Zie hier: een optimistisch kankerverhaal

Wat is toch het geheim achter de film en het boek (dat al 9 miljoen keer verkocht is)? Het gaat over twee kankerpatiënten die verliefd worden op elkaar.En vooral over de zoektocht naar de zin van het leven.

Ansel Elgort (Gus) en Shailene Woodley (Hazel) in Amsterdam, in de film The Fault in Our Stars. Foto Warner Bros.

Waarom zijn álle tienermeisjes gek op The Fault in Our Stars? De TFIOS-hype is nu eindelijk ook in Nederland doorgedrongen. Voorpremières van de film (die aan een wereldwijde zegetocht bezig is en die bij ons vandaag officieel gaat draaien) trokken al volle zalen, de gelijknamige young adult-roman dook op in de bestsellerlijst – nadat er wereldwijd al meer dan 9 miljoen exemplaren van zijn verkocht, sinds de verschijning in 2012.

Om te beginnen: The Fault in Our Stars is een tienerhype, maar is absoluut niet voorbehouden aan de snapchatgeneratie.

Wat er dan zo goed aan is? Het probleem als je dat gaat uitleggen: het klinkt nogal pretentieus. Het gaat namelijk over de zin van het leven en de manier waarop jongeren van nu die zoeken (en vinden). En nog een probleem: de synopsis van het verhaal klinkt vreselijk. Het gaat namelijk over twee jongeren, Hazel en Augustus, ‘Gus’, die allebei kankerpatiënt zijn en verliefd worden op elkaar.

Je kunt dan gemakkelijk denken dat het een sentimentele tranentrekker is voor tienermeisjes die na afloop hun uitgelopen mascara staan weg te poetsen in de bioscooptoiletten.

Of je denkt dat het aan het einde allemaal goedkomt. Dat het zo’n verhaal is over vechten tegen kanker, zoals sporters vechten voor hun overwinning. Met de moraal: als je maar strijdt tegen kanker, kun je de ziekte verslaan – wat natuurlijk te mooi is om waar te zijn.

Dat idee komt wel voor in het boek, en keert zelfs terug in de openingsscène van de film. Hazel, de 16-jarige hoofdpersoon met kanker, zegt: „Ik geloof dat we in onze wereld kunnen kiezen hoe we trieste verhalen kunnen vertellen. Je kunt er een suikerlaagje omheen doen: dan is er niets zó’n rotzooi dat het niet opgelost kan worden binnen de tijd van een Peter Gabriel-liedje. Ik houd net zo van die versie als elk ander meisje. Maar het is niet de waarheid.”

Het mocht niet nihilistisch worden

Maar het tegenovergestelde is The Fault in Our Stars evenmin: het is geen pessimistisch verhaal over kanker waar je niets aan hebt behalve dan dat je er ongelukkig van wordt. Het mocht per se „niet nihilistisch worden”, zei John Green, de Amerikaanse schrijver van het boek, twee jaar geleden: géén verhaal waaruit je geen sprankje hoop kon putten. Voor hij begon te schrijven liep hij tien jaar rond met het plan – sinds de tijd dat hij geestelijk verzorger in een kinderziekenhuis was en om zich heen kinderen zag sterven. Een collega zei eens tegen hem: „Het is een natuurlijk gegeven dat kinderen sterven.” Dat vond Green destijds „een van de naarste dingen die iemand ooit had gezegd”.

Maar, moest hij later toegeven, het was wél de waarheid. Een ongemakkelijke en ingewikkelde waarheid, maar wel een waardevolle waarheid.

Precies met die benadering van de waarheid, en van de wereld, is de schrijver John Green groot geworden – als internetfenomeen, welteverstaan.

Want hij heeft sinds 2007 het YouTube-kanaal Vlogbrothers, samen met zijn broer Hank, dat inmiddels meer dan 2,2 miljoen volgers heeft. Steeds meer is het veranderd van een openbare videobriefwisseling in een platform voor (jonge) mensen die zich de grote gebeurtenissen in de wereld aantrekken en nadenken over – ja, een beetje pretentieus, maar ook volledig oprecht – de zin van het leven.

In filmpjes die nooit langer dan vier minuten duren en waar alle adempauzes uit gemonteerd zijn, laat met name John zijn licht schijnen over de Griekse schuldencrisis, de oorlog in Syrië, enzovoort. Zelden opinies, meestal ‘bespiegelingen’: kort maar niet simplistisch, die aantonen dat de wereld niet in een eenvoudig verhaal te vangen is.

Hoe geef je zin aan het leven?

Er blijkt ook uit dat het niet eenvoudig is om ‘Het Goede’ te doen. Zo gingen de volgers zich verenigen en inzetten voor liefdadigheid. Niet door één goed doel te steunen, maar door microfinanciering te promoten. Via de crowdfunding-microkredietsite Kiva hielpen ze mensen aan de andere kant van de wereld. Typisch iets van deze tijd, waarin overheden onmachtig zijn om wereldproblematiek op te lossen: kleinschalige heldhaftigheid. Een zinvolle bijdrage.

Dat raakt ook aan misschien wel het belangrijkste thema van The Fault in Our Stars: hoe zin te geven aan je leven. Het verhaal mag dan wel over kanker gaan, maar de bijwerking daarvan is dat hoofdpersonen-met-kanker Hazel en Gus zich afvragen wat de zin van hún leven nog is.

Daarover verschillen ze van mening. Gus’ grootste angst, vertelt hij, is de vergetelheid: dat hij de wereld zal verlaten zonder dat hij er iets betekenisvols heeft achtergelaten. Hazel vindt dat absurd; de hele mensheid is tóch gedoemd vergeten te worden. Het enige zinvolle wat je kunt doen is er in de tijd die je hebt het beste van maken, voor jezelf, je naasten en misschien ook nog voor iemand anders. Van heldenallures word je alleen maar ongelukkig: die kun je tóch niet waarmaken.

Dat wordt op een prachtige manier invoelbaar gemaakt in het verhaal: Gus heeft een obsessie met games waarin hij de held uithangt. En Hazel probeert haar naasten tegen ongeluk te beschermen, en houdt de boot af bij de verliefde Gus. Niet omdat de vonk niet is overgesprongen, maar omdat ze zich als terminale kankerpatiënt een ‘granaat’ voelt, die zal ontploffen en die de mensen die haar liefhebben dan verwondt. Dat wil ze Gus niet aandoen.

Verliefd op een boek

Omdat dat haar zo bezighoudt, is ze ook zo geobsedeerd door haar lievelingsboek, het (fictieve) boek-in-het-boek An Imperial Affliction, dat halverwege een zin eindigt. De verzwegen boodschap is dat de hoofdpersoon overleden is, want ook zij was kankerpatiënt. Maar hoe gaat het verder met de mensen om háár heen, wil Hazel weten – en die vraag is de motor van het verhaal van TFIOS. Voor het antwoord reizen Hazel en Gus naar Amsterdam, waar de schrijver woont. Hij blijkt het antwoord ook niet te hebben. Buiten het boek bestaan de personages niet.

Dat die fictieve mensen toch iets betekenen voor Hazel, maakt dat TFIOS ook gaat over de waarde van verzonnen verhalen. Dat het ook bewijst wat de waarde van een verzonnen verhaal kan zijn, mag duidelijk zijn: zie al die lezers en bioscoopgangers die verliefd zijn op het verhaal.

Die lieten zich dus niet afschrikken door een serieus verhaal – maar Green presenteerde dat dan ook op de manier die hem groot maakte: toegankelijk, aantrekkelijk, maar zonder te bezuinigen op diepgang. Zoals hij in zijn serieuze YouTube-filmpjes óók grappig is, zo is TFIOS ook domweg leuk om te lezen.

Ze noemen hem de tienerfluisteraar

John Green weet hoe hij jonge mensen kan laten nadenken over wezenlijke zaken. Hij weet dat we kunnen kiezen hoe we trieste verhalen vertellen. En hij omhulde, kun je zeggen, zijn verhaal met een suikerlaagje. Zonder de inhoud zoet te maken.

Hoewel? Het einde van TFIOS is niet happy en niet crappy; de bioscooptranen komen natuurlijk niet zomaar. Maar het heeft ondanks de ellende ook nog wel iets zoets. Want hoezeer de wereld ook tegenwerkt, er is altijd nog wel iets om optimistisch over te zijn, iets om verliefd op te worden, iets dat het leven de moeite waard kan maken. En hoe machteloos je als individu ook bent, er is ook nog zoiets als kleinschalige heldhaftigheid. Dat is de les die TFIOS ons leert, nee, de diepe overtuiging die uit TFIOS spreekt – en eigenlijk uit alles wat John Green doet.

Ze noemen hem wel de ‘tienerfluisteraar’. Omdat hij jonge mensen een manier toont om zich staande te houden in onze onoverzichtelijke wereld, zonder nihilistisch te doen en zonder meteen een held te moeten zijn. En als dat pretentieus klinkt, dan moet dat maar.