De kleine broer van Sócrates

De sierlijke nummer tien van Paris Saint-Germain trad in ’94 als wereldkampioen uit de sportieve schaduw van broer Sócrates. Raí werkt nu met scholen in favela’s van São Paulo en Rio aan een beter Brazilië. ‘Ik wil kinderen kansen bieden’.

Raí: ‘Het is tijd dat ons land het democratiseringsproces ook in de favela’s doorvoert.’ Foto ERic Verhoeven

De taxichauffeur kijkt verbaasd als hij het adres van de oud-voetballer Raí Souza Vieira de Oliveira onder ogen krijgt. Vila Albertina is nu niet bepaald een wijk waar je een voormalig wereldkampioen verwacht. Dit zijn de favela’s van São Paulo waar de dagelijkse realiteit keihard is. Drugsbaronnen loeren op jongeren die in hun netwerk willen werken. Juist in deze wereld wil Raí een baken van hoop bieden. „Ik wil zelf meewerken aan een beter Brazilië”, zegt hij in een animerend gesprek. „Alles begint bij beter onderwijs.”

Raí ontvangt in zijn kantoor van Gol de Letra. Een schoolgebouw dat op de top van de achterstandswijk ligt, waar dagelijks tientallen kinderen extra onderwijs krijgen naast hun dagelijkse uren op de publieke scholen. Een zelfde soort project heeft de 51-voudig international samen met de oud-voetballer Leonardo in Caju, een beruchte de favela in Rio de Janeiro. „Ik wil graag helpen een nieuwe generatie Brazilianen op te laten groeien, die de kans krijgt zichzelf te ontplooien.”

De 49-jarige Raí voelt zich schatplichtig aan zijn vader, die als autodidact zijn zes zonen belangrijke levenslessen wilde meegeven. Zijn beroemde oudere broer Sócrates groeide later uit tot een voorbeeld voor Raí. Hij volgde vele passen. Maar hij leerde ook van de fouten die Sócrates beging en maakte handig gebruik van het pad dat voor hem was geëffend. „Natuurlijk keek ik naar hem op”, legt Raí uit. „Als mens en als voetballer. Hij heeft me altijd aan de hand genomen. Mensen verwachtten van mij vaak ook dat ik overal een mening over had. Dat was niet altijd makkelijk. Ik ben mijn eigen weg gegaan. Ik weet zeker dat Sócrates trots op mij is.”

Drie jaar geleden nam Raí noodgedwongen afscheid van zijn broer, die op 57-jarige leeftijd stierf aan een darminfectie. Overmatig drankgebruik had hem de dood ingejaagd. ‘De Dokter’ was niet alleen een groots voetballer, maar voerde tijdens de Braziliaanse militaire dictatuur (1964 tot 1985) campagne voor de terugkeer van de democratie. „Mijn broer moest van mijn vader een artsenopleiding volgen en afmaken voordat hij voetballer kon worden. Intellectuele ontwikkeling stond voorop. Ik was de jongste thuis. Voor mij waren mijn ouders minder streng”, zegt Raí lachend.

Raí liet zich als tiener vooral inspireren door het voetbal van Sócrates. Onder diens leiding speelde de Seleçao aan het begin van de jaren tachtig weer het joga bonito. Oftewel; sierlijk, aantrekkelijk en aanvallend voetbal. Op het WK van 1982 in Spanje riep het spel van Brazilië – waar naast Sócrates ook Zico, Falcão en Cerezo schitterden – herinneringen op aan het elftal van 1970 dat met icoon Pelé wereldkampioen werd. De ploeg van ’82 wordt wel bestempeld als het beste elftal dat nooit wereldkampioen werd. „Iedereen hield van dat elftal. Ik wilde ook een sierlijke nummer tien zijn”, legt Raí uit. „Spelen op het middenveld is toch het mooiste wat er is?”

Raí verdiende als tiener – zonder dat de club wist dat hij een broer van Sócrates was – een plek in de opleiding van Botafogo de Ribeirão Preto. Daar begon de succesvolle voetballoopbaan, waarin hij zijn hoogtepunten als clubvoetballer beleefde bij São Paulo en Paris Saint-Germain. Als international van Brazilië was Raí in aanloop van het WK in 1994 in de Verenigde Staten aanvoerder van het nationale elftal. Maar op het eindtoernooi zelf verloor de captain gaandeweg zijn plaats in het elftal, waar effectiviteit belangrijker werd geacht dan schoonheid. „Dat was jammer”, zegt hij terugblikkend. „De bondscoach wilde anders gaan spelen. Ik moest me erbij neerleggen.”

Raí mag zich, in tegenstelling tot Sócrates, wel wereldkampioen noemen. Vanaf de bank zag hij hoe Brazilië in de Rose Bowl van Pasadena de Italianen versloeg na strafschoppen en voor het eerst sinds 1970 wereldkampioen werd. De grootste bijdrage aan de titel leverde Raí toen hij in de eerste groepswedstrijd als captain tegen Rusland zelf een strafschop benutte. In de kwartfinales tegen Nederland kwam hij in de tachtigste minuut als invaller in het veld. Een minuut later maakte Branco uit een vrije trap het winnende doelpunt voor ‘de Goddelijke Kanaries’, die op zaterdag de troostfinale in Brasilia tegen Oranje spelen. „Lekkere pot was dat.”

Raí kijkt met glinsteringen in zijn ogen terug op het duel van twintig jaar geleden. „Wedstrijden tegen Nederland zijn altijd spannend. Misschien komt het omdat beide landen durven te voetballen. In dat opzicht hebben Brazilië en Nederland wel wat gemeen. Maar toch kun je Zuid-Amerikanen en Europeanen op andere gebieden moeilijk met elkaar vergelijken. Het leven is totaal anders. Als jonge vader van een schoolgaande dochter heb ik in de jaren negentig in Parijs ingezien hoe belangrijk goed onderwijs is. Kinderen kansen bieden, dan is nu mijn missie.”

Als Raí een rondje langs de klaslokalen van Gol de Letra loopt klampen talloze kinderen hem aan. „Raí! Raí! Raí!”, klinkt het overal. Lachend aait hij jongetjes en meisjes over de bol en trapt een balletje met ze op het schoolplein. „Verder voetbal ik nooit meer”, biecht hij op. „Maar dit werk met de kinderen geeft me net zoveel voldoening. De scholen in Brazilië zijn van een heel laag niveau. Wij proberen andere dingen te bieden. Naast taal- en rekenlessen doen ze aan sport of leren tekenen en dansen. We willen met Gol de Letra een hele nieuwe manier van onderwijs doorvoeren. Kinderen moeten net als in Frankrijk de hele dag naar school kunnen. Het zou mooi zijn als dat hier navolging zal krijgen.”

Raí is er zich van bewust dat hij als zoon van een vader met Afrikaanse roots uit Fortaleza en een moeder met Indiaans bloed uit Belém een typische Braziliaanse mengelmoes is. „Ik zal nooit vergeten waar ik vandaan kom”, zegt hij. „Mijn broer Sócrates vocht op zijn manier voor de rechten van de Brazilianen. Dat deed hij op nationaal niveau. Ik doe dat hier met mijn foundation wat kleinschaliger. Op micro niveau. Dat past beter bij mij. Door de scholen zie ik de andere kant van Brazilië. Het is tijd dat ons land het democratiseringsproces ook in de favela’s doorvoert. Het WK kan daarbij helpen.”

Volgens Raí is de tijd allang voorbij dat machthebbers voetbalsucces voor hun eigen glorie misbruiken, zoals destijds na de derde wereldtitel van Brazilië in 1970 in Brazilië gebeurde. Of in 1978 toen Argentinië tijdens het bewind van dictator Jorge Videla wereldkampioen werd. „De mensen raken niet meer verblind door voetbalsucces. Nee, zo werkt dat niet meer. Vorig jaar hebben we in Brazilië gezien hoe mensen massaal de straat op gingen om te protesteren tegen de overheid. Ze eisten betere sociale voorzieningen. De hele wereld heeft nu gezien hoe Brazilië er voor staat. Veel dingen zijn uitvergroot. Ik denk dat het goed is dat er naar de stem van het volk wordt geluisterd. Laten we hopen dat dat de grote winst van het WK zal zijn.”