De kuilen en het bier voorbij

De Nieuwe Duitser graaft zich niet meer in. Het oude krachttoerisme heeft plaatsgemaakt voor de lichtvoetigheid van Özil, Kroos en Götze.

U denkt, een Duitser op het strand die zal wel een kuil aan het graven zijn. Maar die tijden zijn voorbij. De moderne Duitse badgast graaft zich niet in, nee, die tekent driehoekjes in het zand, huppelt langs en gaat zeven keer zwemmen in anderhalf uur tijd. In de strandtenten verstoffen de biertaps, de Nieuwe Duitsers slurpen bij zonsondergang van hun mojito’s.

Geen spoor meer van het oude krachttoerisme van mannen als Hrubesch, Brehme en Müller. Nieuwe talenten als Felix, David en Jakob (hier met hun vader Clemens in Zandvoort) paraderen later rond met de onkwetsbare slanke gebronsde lijven van Özil, Kroos en Götze.

Maar op het strand is niets zeker. Want het kan zomaar gebeuren dat ergens in die wirwar van tiktakkende reuzen een kleine jongen met sluik zwart haar in een blauwwit gestreepte zwembroek een beetje in het zand zit te wroeten en dan ineens roept: „Mamá, ven acá, kijk eens wat ik heb gevonden! Het is groot en het is van goud en het is zo zwaar dat ik het niet op kan tillen!”

Tekst Arjen Fortuin Foto Bastiaan Heus