Concurrentie op online gokmarkt – vanaf 2015

Buitenlandse gokconcerns mogen zich op de Nederlandse consument gaan richten, maar niet meteen.

Op het ministerie van Justitie hielden ze soms hun hart vast. Zou de gevestigde orde in de gok- en loterijwereld de grote liberalisering van het kansspelwezen kunnen frustreren? Met andere woorden: zouden Boudewijn Poelmann, van de succesvolle Goede Doelen Loterijen, de invloedrijke bestuurder Alexander Rinnooy Kan van het Goede Doelen Platform en andere belanghebbenden de kabinetsplannen om buitenlandse concurrenten toe te laten weten te dwarsbomen?

Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum, sterk afhankelijk van loterijgelden, waarschuwde onlangs nog voor een „ramp van Fyra-achtige proporties” als de kabinetsplannen zouden doorgaan.

Voor Justitie duurde de worsteling drieënhalf jaar. „Ik heb nog nooit meegemaakt dat zoveel bewindslieden, stakeholders en andere belanghebbenden zich met een dossier bemoeiden”, verzuchtte staatssecretaris Fred Teeven (VVD) gisteren tijdens zijn persconferentie over de kansspelen.

De stormloop van de gevestigde machten is half gelukt, blijkt uit de kabinetsplannen voor het vrijgeven van de gokmarkt. Buitenlandse bedrijven als het Duits/Britse Tipp24, die graag met loterijen hier willen concurreren, moeten geduld hebben. Ze mogen pas in 2017 de Nederlandse markt op. „Onnodig ver weg”, reageert een woordvoerder van Tipp24, die tegelijkertijd zegt blij te zijn met het uitzicht op toetreding.

De Staatsloterij krijgt door het uitstel tijd om te fuseren met de Lotto, en zich zo staande te houden. De sportsector, sterk afhankelijk van inkomsten uit de Lotto (jaarlijks zo’n 42 miljoen euro), is daar blij mee. NOC*NSF-directeur Gerard Dielessen zegt: „Met de fusie wordt de komende tien tot twintig jaar een stevig fundament onder de sport gelegd.”

Andere loterijen, zoals de Nationale Postcodeloterij, kunnen zich tot 2017 met nieuwe producten voorbereiden op de slag met buitenlandse aanbieders. „Interessante vraag is wel”, zegt kansspelspecialist en advocaat Justin Franssen, „hoe dit uitstel zich verhoudt tot onze Europees-rechtelijke verplichtingen.” Hierdoor was het kabinet immers gedwongen de afgeschermde Nederlandse markt te openen.

Ander goed nieuws voor bestaande loterijen is dat ze van het kabinet minder hoeven af te dragen aan sport, ontwikkelingssamenwerking en natuur. De verplichte afdracht gaat van 50 naar 40 procent van de inkomsten, precies zoals ze hadden gevraagd. Het verschil van 10 procentpunt vloeit niet in de zakken van de aandeelhouders van Novamedia (het bedrijf achter de Goede Doelen Loterijen), aldus Teeven, maar is bedoeld voor innovaties.

De andere kant van de medaille is dat buitenlandse gokgiganten op internet al volgend jaar de polder binnen mogen. Als beide Kamers dit najaar akkoord gaan, mogen bedrijven als Bwin, Betfair en Pokerstars Nederlandse consumenten per 1 januari hun internetspelletjes (bingo, pokeren, casino) aanbieden, en daarvoor in het Nederlands reclame maken via banners en pop-ups.

De toelating wordt aan strikte voorwaarden gebonden. De gokbedrijven moeten geld storten in een fonds tegen gokverslaving en 20 procent kansspelbelasting afdragen. Op termijn moeten ze waarschijnlijk meebetalen aan goede doelen. Teeven laat uitzoeken hoe dat moet.

Ondanks deze restricties denkt de staatssecretaris dat Nederland voor buitenlandse partijen lucratief genoeg wordt om een vergunning aan te vragen. Hij hoopt daarmee zo’n 80 procent van de 750.000 internetgokkers in Nederland uit de illegaliteit te halen. Daar was het allemaal om begonnen.

Bijdrage Henk Stouwdam