Babyeuthanasie mag – soms

Wat moet een arts doen als een baby niet levensvatbaar lijkt? De regels waren altijd onduidelijk.

De regels voor het laat afbreken van zwangerschappen en babyeuthanasie worden duidelijker. Dat blijkt uit een brief die de ministers Schippers (Volksgezondheid, VVD) en Opstelten (Justitie, VVD) gisteren aan de Tweede Kamer hebben gestuurd. Artsen protesteerden tegen de oude regeling, die leidde tot pijnlijke situaties voor ouders die een baby hebben of krijgen die niet levensvatbaar lijkt.

1 Wanneer mag abortus of babyeuthanasie worden gepleegd?

Na de 24ste week van de zwangerschap is abortus verboden, en euthanasie op baby’s is dat zeker. Maar er zijn ‘noodsituaties’, waarin een arts kan ingrijpen wanneer de kans op overleven zo klein is dat medisch ingrijpen nutteloos is. Tot 1 jaar kan een arts daarom kiezen voor babyeuthanasie. Het ‘onnatuurlijk overlijden’ moet gemeld worden bij de lijkschouwer, die het doorgeeft aan het Openbaar Ministerie. Een centrale deskundigencommissie beoordeelt of de arts zorgvuldig heeft gehandeld.

2 Waarom willen de artsen nieuwe regels?

De huidige regels zijn voor artsen onduidelijk, bleek eind vorig jaar uit een evaluatie van de regels die sinds 2007 gelden. Voorwaarde voor het laat afbreken van zwangerschap is dat een arts 100 procent zekerheid moet hebben dat een kind zal komen te overlijden. Maar 100 procent zekerheid bieden is volgens artsen onmogelijk, zeker als de baby al geboren is.

Gert van Dijk, ethicus van artsenclub KNMG en het Erasmus Medisch Centrum, schreef daar vorig jaar over: „Artsen willen liefst zo min mogelijk gebruikmaken van de regeling en proberen een afbreking voor de 24ste week te laten plaatsvinden.”

Ouders komen daardoor in pijnlijke situaties terecht. Als na de 20-weken echo blijkt dat er iets mis is met een baby, hebben ouders nog maar een paar weken tijd om te beslissen over een abortus. Van Dijk: „Zowel voor artsen als toekomstige ouders hangt de grens van 24 weken daarmee als een zwaard van Damocles boven de zwangerschap waarbij ‘iets’ niet goed is. Het gevolg is een enorme tijdsdruk. Dus nemen vrouwen soms een overhaaste beslissing voor de 24ste week, of gaan na de 24ste week naar het buitenland om daar de zwangerschap af te laten breken.”

3 Wat verandert er?

De ministers beloven in het voorjaar van 2015 een nieuwe regeling klaar te hebben. Het OM wordt daarin op afstand gezet. Dat kan de druk voor artsen verminderen. De ministers concluderen dat artsen nu – uit angst vervolgd te worden – een late zwangerschapsafbreking of babyeuthanasie niet melden. De ministers beloven bovendien begrippen te specificeren, zoals „actueel uitzichtloos en ondraaglijk lijden bij levensbeëindiging van pasgeborenen”. Want wat moeten artsen precies verstaan onder „uitzichtloos en ondraaglijk lijden”? En wat zijn „pasgeborenen” dan precies?

4 Hoeven ouders nu niet meer naar het buitenland voor een babyeuthanasie?

Dat is niet gezegd. Het komt voor dat artsen ouders aanraden zo’n pijnlijke reis te maken, wanneer in Nederland de abortustermijn is verstreken of niet gestopt mag worden met het toedienen van vocht aan een pasgeboren baby. In het buitenland zijn de regels soms soepeler. Artsen wilden weten of ze in zulke gevallen mogen doorverwijzen naar het buitenland. De ministers geven nu duidelijkheid: dat mag.

5 Hoe vaak komt babyeuthanasie voor?

In 2013 werden ruim 170.000 baby’s geboren. Ongeveer 650 pasgeborenen overlijden, vaak vanwege zeer ernstige aangeboren afwijkingen. Sinds 2007 zou het in elf gevallen gaan om babyeuthanasie, schrijven de ministers.