobject (De verrekijker, Kees van Kooten; De kraai, Kader Abdolah; Een mooie jonge vrouw, Tommy Wieringa), als blokkade van het schrijverschap (Een tafel vol vlinders, Tim Krabbé; opnieuw Abdolah), of, in het gunstigste geval, als kwaadaardige antagonist van de immer mannelijke hoofdpersoon (Duel, Joost Zwagerman).

Zelfs vrouwelijke personages zijn schaars

In het grootste deel van de novellen is de vrouw zelfs volledig uit het verhaal weggelaten, wat verband lijkt te houden met het feit dat oorlog in veel van de Boekenweekgeschenken een belangrijk thema is. En oorlog en vrouwen, die twee gaan niet samen, zo blijkt.

Degenen die willen beweren dat vrouwen geen prominente plaats in de Nederlandse literatuur verdienen omdat zij alleen maar over dezelfde onderwerpen kunnen schrijven, mogen wat mij betreft dan ook de Boekenweekgeschenken van de afgelopen vijf à tien jaar lezen. Ze zullen maar één onderwerp aantreffen: scheve machtsverhoudingen, gegoten in de vorm van oorlog en onderwerping van de vrouw, waarbij dat laatste nog eens lijkt te moeten worden aangescherpt door een stortvloed aan generalistische en denigrerende opmerkingen richting het vrouwelijk geslacht.

Daarnaast worden vrouwen schaamteloos gepasseerd op het gebied van intertekstualiteit. Kader Abdolah spant de kroon: van de bijna twintig expliciete verwijzingen die hij in krap negentig pagina’s maakt naar andere auteurs, is Anne Frank de enige vrouw. Hij prijst haar overigens alleen om haar persoonlijkheid, en niet om haar schrijfkunsten.

Met de publicatie van zulke vrouwonvriendelijke novellen, die jaarlijks bijna een miljoen keer over de toonbank gaan, wordt de overtuiging verspreid dat de vrouw er in de Nederlandstalige literatuur niet toe doet. Ook zorgt de misogyne bril waardoor de lezer wordt gedwongen te kijken voor een drastische daling in de sympathie die hij of zij voor het vrouwelijke personage voelt.

De geschenken zijn vrouwonvriendelijk

Deze manoeuvres werken stereotypebevestigend, wat weer zorgt voor een neerwaartse spiraal: de door mannen geschreven vrouwonvriendelijke Boekenweekgeschenken leiden tot minder aandacht en sympathie voor vrouwelijke auteurs en karakters, waardoor zij in de toekomst een nog kleinere rol zullen krijgen.

Ik vraag de Stichting CPNB niet om een voorkeursbehandeling van vrouwelijke auteurs. Wel vraag ik bij het kiezen van de Geschenkschrijver van 2016 (waarover nu ongetwijfeld al druk gelobbyd wordt) de vrouwelijke schrijver én het vrouwelijke personage niet uit het oog te verliezen. Laat de geschenken van de Maand van het Spannende Boek een voorbeeld zijn.