Orkestmusici moeten ook kantoorwerk doen

Onvrede over toekomstplan van directeur

Het plan voor een efficiëntere inzet van musici van directeur Hans Waege is een van de hoofdoorzaken van het conflict bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dat conflict kwam vorige maand naar buiten na onderzoek van deze krant. De artistieke commissie en aanvoerders van de instrumentgroepen hebben hun onvrede over Waeges beleid en de artistieke consequenties daarvan verwoord in een brief, waarop de onenigheid escaleerde. Hans Waege zit sindsdien ziek thuis.

In zijn Adviesaanvraag aanvoerdersposities uit maart van dit jaar, in het bezit van deze krant, signaleert Waege een „scherp dalende vraag naar klassieke concerten” en „onzekerheid over toekomstige subsidie-inkomsten”. Zijn oplossingen grijpen terug op een rapport van Bureau Berenschot uit 2011, dat becijferde hoe flexibilisering van contracten van musici besparing kan opleveren. In het plan van Waege wordt niemand ontslagen, maar is berekend hoeveel uren musici, met name op de aanvoerdersplekken, actief zijn. Waege signaleert „holle uren”, waarin niet wordt gewerkt. Om die zinvol door musici te laten invullen, wil hij ze vragen incidenteel een verwant instrument (bv. bastrombone i.p.v. gewone trombone) te bespelen of kantoorwerk te verrichten (pr, educatie, productie).

Op dit moment moeten zo’n zeven musici worden aangetrokken voor gezichtsbepalende posities als aanvoerder fluit, klarinet en cello (2x), maar officieel heeft het orkest „geen vacatures”. De musici vinden dat onverantwoord. René Smit, voorzitter van de raad van toezicht, zegt dat voor december proefspelen worden gehouden. „Dat eist voordien besluiten over inhoud en aantal vacatures. Daartoe is een adviesgroep ingesteld.”

Over Waeges toekomst bestaat nog geen duidelijkheid, al lijkt zijn terugkeer weinig waarschijnlijk. Een andere, „stabielere” directiestructuur, met een artistiek directeur naast de algemeen directeur, wordt onderzocht.

Toezichthouder Smit: „We kunnen rollenbollen en hopen dat alles bij het oude blijft, maar dat is niet reëel. Zie het recente rapport van de Raad voor Cultuur: traditionele kunsten hebben het zwaar. Het orkest heeft óók te maken met het vertrouwen van subsidiënten, publiek en sponsoren. ”

Volgens Smit zijn de musici daarvan ook doordrongen, maar worden zij nu „veel serieuzer” betrokken bij de plannen, die onder interim-directeur Hans Pot verder worden ontwikkeld.

Gesprekken over samenwerking met het Residentie Orkest, waarvoor beide van de Raad voor Cultuur een half miljoen extra subsidie kregen, zullen „worden geïntensiveerd”.