Flitsend surfen in elke uithoek

De succesvolle lancering, gisteren, van O3b-satellieten verdubbelt de wereldmarkt voor snel internet.

Illustratie Roland Blokhuizen

Op 25 juni 2013 gingen de eerste vier satellieten de ruimte in, gisterenavond volgde het tweede viertal – vanaf Kourou in Frans Guyana. Feilloos gelanceerd met een Russische Soyoez-raket.

Daarmee is O3b (Other Three Billion, een verwijzing naar de drie miljard mensen die nu nog verstoken zijn van snel internet) operationeel en wordt een oude droom werkelijkheid: overal goedkope supersnelle verbindingen dankzij een netwerk van satellieten met veel geringere baanhoogtes dan traditionele satellieten.

Deze geo’s staan stil ten opzichte van de aarde, wat alleen lukt bij een baanhoogte van 35.786 kilometer. Die enorme afstand zorgt voor signaalvertraging. Bij satelliet-tv hindert dat niet, bij spraak wel en helemaal bij surfen op internet. Voordat je een reactie hebt op een muisklik ben je (vertraging van routers meegerekend) een seconde verder. Up- en downloaden gaat niet sneller dan met één megabit per seconde.

Iedere hut of iglo

Er zijn lapmiddelen om iets tegen die vertragingen te doen, maar die hebben nadelen. Vandaar dat Microsoft-oprichter Bill Gates in 1994 investeerde in Teledesic, een vloot van 840 satellietjes op 700 kilometer hoogte. Goedkoop en flitsend snel surfen in iedere hut in Afrika en iglo op Groenland, dat was het ideaal achter het plan dat 9 miljard dollar moest kosten. Maar het werd nooit verwezenlijkt.

Toch boekte Teledesic in Seattle, dicht bij Microsoft, een overwinning. Het bedrijf verwierf het vereiste radiospectrum bij de International Telecommunication Union. Die frequenties zijn nu overgenomen door O3b, dat verbinding tot stand kan brengen naar elke plek tussen 45 graden noorderbreedte en 45 graden zuiderbreedte, precies waar de meeste armoede zit.

Op 8.063 kilometer boven de evenaar draait elke satelliet in vier uur rond de aarde. Bij genoeg vraag zal de vloot uitbreiden tot 200 satellieten. Anders dan bij geo’s vraagt benutting van O3b om twee bewegende schotelantennes (die de overvliegende satellieten van horizon naar horizon volgen) of een phased array antenne, en beide zijn duur.

O3b gaat daarom voornamelijk mobiele netwerken en internetaanbieders aansluiten. Die moeten dan zelf hun eindgebruikers bedienen: met zendmasten voor mobiele telefonie en voor internet met Wimax of bijvoorbeeld met kleine straalzenders naar internetcafé’s.

Emotionele band

De Brit John Finney, commercieel directeur van O3b, zegt dat zijn investeerders, waaronder Google, op meer uit zijn dan winst. „Ze hebben allemaal een emotionele band met wat we gaan doen. De helft van de mensheid die geen of slechte toegang heeft tot internet en mobiele telefonie. Maar de beste vorm van filantropie wordt ondersteund door een goed business model, en dat hebben we.”

Plaats van gesprek is het hoofdkwartier van O3b in Den Haag, naast de vestiging van het Luxemburgse SES, eigenaar van ’s werelds grootste vloot geo’s, waaronder de Astra tv-satellieten. SES behoort tot de aandeelhouders, samen goed voor 410 miljoen dollar (300 miljoen euro). Verder komt zo’n 400 miljoen dollar van ontwikkelingsbanken en nog eens 400 miljoen van commerciële banken. Finney: „Deze 1,2 miljard dollar is voor de negen grondstations en de eerste twaalf satellieten. De satellieten die we daarna laten bouwen – allemaal bij Thales Alenia Space in Italië – financieren we uit onze inkomsten.”

Binnenlanden

Mooi voornemen, maar gaat O3b echt geld opleveren? Bijna elke grote kuststad in Afrika heeft inmiddels aansluiting op een zeekabel met enorm veel bandbreedte. O3b zal zich daarom moeten concentreren op de binnenlanden, waar wel veel vraag naar telecomverbindingen is, maar weinig geld om het te betalen.

Finney ziet echter geen probleem: „We zijn goedkoop en de signaalkwaliteit is hoog. In Madagascar hebben we een contract gesloten met een partij die tot nu toe gebruik maakt van een zeekabel. In het westen van Pakistan zijn vrijwel geen kabels. Op veel eilanden in de Stille Oceaan ook niet. In Afrika voorzien zeekabels wel een groot deel van de markt, maar in staten die niet aan een oceaan liggen is de vraag naar O3b juist toegenomen.”

In heel Afrika heeft mobiele telefonie sinds eind jaren negentig een enorme vlucht genomen. Meer nog dan in het Westen is mobiele telefonie in Afrika de toegang tot internet. Probleem is dat je als operator wel in elke stad een mobiel netwerk kunt bouwen, maar dat die netwerken doorgaans alleen met de rest van het land en de wereld kunnen communiceren via een lastige geosatellietverbinding.

Finney: „Natuurlijk kun je vanaf het landingspunt van een zeekabel een grondkabel- of straalzenderverbinding aanleggen naar een stad in het binnenland. Dat kost dan enkele tientallen miljoenen dollars. Maar wat als de vraag daar tegen blijkt te vallen? Dan ben je veel van je geld kwijt. Dat probleem heb je niet met satellietcommunicatie.”