Niet talmen met herschikking van rol woningcorporaties

Zes weken openbare verhoren door de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties hebben de misstanden in de sector gezichten gegeven. Ze kwamen allemaal langs. De bestuurders die grenzeloze risico’s namen door gronden te kopen en expansie te ondernemen. De bestuurder die zich in een Maserati liet rondrijden omdat hij het zo’n mooie auto vond. En de bestuurder die dankzij zijn steun aan complexe financiële contracten de grootste corporatie van Nederland, Vestia, aan de rand van faillissement bracht.

De zelfoverschatting en geldzucht zijn extra schrikbarend gezien de missie van woningcorporaties: betaalbare en goede huisvesting voor mensen met een smalle beurs. Parlementaire enquêtes zijn er niet primair om mensen in de beklaagdenbank te zetten of hen in staat te stellen zich te verontschuldigen voor wat misging, maar iets meer zelfinzicht bij de gehoorde bestuurders over wat zij fout hadden gedaan, was wel welkom geweest.

De verhoren leverden geen inzichten op die nog niet bekend waren. Zij boden, afgezien van bovenstaande machtige corporatiebestuurders, vooral een parade van machtelozen. Machteloze commissarissen bij de interne gang van zaken. Machteloze externe toezichthouders op de financiën. Machteloze Tweede Kamerleden en machteloze ministers en staatssecretarissen van Volkshuisvesting.

In zes weken zag de kijker twintig jaar zelfstandigheid van woningcorporaties voorbij trekken. Corporaties waren tot 1995 met handen en voeten gebonden aan de rijksoverheid die hun subsidies gaf om woningen te bouwen en hun tegelijkertijd geld leende. Door de subsidiestroom en de leningen tegen elkaar weg te strepen, forceerde toenmalig staatssecretaris Heerma (CDA) financiële zelfstandigheid. Maar in de loop der jaren bleken alleen de corporaties te begrijpen wat ze met hun nieuwe financiële ruimte en hun beleidsvrijheid allemaal konden doen. Politici en controleurs liepen hopeloos achter de feiten aan.

De consequenties van dit leerzame, maar peperdure ‘verzelfstandigingsexperiment’ moeten duidelijk zijn. En het kabinet heeft de goede voorstellen gedaan. Corporaties moeten dienstbaar zijn aan hun lokale gemeenschap en daartoe samenwerken met gemeenten. Corporaties moeten tevens terugkeren naar hun werkterrein: sociale woningbouw voor die groepen die dat nodig hebben. Daarmee scheppen zij tevens ruimte voor nieuwe initiatieven voor de bouw van duurdere huurwoningen. Dat is een marktsegment dat nu node wordt gemist tussen een huis kopen en een goedkoper huis huren. De verhoren waren nuttig, maar het kabinet moet nu niet talmen met de in gang gezette, noodzakelijke wetgeving.