Column

Spionagezaak is een kadootje voor Poetin

Als Angela Merkel écht van zich had willen afbijten, dan had ze wel iets anders gedaan. Dan had ze het niet gelaten bij de dringende aansporing aan de hoogste vertegenwoordiger van de CIA in Duitsland om op te krassen. Merkel gaf daarmee weliswaar een duidelijk signaal aan Obama dat ze de Amerikaanse spionageactiviteiten in Duitsland onacceptabel vindt. Maar veel meer dan het diplomatieke equivalent van een beheerste vuist op tafel is het niet.

Had Merkel Amerika écht willen laten schrikken, dan had ze gekozen voor een nog steviger gebaar. Dan had ze bijvoorbeeld de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden uitgenodigd om naar Berlijn te komen – zoals sommige Duitse politici al maanden bepleiten. Dat was in Amerika ongetwijfeld heel hard aangekomen. Dat had Obama zeker duidelijk gemaakt dat het Merkel menens is. Stel je voor: de aanstichter van het NSA-schandaal, in Amerika gezocht voor het ontvreemden en lekken van talloze geheime documenten, in Berlijn ingehaald als eregast van de Duitse regering! Dat was, qua effect, het diplomatieke equivalent geweest van aan tafel een tennisbal in het bord soep van je grote broer gooien.

Maar dat is niet de stijl van de bedachtzame Angela Merkel. Ze zou er in Duitsland vast veel steun voor hebben gekregen. In een groot deel van de wereld mag Snowden al weer bijna vergeten zijn, ruim een jaar nadat hij onthulde hoe de NSA in Amerika en daarbuiten op ongekend grote schaal telefoon- en internetgegevens verzamelt. Maar in Duitsland heeft hij voor menigeen een heldenstatus. De man die ons zo veel heeft duidelijk gemaakt over wat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA allemaal uitvoert, en die daarvoor zijn eigen leven op het spel heeft gezet, die laten we toch niet aan zijn lot over in Moskou?, schreef de liberale krant Der Tagesspiegel deze week in een pleidooi om hem naar Berlijn te halen.

Zo’n uitnodiging aan Snowden zou een sympathiek gebaar zijn, maar als bondskanselier moet Merkel zich afvragen of het ook in het belang van Duitsland is. En dat is het niet, zal ze vermoedelijk geconcludeerd hebben.

Door de onthullingen over de NSA, en het afluisteren van Merkels mobieltje, zijn de Amerikaans-Duitse betrekkingen het afgelopen jaar danig bekoeld. De berichten van deze en vorige week dat twee Duitsers voor de Amerikanen spioneerden hebben de temperatuur nog flink wat verder doen dalen. Opiniepeilingen wijzen al een tijd op groeiend anti-Amerikanisme.

Maar de Verenigde Staten blijven de belangrijkste strategische bondgenoot van Duitsland. Merkel heeft altijd getoond diep doordrongen te zijn van de waarde van de band met Amerika. Bovendien is voor Duitse inlichtingendiensten de samenwerking met hun Amerikaanse collega’s van heel groot belang, onder meer bij terrorismebestrijding. Dat alles zet je niet zo op het spel met om diplomatiek protestgebaar te maken – hoe groot de aanleiding daarvoor ook is.

Merkel heeft, als DDR-burger, 35 jaar in de schaduw van de Sovjet-Unie geleefd. Dat maakt haar beducht voor het Rusland van Poetin. Maar het maakt haar ook bij uitstek gevoelig voor het gevaar van inlichtingendiensten die diep doordringen in de levens van burgers, en nu dus voor de praktijken van de NSA.

Voor Poetin is de spionageaffaire een kadootje - een incident dat een wig drijft tussen de westerse bondgenoten. Dat besef zal het voor Merkel makkelijker hebben gemaakt om haar protest tegen de Amerikanen te temperen. Zo kan ze Obama de intense ergernis van Duitsland laten blijken, zonder Poetin daarmee te veel in de kaart te spelen.