Voor je het weet onthul je een staatsgeheim en zit je in de cel

Publicatie van niet door de partij geautoriseerd nieuws is sinds deze week verboden in China. De richtlijn is breed en vaag.

Installatie van kunstenaar Ai Weiwei op de Biënnale van Venetië 2013, over zijn 81 dagen gevangenschap in 2011. Foto AFP, Gabriel Bouys

Chinese journalisten zijn de megafoons van de Communistische Partij van China, of in bloemrijk jargon „de stem, de tong en de keel” van de partij. Toen een van de meest ervaren en dappere journalistes van China, de 70-jarige Gao Yu, in april 2013 een intern partijcommuniqué onthulde met daarin de politieke koers van CPC voor de komende decennia, week zij dus op grove wijze af van het „correcte pad”.

Arrestatie van Gao Yu, die nu voor de vierde maal in haar lange loopbaan als hoofdredacteur van een economisch weekblad en politiek en economisch commentator van Deutsche Welle gevangen zit, kon niet uitblijven.

Haar wereldwijd geciteerde onthulling van het zogeheten Document Nummer 9 via de Duitse wereldomroep heeft een reeks overheidsmaatregelen uitgelokt waarvan de deze week gepubliceerde richtlijn over het publiceren van niet geautoriseerd nieuws de laatste is.

In feite mogen Chinese journalisten in hun kranten, weekbladen, tv- en radio-uitzendingen, blogs, tweets, en e-mails geen nieuws bekend maken dat niet officieel is geautoriseerd. Zelfs niet in een ouderwetse brief aan opa en oma die geen internet hebben. Doen zij dat toch dan schenden zij de wet op de staatsgeheimen en worden zij net als Gao Yu – die in het geheim berecht zal worden – veroordeeld tot gevangenisstraffen die kunnen oplopen tot tien jaar.

Het grote probleem voor Chinese journalisten van het kaliber van de onversaagbare Gao Yu is dat de wet op de staatsgeheimen zeer vaag is en als regel gebruikt wordt om achteraf ongewenste berichtgeving te bestraffen. Zelfs het publiceren van industriële data kan uitgelegd worden als een wetsovertreding, laat staan dat Chinese journalisten probleemloos kunnen berichten over politieke ruzies, de gezondheidstoestand van de leiders of hun hobby’s.

Volgens staatspersbureau Xinhua zal de wet nader worden verduidelijkt en worden functionarissen die zelfs de meest onbeduidende informatie bestempelen als staatsgeheim bestraft, maar dat is tot nu toe nog niet gebeurd. Althans voor zover bekend, want berichtgeving over de wet op de staatsgeheimen, de mediarichtlijnen en de dagelijkse instructies aan hoofd- en eindredacties is verboden.

De nieuwste vorm van persbreidel is vooral gericht op journalisten die werken voor commerciële publicaties, websites en buitenlandse media. Zelfstandig werken voor bijvoorbeeld een Brits tv-station of een Amerikaanse zakenkrant was al lastig en wordt nu onmogelijk gemaakt, waarschijnlijk ook voor Hongkongers.

De partijpers („het raam op de ziel van de CPC” aldus de Global Times) kent zijn ideologische taak en plaats, maar de commerciële media willen, om de lees- en kijkcijfers te verhogen, soms de grenzen van de censuur opzoeken of daarover heen gaan. Oude en vooral ook minder makkelijk te controleren nieuwe media in het zuiden – dichterbij Hongkong – en westen van China zijn daardoor iets vrijer dan de media in de grote oostkustmetropolen.

Afhankelijk van het politieke seizoen (wel of geen nationale en provinciale partijcongressen) en de luimen van elkaar beconcurrerende provinciale partijsecretarissen kunnen media in de ene provincie relatief vrij berichten over misstanden, schandalen en sociale conflicten in een andere provincie. Mits uiteraard de onderzoeksjournalistiek en de sociale reportages rijmen met de nationale agenda en de nationale leiders, hun vrienden en families in de provincies, en de grote staatsbedrijven buiten schot blijven