Column

Het spookt! Het is de Heilige Geest!

Dat was even schrikken: de handel in de Portugese Banco Espírito Santo werd gisteren in Lissabon opgeschort nadat de moedermaatschappij van de bank in gebreke bleef bij een klein deel van zijn betalingen. Dat gaf een schok in de markt. Europese aandelen, met name in het zuiden, daalden. De rente op tienjarige Portugese obligaties schoot van 3,75 procent naar bijna 4 procent. En door de vlucht van beleggers in veilige staatleningen daalde de Duitse rente op tienjarige obligaties naar 1,17 procent.

Is de eurocrisis terug? Nee, bij lange na niet. Al doen de reacties er wel aan denken. De problemen bij Banco Espírito Sancto lijken oplosbaar, al zal pas maandag blijken hoe. De handel in de aandelen van die bank was ook vandaag opgeschort. Het weekeinde is de typische vluchthaven bij financiële problemen. De markten zijn dicht, toezichthouders en politici hebben twee dagen om hun werk te doen.

Belangrijker is de heftigheid waarmee de beurzen reageerden, tot in de VS aan toe. De meest voor de hand liggende verklaring is ongerustheid over de vraag in hoeverre de eurocrisis daadwerkelijk is opgelost.

Tegenvallende cijfers over de industriële productie in Frankrijk en Italië, die gisteren werden gepubliceerd, wijzen erop dat het herstel van een groot deel van de eurozone best broos is. En als dan ook nog een bankje aan het wankelen slaat, komen alle spoken van twee jaar geleden meteen weer uit de kast.

De angst voor tegenvallers speelt dus een rol, maar waarom zo’n hevige reactie op de beurzen? De Amerikaanse VIX-index ging gisteren van 11,6 naar 13,1, om tot rust te komen op 12,6. Deze zogenoemde ‘angst-index’ was de laatste maanden juist uitzonderlijk laag. Verontrustend laag, zelfs. Beleggers pompen geld in aandelen en obligaties en hebben daarmee de koersen hoog opgejaagd. En dat is weer grotendeels het resultaat van het uitermate vriendelijke monetaire beleid van de westerse centrale banken. De lage rentes (overal) en steunaankopen van obligaties (in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan) hebben gezorgd voor een zogenoemde ‘search for yield’ – een zoektocht naar rendement. Want op het zomaar wegzetten van geld valt niets meer te verdienen.

Dat maakt dat de aandelenkoersen dusdanig zijn gestegen dat de wereldeconomie nu een flinke een belofte heeft in te willigen. Als zij die niet nakomt, dan kan er een flinke reactie volgen. De obligatiekoersen (minder zichtbaar maar belangrijker dan de aandelenkoersen, trouwens) zijn zo hoog dat zelfs de meest wrakke leningen een zeer laag effectief rendement hebben. Ook hier geldt dat de bedrijven of overheden die ze hebben uitgeschreven geen fouten mogen maken. De koersen suggereren een perfectie die er in werkelijkheid nog niet is.

En de inflatie? Die zal laag moeten blijven. Anders krijgen de markten het idee dat de centrale banken met hun soepele beleid achterlopen en straks te laat zijn om te hoge inflatie in te tomen.

Hier zit een mogelijke tegenstrijdigheid. Als je aandelen zo hoog prijst dat de economie fors zal moeten aantrekken, maar obligaties óók zo hoog prijst dat de inflatie laag zal moeten blijven, dan gok je mogelijk op twee ontwikkelingen die met elkaar conflicteren. Dat maakt nerveus. Er mag niet veel misgaan.

En zo kan Banco Espírito Sancto zo’n impact hebben. Dat belooft wat voor deze zomer of, aannemelijker, voor het najaar. Maar eerst zal deze bijdrage aan de column er geruime tijd niet zijn. Als je, zoals afgelopen woensdag, iemand uit Kenia ‘Keynesiaans’ noemt, dan weet je het: hoog tijd voor vakantie.