Zij naar de finale, wij de grote verrassing van het toernooi

Oranje gaf zich gisteren volledig, maar penalty’s werden de ploeg fataal.Toch kan Oranje tevreden terugkijken.

De Argentijnse selectie nadat ze de strafschoppenserie hebben gewonnen van Nederland. Foto AFP

In de stromende regen van de Braziliaanse miljoenenstad São Paulo was het gisteren opeens over voor Oranje. Na een indrukwekkende tour op dit wereldkampioenschap voetbal was Argentinië in de halve finale na de strafschoppenserie te sterk.

Na de reguliere speeltijd en verlenging was er niet gescoord in de slijtageslag. Nederland nam de strafschoppenreeks slechter: de penalty’s van Ron Vlaar en Wesley Sneijder werden gestopt.

Geen Oranje-spektakel deze keer. Aanvaller Arjen Robben vloog niet langs verdedigers zoals hij in eerdere wedstrijden deed. Hij was een worstelende dribbelaar. Zijn maatje voorin, Robin van Persie, was zoekende. Geen briljant moment, zoals zijn kopgoal tegen Spanje. En ook bondscoach Louis van Gaal had nu geen gouden wissel of tactische list.

Oranje-kater

Uitgeschakeld na een strafschoppenserie, dat doet extra pijn. Nederland wordt deze ochtend krakend wakker met een Oranje-kater. Geen voorpret meer, weg zijn de wedstrijdvoorspellingen, weg zijn de koffieautomaatgesprekken. Wat rest is het duel om de derde plaats, zaterdag tegen gastland Brazilië, om 22.00 uur in Brasilia. Dat is voor de statistieken. Een derde plaats telt niet in het voetbal. Brasil 2014 is een gesloten boek.

Maar een voetbaltoernooi is meer dan alleen een resultaat en het harde verschil tussen uitschakeling of plaatsing voor de finale. Er is geen reden om zuur te zijn. Nederland mag zeer tevreden terugkijken op dit wereldkampioenschap.

Daarvoor moeten we even terug naar vrijdag 14 juni, de dag waarop Nederland het toernooi begon tegen Spanje. De verwachtingen waren laag. De lastige poule B – met naast wereldkampioen Spanje ook Chili en Australië – doorkomen zou al een overwinning zijn. Waarna waarschijnlijk in de volgende ronde uitschakeling zou volgen. Zo was grofweg de prognose.

Het liep helemaal anders. Nederland won alle groepswedstrijden, en stoomde via Mexico en Costa Rica door naar de halve finale.

Goed was het niet altijd, zeker niet. Prachtig aanvallend voetbal werd afgewisseld met perioden van afbraakvoetbal: leunend op de verdediging, de bal soms eindeloos terugtikkend naar de doelman. En dan opeens weer spectaculair voetbal. Het hoort bij de grillen van dit jeugdige team. Nederland heeft met een gemiddelde leeftijd van 26 jaar en 170 dagen een van de jongere selecties van het WK.

Van Gaal heeft met Oranje voldaan aan de opdracht een nieuw, succesvol elftal op te bouwen. Hij heeft het maximale gehaald uit het team dat bestaat uit een mix van routiniers en jonge krachten uit de eredivisie.

Jonge verdedigers als Stefan de Vrij (22 jaar), Bruno Martins Indi (22) en Daley Blind (24) hebben indruk gemaakt. Evenals doelman Jasper Cillessen (25) en aanvaller Memphis Depay (20). Allemaal talentvolle spelers uit de Nederlandse eredivisie, die internationaal weinig aanzien heeft. Een competitie waar wel eens lacherig over wordt gedaan.

Vertrouwen voor de toekomst

De jonge voetballers hebben belangrijke ervaring opgedaan op het absolute topniveau. En dat geeft het Nederlandse voetbal een boost. Of in de woorden van Guus Hiddink, die na het WK het bondscoachschap overneemt van Louis van Gaal: „Die mannen winnen niet alleen aan waarde voor hun clubs, ze winnen misschien nog wel meer aan eigenwaarde”, zei hij gisteren in het AD.

Dit is een generatie om op voort te bouwen. Hiddink: „Ze hebben geleerd in heel zware wedstrijden oplossingen te bedenken en uit te voeren. Die komen volgende week thuis als véél betere voetballers.” Volgende stop: het EK van 2016 in Frankrijk.

Een Oranje-toekomst dus. Bovendien is er op dit wereldkampioenschap ook Nederlands leed uit het verleden deels goedgemaakt.

Allereerst het volledig mislukte EK voetbal van twee jaar geleden. Nederland kon na drie verloren poulewedstrijden alweer naar huis. Oranje ging dat toernooi ten onder aan te grote ego’s. Spelers waren meer met zichzelf bezig dan met het teambelang. Daar was bij dit WK geen sprake van, er kwam niets naar buiten over relletjes of onvrede.

En dan is er nog het eerherstel van Louis van Gaal als bondscoach. Even terug naar begin deze eeuw, toen Van Gaal ook een periode bondscoach was: Oranje wist zich onder zijn leiding niet te kwalificeren voor het WK van 2002. Nederland ontbrak voor het eerst sinds 1986 op een eindtoernooi. Het was een afgang, en het werd Van Gaal zwaar aangerekend. De afgelopen twee jaar heeft hij bewezen dat hij wel een goede bondscoach is.

Maar wereldkampioen werd hij niet.