Het wiegkind van Bebeto is nu zelf ook profvoetballer

Het Nederlands elftal speelt morgen in Brasilia de ‘troostfinale’ van het WK tegen het gastland. Twintig jaar geleden maakte aanvaller Bebeto indruk tegen Oranje: hij vierde zijn treffer met een wiegbeweging voor zijn pasgeboren zoon.

Mattheus Oliveira was slechts twee dagen oud toen zijn vader Bebeto voor het oog van honderden miljoenen televisiekijkers op het WK van 1994 een doelpunt tegen Nederland aan hem opdroeg. De lachende spits maakte samen met zijn ploeggenoten Mazinho en Romário het gebaar van een wiegend kindje. Brazilië vierde feest. Jan Wouters zat op dat moment in gedachten verzonken: „Die 2-0 was een enorme klap. Die moet je even verwerken. De beelden van de juichende Bebeto heb ik later pas teruggezien. Ik heb me daar niet aan gestoord. Een vader mag de geboorte van zijn zoon toch wel vieren?”

De nu 20-jarige Mattheus Oliveira heeft net een training met zijn club Flamengo achter de rug als hij plaatsneemt in een plastic stoeltje aan de rand van het veld. „Ik weet dat ik sinds dat doelpunt van mijn vader beroemd ben in Brazilië én in Nederland”, zegt de middenvelder met een glimlach op zijn gezicht. „Ik ben nog altijd trots op dat eerbetoon. Ik heb een speciale band met mijn vader. Als klein kind zag ik hem schitteren in het Maracanã en nu volgt hij mijn loopbaan. Ik wil me eerst bewijzen bij Flamengo. Een avontuur in Europa, zoals mijn vader bij Deportivo La Coruña beleefde, is pas iets voor later. Maar uiteindelijk is dat de droom van iedere Braziliaanse voetballer.”

Filmopnamen

Bebeto is op zijn beurt trots op de weg die zijn jongste zoon bewandelde. Hij gaat in gedachten terug naar twintig jaar geleden. In aanloop naar de kwartfinale tussen Brazilië en Nederland in de Cotton Bowl van Dallas werd Mattheus in Rio de Janeiro op 7 juli 1994 geboren. Bebeto moest het doen met filmopnamen van zijn zoon. „Ik ging altijd het veld op met het doel om te scoren, maar voor die wedstrijd was ik extra gemotiveerd”, laat de voormalige aanvaller per e-mail weten. „Mattheus was de enige van mijn drie kinderen die ik niet zelf geboren had zien worden. Ik wilde hem een doelpunt als cadeautje geven. Toen dat lukte, maakte ik duidelijk wat ik op dat moment graag had gedaan: mijn kind vasthouden. Dat idee ontstond spontaan.”

Het doelpunt van Bebeto viel in de 63ste minuut. Negen minuten daarvoor had Romário al de 1-0 voor de Brazilianen gemaakt, uit een voorzet van Bebeto. Routinier Jan Wouters, die van bondscoach Dick Advocaat de opdracht had Bebeto af te stoppen, dreigde de schlemiel te worden. De Nederlander hield even in omdat hij in de veronderstelling was dat de teruglopende Romário buitenspel stond. Maar volgens de nieuwe regels deed de spits niet mee aan het spel en kon Bebeto ontsnappen. Wouters maakte nog tevergeefs een sliding en moest toekijken hoe zijn tegenstander doelman Ed de Goey omspeelde en scoorde. „Romário en Bebeto hadden het vermogen op basis van hun individuele kwaliteiten een wedstrijd te beslissen”, legt Wouters uit. „Stan Valckx en ik hadden ze bijna de hele wedstrijd in de tang. Op twee momenten na.”

Wouters geeft toe dat Nederland een inschattingsfout had gemaakt. Bondscoach Advocaat zette zijn verdedigende middenvelder op Bebeto in de gedachte dat die zich veelvuldig terug zou laten zakken op het middenveld. Dat gebeurde niet. „We hebben dat tijdens de wedstrijd nog om proberen te zetten, maar dat ging niet meer. Ik kwam daardoor een beetje te zwemmen. Eigenlijk speelde Brazilië een soort countervoetbal. Wij leken misschien optisch wat sterker, maar zij maakten na rust twee goals. Het leek gedaan. Maar twee minuten later gaf Dennis Bergkamp ons met de 2-1 de hoop terug. Aron Winter maakte daarna zelfs gelijk. Op dat moment dacht ik echt dat we zouden winnen. Totdat Branco vlak voor tijd uit een vrije trap de 3-2 maakte. Fantastisch genomen bal, maar hij was wel in de hoek van De Goey. Dat was het einde van mijn interlandcarrière”, zegt de 70-voudig international.

Wouters kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn interlandloopbaan. Na het onverwachts gewonnen EK van 1988 in West-Duitsland lukt het Wouters en de ‘gouden generatie’ van Marco van Basten, Frank Rijkaard, Ruud Gullit en Ronald Koeman niet om te schitteren op een WK. „Dat podium is natuurlijk het allermooiste. Het duel tussen Nederland en Brazilië in 1974 staat me nog zo voor de geest”, zegt hij. „Het gevoel dat je krijgt als je dan later zelf als één van de beste elf spelers voor je land mag spelen is machtig. Door verschillende omstandigheden heb ik op de WK’s van 1990 en 1994 nooit mijn hoogste niveau gehaald. En ik was destijds niet de enige. Het voelde wel een beetje als gemiste kansen.”

Flamengo-bloed

Bebeto veroverde met Brazilië in 1994 de eerste wereldtitel sinds 1970. Het was de kroon op een succesvolle loopbaan waarin hij voor tien clubs uitkwam. Hij speelde naast Deportivo onder meer voor Vasco da Gama, Botafogo en volksclub Flamengo. Zoon Mattheus heeft naar eigen zeggen vanaf zijn geboorte het zwartrode Flamengo-bloed in zijn aderen stromen. „Ik speel al tien jaar bij deze club. Als zoon van Bebeto is de aandacht vaak op mij gevestigd. Dat heeft voor- en nadelen. Ik word met hem vergeleken, maar ik ben een heel ander type speler. Neemt niet weg dat mijn vader zowel binnen als buiten de lijnen een voorbeeld voor mij is”, stelt Mattheus.

José Roberto Gama de Oliveira – zoals Bebeto officieel heet – groeide op in Salvador de Bahia, waar Nederland op het WK speelde tegen Spanje en Costa Rica. Bebeto is nu de trotse ambassadeur van het eindtoernooi in Brazilië en stond als politicus van de Democratische Arbeiders Partij (PDT) lijnrecht tegenover zijn oud-ploeggenoot Romário, die als vertegenwoordiger van de Braziliaanse Socialistische Partij (PSB) juist een van de grootste criticasters van het toernooi was.

Mattheus, vernoemd naar de discipel van Jezus Christus, snapt dat er voor het WK kritiek was op de organisatie. „Iedereen mag zijn mening hebben”, zegt hij. Hij is blij dat zijn vader hem altijd wees op hun afkomst. „Hij kon door het voetbal aan de armoede ontsnappen. Daardoor zijn mijn mogelijkheden vele malen groter geworden.”

Bebeto staat zijn zoon bij waar hij kan. „Vanaf het moment dat Mattheus één jaar was voelde ik dat er een voetballer in hem schuilde. Ik heb hem altijd bij alles gestimuleerd. We praten vaak met elkaar. Hij is een zeer gedisciplineerde jongen. En dat geldt ook voor mijn andere kinderen Stéphannie en Betinho. Mattheus is geen stapper, drinkt niet en rookt niet. Het is een gouden jongen. Hij is een talentvolle speler en wil graag profvoetballer worden. Ik zal hem altijd helpen bij de keuzes die hij maakt. Wij zijn allebei gek van voetbal.”