Column

Leve, lang leve het land waarin het kabinet niks te doen heeft

Premier Rutte ontkent dat zijn kabinet de komende twee jaar weinig te doen heeft.Ilja Leonard Pfeijffer waarschuwt hem: hou op met die dadendrang.

Het ging allemaal volgens plan. Dankzij de minimale meerderheid die de coalitie bij elkaar had onderhandeld met haar drie lievelingsoppositiepartijen, ging de Eerste Kamer afgelopen dinsdag akkoord met het wetsvoorstel dat regelt dat de verantwoordelijkheid voor lang-durige zorg aan huis wordt overgeheveld van het rijk naar de gemeenten. Volgens goed calvinistisch gebruik werd eerst het werk afgemaakt voordat iedereen op vakantie mocht. Nu kan iedereen met een opgeruimd gevoel gaan genieten van twee volle maanden welverdiend reces.

Dat gevoel is des te opgeruimder omdat dit eigenlijk zo’n beetje de laatste grote hervorming was die het kabinet wilde doorvoeren. Met de goedkeuring van afgelopen dinsdag is het hele regeerakkoord dat de VVD en de PvdA twee jaar geleden sloten welbeschouwd helemaal uitgevoerd. Dat welverdiende vakantiegevoel kan nog wel een tijdje aanhouden. De regering is klaar. En nu? Wat moet de regering de resterende twee jaar gaan doen? Er is niets te doen.

Uiteraard was premier Rutte de eerste om dat te ontkennen. Ik kan zijn precieze bewoordingen niet terugvinden, maar ik herinner me dat hij iets zei zoals: „We hebben heus wel een overvolle agenda hoor.” Hij glimlachte er geruststellend bij.

Ik vraag me af wat er mis is met een lege agenda. Persoonlijk is dat mijn hoogste streven. Elke dag die wordt bepaald door verplichtingen beschouw ik als een verloren dag waarop ik mij niet kan wijden aan de dingen die werkelijk belangrijk zijn, zoals het verlummelen van tijd, het nadenken over het wezen van het leven en het dichten van een rinkelend vers.

Nu ben ik natuurlijk, de hemel zij geprezen, geen bestuurder of beleidsmaker. Maar het is een misverstand dat elke manager of elke bestuurder per se een grote reorganisatie op de agenda moet hebben. Maar elke manager of bestuurder doet juist dát bij voorkeur, omdat hij graag zijn stempel wil drukken op een organisatie en zijn sporen wil nalaten. Dat maakt dingen alleen maar kapot. Dat heb ik jarenlang zien gebeuren aan de universiteit.

Ook de Nederlandse regering hoeft geen volle agenda te hebben. „Nederland is niet zo’n groot land”, zei de oude Drees, dacht ik. „Dat moet je toch vóór de sherry kunnen regeren.”

Soms zijn hervormingen noodzakelijk, maar lang niet altijd. Een regering die op de winkel past, de continuïteit waarborgt en de voorwaarden schept voor maximale vrijheid, is geen regering die het ontbreekt aan visie en ambitie. Dat is de beste regering die je kunt hebben.

Ik wens ons kabinet dan ook van harte een lege agenda toe. Want een gebrek aan noodzaak tot urgente wijzigingen van beleid betekent alleen maar dat het goed gaat met het land.