De dramatische geluidsoverlast van een onweersbui

Door Arjen Fortuin

Ook een romantische vergissing blijft een vergissing. Wat ligt er meer voor de hand dan een dunne roman met de titel Om halfelf op een zomeravond op één zomeravond te lezen, zo rond de klok van (half) elf. Dus dat deed ik dan maar, op 1 juli 1989 – en hield niets anders over dan een vaag besef van sfeer (warmte, drank, rook) dat evengoed afkomstig kon zijn uit een ander boek van Marguerite Duras. Dus werd het een parel voor het zwijntje, want Om halfelf op een zomeravond(1960) is véél te goed om op één avond weg te werken. En dan niet eens om zinnetjes als: ‘Ze heeft nog de warmte van zijn stem in de holte van haar schouder.’

Dit is het verhaal: Maria en Pierre zijn met hun dochtertje Judith en hun vriendin Claire onderweg naar Madrid, maar stranden door vreselijk onweer in een Noord-Spaans dorp. Dat is net opgeschrikt doordat een van de inwoners zijn vrouw en haar minnaar heeft doodgeschoten en gevlucht is. Die ontplofte driehoeksverhouding spiegelt zich in die van de Fransen. Maria is een alcoholiste, tussen Pierre en de jongere, mooiere Claire (zij drinkt niet, natuurlijk niet) begint het te broeien. Het is niet de vraag óf zij zich aan elkaar zullen vergrijpen, de vraag is wanneer.

Het geeft de logistiek-toeristische opmerkingen tussen de drie een grote lading (gaan we nog naar de kerk voor die twee Goya’s?), waarbij het kind Judith overal onschuldig tussendoor drentelt. Duras, intussen, toont zich een meester van de omstandigheden: zelden werd de geluidsoverlast van een onweersbui dramatisch zo overtuigend ingezet. Het geraas van de regen op het glazen hoteldak maakt dat de echtelieden en de aanstaande minnares elkaar steeds net niet verstaan. Of doen alsof, want steeds als iemand in deze roman iets belangrijks zegt, wordt er niet gereageerd.

Zo wordt het half elf. Het kind slaapt in een gang van het overvolle hotel, Maria staat op een balkon en ziet schuin boven zich hoe Claire en haar man aan elkaar staan te friemelen. Op een dak ontdekt ze de voortvluchtige moordenaar – en ze besluit hem te redden. Dat maakt het boek spannend als een thriller (alle goede boeken zijn spannende boeken, immers), maar het psychologische spektakel barst de volgende ochtend los. Pierre weet zich betrapt en sluit zich aan bij Maria’s reddingspoging – ze klampen zich vast aan de moordenaar zoals echtelieden in scheiding soms ineens een nakomeling verwekken. Claire staat erbij met haar klaterheldere liefde voor Pierre, wij lezers weten al hoe vergeefs haar verlangens zullen zijn.

Niks voor achttienjarigen – en te veel voor één zomeravond. In dit boek schuilt een lange herfst.