Column

Oude taboes voor nieuwe meisjes

Kledingwinkel Hollister in Utrecht is een goede plek om meisjes te bestuderen die graag meisjesachtig zijn. Tieners met glanzend haar en blosjes, uit alle hoeken van de provincie. Ze kiezen er ernstig skinny’s en de allerkortste shorts. Die gaan ze dragen alsof alles toeval is.

Hollister: het dochterbedrijf van modeketen Abercrombie & Fitch, waar halvegare CEO Mike Jeffries vorig jaar wereldwijd opschudding veroorzaakte door te zeggen dat hij geen kleding aan dikke meisjes verkoopt. Kan deze tieners niets schelen. Die klonteren naast de kassa even samen voor een sexy groepsselfie en tuiten daarbij synchroon hun lippen.

Een stupide gezicht. Maar is het ook érg?

Ik had een hekel aan Abercrombie, omdat ze er geen poot uitstaken voor hun werknemers in lage loonlanden (in mei hebben ze, net als de meeste grote retailers, het Bangladesh Veiligheidsakkoord getekend). De rest lijkt dan nogal bijzaak. Meisjes experimenteren sinds mensenheugenis met meisjesachtigheid, als je ze tenminste vrijlaat. Zelf moest ik eind jaren zeventig tegen heug en meug een onbuigzame spijkerjurk aan, en ultrakort haar (het beruchte ‘rattenkopje’). De strijdleus was ‘Wat een jongen kan, kan een meisje ook: en vaak zelfs beter!’ Dat stond op posters, die op elke wc naast de macramé hingen.

Dat dwingende van toen komt nu helaas weer terug. Eerst kregen we de verongelijkte verzamelingen met ‘seksistisch’ speelgoed, toen de adverteerders die vrouwelijk empowerment verkopen. Zoals nu weer in de alom bejubelde reclame van maandverbandfabrikant Always. De fabrikant maakt aanschouwelijk dat iets ‘als een meisje’ doen, niet per se minderwaardig is.

Lief filmpje hoor, 30 miljoen keer bekeken op YouTube. En er zíjn toch onderzoeken die bewijzen zien dat het vroege seksualiseren of ‘objectificeren’ van kleine meisjes slecht is voor hun zelfvertrouwen? Is dat dan niet zorgelijk?

Natuurlijk. Maar spijkerjurk en rattenkop hielpen je zelfvertrouwen ook niet bepaald vooruit. En alles komt altijd terug. In Amerika gaan deze zomer alweer tieners naar tienerzomerkampen waar het verboden is om over uiterlijk te praten (de ‘no body talk rule’), berichtte The New York Times. Sommige kampen verwijderen zelfs alle spiegels, zodat kinderen zichzelf wekenlang niet kunnen zien. Pure repressie, maar het heet weer ‘bevrijdend’. Er zijn al ouders die de regels ook thuis hanteren.

Zelfs Peggy Orenstein, de Amerikaanse journalist die voor haar boek Cinderella Ate My Daughter als eerste grondig uitzocht waaraan we de tsunami van roze meisjesspeelgoed te danken hebben, schreef laatst dat het in de ban doen van al het ouderwets meisjesachtige misschien wat doorslaat: ook haar eigen dochter, in nota bene het progressieve Berkeley in Californië, kwam op school al in de problemen met haar ultrakorte shorts. Die waren te kort voor de dresscode, bedoeld om die meisjes te ‘beschermen’ tegen ‘objectificering’. Maar haar kind is 11. En het was gewoon warm.

Iedere psycholoog weet dat je geen taboe moet maken van dingen die je kan bespreken. Wees dus gewaarschuwd en laat u geen oude doctrines in een nieuwe commercial verkopen. Laat meisjes lekker zelf experimenteren, hoe lachwekkend ook. Ze kunnen het wel hebben: ze zijn vaak slimmer dan u denkt.