De beul van het apartheidsregime komt (nog) niet vrij

Massamoordenaar

Prime evil is zijn bijnaam. Gisteren werd zijn verzoek om vrijlating afgewezen.

Plots was hij weer terug in het nieuws. Prime evil, het hoogste kwaad, de moordmachine van het apartheidsregime: Eugene de Kock, hoofd van het doodseskader dat opereerde vanaf een boerderij ten westen van Pretoria met de naam Vlakplaas.

Midden jaren 90 veroordeeld tot 212 jaar gevangenisstraf wegens talloze moorden, verdwijningen en martelingen. De man die zichzelf ooit omschreef als „koelbloedig, vastberaden en genadeloos”. Gisteren boog de Zuid-Afrikaanse minister van Justitie zich over de vraag of De Kock na twintig jaar in de cel in aanmerking komt voor voorwaardelijke vrijlating.

De media disten de verhalen op uit de apartheidstijd, die waren weggezakt in het collectief geheugen van de Zuid-Afrikanen. Zoals de executie van Japie Maponya, lid van de militaire tak van Nelsons Mandela’s ANC. De Kock en zijn collega’s van Vlakplaas lieten hun slachtoffer in het holst van de nacht naar een plantage op de grens tussen Zuid-Afrika en Swaziland rijden. Onderweg dronken de mannen stevig en bespraken ze de wijzen waarop ze hem zouden vermoorden. Maponya hoorde het woord voor woord. Op de plek van executie haperde het wapen van een agent. De Kock greep een schop en maakte het karwei met een paar ferme slagen af.

De Kock moordde soms met de blote hand. Hij verbrandde zijn slachtoffers of bond ze aan een autobumper. Bij het proces vroeg de landsadvocaat of hij enig idee had hoeveel mensenlevens hij had beëindigd. Antwoord: geen idee. De schatting van een van zijn biografen, Jacques Pauw: 120.

De vraag die gisteren voorlag, was dus ongemakkelijk voor deze regering, partijgenoten van Japie Maponya. De Kock probeerde amnestie te krijgen van Desmond Tutu’s commissie voor de waarheid en verzoening. De grond: hij was slechts de uitvoerder, de beul van een misdadig regime. De aanvraag werd afgewezen omdat De Kock zijn boekje aantoonbaar te buiten was gegaan. Moorden als gewoonte. Maar hij hielp ook het openbaar ministerie met het vinden van de verdwenen slachtoffers van apartheid.

De Kock is een van de weinige moordenaars uit die tijd die eerlijk vertelden wat er in de nadagen van apartheid gebeurde. De vraag voor de minister van Justitie: waarom zou De Kock moeten zitten, terwijl zoveel anderen door mochten leven alsof er niets gebeurd was. Volgens schrijver Andile Mngxitama is die vraag niet alleen relevant voor degenen die De Kock zijn opdrachten gaven. Zoals oud-president en Nobelprijswinnaar FW De Klerk, die volgens De Kock bloed aan zijn handen heeft.

De vraag betreft alle blanke Zuid-Afrikanen, die hun coconlevens konden voortzetten in wijken achter hoge muren, zonder rekenschap af te leggen. „Laat De Kock vrij en zijn laatste dagen doorbrengen net als de rest van blank Zuid-Afrika. Gerechtigheid laat nog altijd op zich wachten”, schrijft Mngxitama in de Mail and Guardian.

Het antwoord dat de minister van Justitie gisteren gaf: nu niet. Voor een voorwaardelijke vrijlating zouden ook de slachtoffers moeten worden geraadpleegd, luidde de redenering . Dat was niet gebeurd. Eugene de Kock mag het over twaalf maanden weer proberen.