Jihadisme – oorlog zonder antwoord

Is de Arabische wereld nog te redden van de hardnekkige sloop, zoals die nu drie jaar wordt gedemonstreerd door de zelfverwoesting van Syrië, de ontluikende burgeroorlog in Irak, de afbraak van de democratie in Egypte, en al die tekenen van voortgezet politiek verval in andere staten zoals Pakistan en Afghanistan? Deze vraag wordt in het Westen niet meer onomwonden gesteld. Het lijkt wel alsof hier de tijd de diagnoses voorbij is. Een paar dagen na de verwoesting van het World Trade Center schreef William Pfaff, toen columnist van The New York Times dat we met dit soort aanvallen rekening moesten houden zolang het Israëlisch-Palestijns conflict niet was opgelost. Twee jaar later zei Condoleezza Rice, veiligheidsadviseur van president Bush jr. dat de aanval op het Irak van Saddam Hoessein het begin van de democratisering van het hele Midden-Oosten was. Daarna zijn er nog profeten geweest die de Arabische lente, mede veroorzaakt door de social media tot het nieuwe begin verklaarden. Allemaal vergissingen. Intussen hebben we er weer twee problemen bij. In Irak heeft de verzetsbeweging ISIS zich tot een zelfstandige staat uitgeroepen, een kalifaat. Als het zich eenmaal georganiseerd heeft gevestigd, zal daar uitsluitend de moslimwetgeving, de sharia van kracht zijn. En in principe is het kalifaat grenzeloos, het omvat de hele wereld. Zo’n vaart zal het niet lopen. Maar het Westen heeft er wel een groeiend veiligheidsvraagstuk bij. Al meer dan een jaar vertrekken jonge zeer gelovige moslims naar Syrië en nu ook naar Irak om daar hun steentje tot de stichting van het kalifaat bij te dragen. Een aantal komt dan terug om hier iets aan de heilige oorlog te doen.

Tot dusver was dit wel een ernstig maar geen omvangrijk vraagstuk. Recente informatie heeft onze overheden kennelijk anders geleerd. Hier heeft de AIVD meer geld gekregen. In Amerika is de overheid ontevreden over de Europese prestaties. De Amerikaanse minister van justitie Eric H. Helder, op bezoek in Oslo, vroeg de Europese landen dringend, het contraterrorisme beter aan te pakken, een voorbeeld te nemen aan de Verenigde Staten. Geheime apparatuur te gebruiken om terroristen te ontdekken, de wetgeving te verscherpen. Wie als vliegtuigpassagier Amerikaanse ervaring heeft, weet er alles van.

Ik ben niet anti-Amerikaans; integendeel. Maar op de voorzieningen die de VS voor hun veiligheid treffen heb ik wel iets aan te merken: Guantanamo Bay, Abu Ghraib, de doodstraf in Amerika. Over de mislukte oorlogen in Afghanistan en Irak hebben we het niet meer. Die in Afghanistan is nog steeds niet afgelopen en de oorlog tegen Saddam Hoessein, op grondslag van leugens en misverstanden, is mislukt, zoals nu weer op een andere manier wordt bewezen. Deze week komen uit ISIS-kring berichten dat ze daar beschikken over onverrijkt uranium. Intussen heeft Den Haag de bijnaam jihad city gekregen omdat zich daar 33 teruggekeerde Syriëgangers zouden hebben gevestigd.

Binnenkort is het dertien jaar geleden dat het World Trade Center door terroristen werd verwoest. Herdenkingen zijn de gelegenheid om na te gaan of en hoe we sindsdien zijn gevorderd. Onze oorlog tegen de nieuwe terreur is begonnen op 9/11. Daarna heeft het Westen zijn verdediging grondig geperfectioneerd. Maar echte overwinningen zijn niet behaald. Na twee oorlogen die jaren duurden, hebben we twee mislukte staten en haarden van mondiale onveiligheid achtergelaten. Is het niet de hoogste tijd om onze wijze van oorlogvoeren radicaal te herzien? Oorzaken en gevolgen grondig te bestuderen, de doelmatigheid van strategie en bewapening te onderzoeken? Het jihadisme is de nieuwste gedaante van de vijand. Ook nu weer hebben we er geen doeltreffend antwoord op.