‘De eerste vijf maanden woonden we samen op het strand’

Joey Tetelepta (32) werkt in een strandtent. Daar leerde hij Laura Stolk (25) kennen. Hij had toen al twee kinderen. Laura: „Ik ben een kindermens, maar ik dacht wel: oké, hoe ga ik dat doen?”

Joey Tetelepta: „Mijn telefoon staat vaak de hele dag uit.” foto David Galjaard

‘Heel romantisch’

Joey: „Op mijn negentiende ging ik aan de slag bij een tentbedrijf uit Woerden. Barend, de eigenaar van strandtent Whoosah, huurde altijd festivaltenten bij ons. Ik leerde in die tijd een meisje kennen met wie ik twee kinderen kreeg. Eerst werkte ik ook nog in een surfwinkel, bij mijn ex. Maar toen het vier jaar geleden uitging, zei Barend: kom dan bij mij.”

Laura: „Drie jaar geleden hebben we elkaar leren kennen. Ik woonde toen nog in Rotterdam en wilde heel graag op het strand werken. Hard werken, lekker over het terras rennen. Eerst was het natuurlijk nog een beetje om elkaar heen draaien, want ik was net 22 en Joey had twee kinderen.”

Joey: „Maar dat ging heel snel voorbij. Vanaf het moment dat we iets kregen, zijn we altijd bij elkaar gebleven. Ik deed de beveiliging voor Whoosah dus we sliepen ook op het strand.”

Laura: „Ik had net een kamertje hier in Den Haag genomen, maar dat was eigenlijk niet meer nodig.”

Joey: „We leefden vijf maanden op het strand. In een kamertje, met een bed en een douche. Heel romantisch. Dat is echt iets wat je nooit meer vergeet.”

Laura: „Ik vond het ook wel leuk, zo’n eerste zomer op het strand. En ik was verliefd, natuurlijk.”

Joey: „Was?”

Laura: „Ben! Sorry. Ben!”

Joey: „Mijn verkering was een half jaar uit toen wij elkaar ontmoetten.”

‘Manusje van alles’

Laura: „Ik ben een kindermens, maar ik dacht wel: oké, hoe ga ik dat doen, met een kind van een en drie? Nu zou ik er niet meer aan moeten denken om ze te missen.”

Laura: „Ik geef drie dagen theater- en muziekles op een basisschool in de Schilderswijk. In die lessen krijgen kinderen extra aandacht voor taal- en rekenonderwijs. Ze leren toneelteksten schrijven, maar vooral zichzelf presenteren.”

Joey: „Ik ben het manusje van alles. Ik bouw de tenten op, sta achter de bar. Elke zondag is er feest. Dan bouwen we een tent op, zodat er plek is voor negenhonderd man. We hebben grote dj-namen, vooral uit de technoscene. Ik haal ze op, ga met ze eten. Vaak heb ik heel leuk contact met die gasten. Twee weken geleden hadden we Steffen Bennemann, van Nachtdigital, een festival in Duitsland. Na afloop ging ik met hem naar PIP, een club in Den Haag. Nou ja, je weet hoe het dan gaat. De hele nacht door, ja.”

‘Geen touw aan vast te knopen’

Laura: „Op zaterdag werk ik ook bij Whoosah. Ik zou niet vijf dagen in de week voor de klas willen staan, dan ga ik kapot. Ik houd van de afwisseling.”

Joey: „Vaak doe ik na het werk nog een drankje met collega’s. Het is een soort familie. Eén keer per jaar gaan we met z’n allen op wintersport.”

Laura: „Je bent altijd met mensen bezig. Daar houd ik van. Of het nou kinderen zijn op school, of toeristen in een strandtent.”

Joey: „Mijn schema, daar is geen touw aan vast te knopen. Als ik een tent opbouw, zijn we tegen een uur of elf, half twaalf klaar. Soms ga ik ’s middags door achter de bar. Als ik vrij ben, blijf ik meestal op het strand hangen, even buurten. Het Zwarte Pad is net een dorp. Iedereen kent elkaar. Er staan tien strandtenten en met iedereen heb ik goed contact. Dan ga ik even langs: hoe is jouw dag vandaag, heb je het druk? Soms ben ik al om vijf uur klaar, dan ga ik op tijd naar huis, lekker koken.”

Laura: „Joey kookt altijd.”

Joey: „Ik doe ook alle boodschappen. Dat is zo gegroeid. Jij wast meer.”

Laura: „Af en toe zeg ik wel eens: Joey ga eens stofzuigen!”

Joey: „Er moet drie, vier keer in de week worden gezogen, vanwege het zand.”

Laura: „Over twee weken willen we wel even met vakantie. Een weekje San Sebastian, een beetje rondrijden. We pakken gewoon de auto. Ik zit al een beetje uit te zoeken wat leuk is. Ik regel meer vanachter de computer.”

Joey: „Ik heb geen e-mail.”

Laura: „Je hebt wel een mail, maar je hebt het gewoon niet echt nodig.”

Joey: „Af en toe krijg ik een mailtje van de OHRA. Het is dat Laura er voor me naar kijkt...” 

Laura: „Ja, het is heel erg, maar ik doe alle mail.”

‘Oh, staat zijn telefoon weer uit’

Joey: „Ik heb ook heel lang geen telefoon gehad. Ik vind dat gewoon niet belangrijk.”

Laura: „Ik heb misschien tien sms’jes gehad in drie jaar. We bellen wel veel.”

Joey: „Als ik dj’s moet ophalen, zorg ik wel dat mijn telefoon aanstaat. Maar heel vaak staat hij ook de hele dag uit. Als mensen me echt nodig hebben, weten ze hoe ze me moeten bereiken.”

Laura: „Ja, dan bellen ze mij! Als ik Joey wil spreken, bel ik naar Whoosah. ‘Oh, staat zijn telefoon weer uit’, zeggen ze dan.”

Joey: „Het is misschien een beetje makkelijk. Laura kijkt ook naar de gezamenlijke rekeningen. Hiervoor deed ik het zelf, maar jij bent daar gewoon veel strenger in dan ik.”

Laura: „Ik houd dat goed bij, zeker nu ik net gestart ben als zzp’er.”

Joey: „En ik krijg toch geen mails. Vliegen? Dat regelt Laura. Familie? Die belt altijd. Ik spreek mensen liever persoonlijk.”