Wat als er een keer zes doden op een dag vallen?

De traditionele feesten in het Spaanse Pamplona dreigen aan eigen succes ten onder te gaan.Te veel toeristen die als een gek rennen, voor de stieren uit. Is dat nog veilig? Is dat nog leuk? Niet echt.

Zodra de laatste stier de hoek om is, stuiven de drie kleinkinderen van Maria Juana Torres naar de televisie. Vanaf het balkon heeft de hele familie net de kudde stieren en masse mensen door de straat zien razen. Hoe deze ren door het centrum van Pamplona verder afloopt, gaan ze nu rechtstreeks volgen op de nationale televisie. Stuiterend op de bank geven de jonge Spanjaarden opgewonden commentaar bij alle spectaculaire botsingen tussen mens en dier, de chaotische valpartijen en nipte ontsnappingen die volgen.

Sinds maandag houdt Pamplona weer acht ochtenden op rij zijn wereldberoemde stierenrennen. Een traditie die elke inwoner van de Noord-Spaanse stad met de paplepel ingegeven krijgt. Het is een vast onderdeel van het feest voor patroonheilige San Fermín.

In veel meer Spaanse dorpen en steden is het normaal om stieren, waarmee later op de dag gevochten moet worden, op deze wijze van kraal naar arena te leiden. Maar in Pamplona oogt het parcours van deze encierro (insluiting) zeer spectaculair. Het festival is uitgegroeid tot een mondiaal evenement, vanuit alle windstreken van de wereld komen mensen meefeesten.

Een ‘massificatie’, zo klagen veel Pamploneses, die hun feest een heel ander karakter geeft. En die de rennen zelfs zou bedreigen. „De encierros dreigen aan hun succes ten onder te gaan”, luidt een veelgehoorde zorg.

Pakketreizen: ‘running with the bulls’

Vooral Amerikanen komen naar het feest van San Fermín. De stierenrennen zijn in de VS zeer populair, mede dankzij Ernest Hemingways novelle Fiesta: The Sun Also Rises. Deze klassieker uit 1926 wekt nog steeds veel belangstelling, veel Amerikanen treden in de voetsporen van hun landgenoot, al heeft de Nobelprijswinnaar zelf nimmer meegelopen. Maar ook Engelsen, Italianen, Fransen, Australiërs en Japanners hebben het feest al vele jaren geleden ontdekt. Touroperators bieden pakketreizen aan waarbij ‘running with the bulls’ het hoogtepunt in het programma vormt.

„Dit staat nummer drie op mijn bucket list”, zegt de Texaanse zestiger Mike McCreigh, verwijzend naar de lijst uitdagingen die iemand voor zijn dood wil afwerken. Het is iets voor 07.00 uur ’s ochtends en de Amerikaan staat, in hawaïshirt en met een witte rancherhoed op, samen met een dozijn landgenoten binnen het parcours. Zijn reisgenoten zullen veilig toekijken vanaf een balkon, maar McCreigh wil mee gaan lopen. „Ik ben opgegroeid op een ranch, ik weet heus wel wat een stier is.”

Gevraagd hoe hij zich heeft voorbereid, antwoordt hij: „Door te bidden.” Verder heeft hij YouTube-filmpjes bekeken. Daarom staat hij nu ook op deze plek: de scherpe bocht van het plein voor het stadhuis naar de Estafeta-straat. Dit is een van de gevaarlijkste punten. „Ik wil de bocht des doods overleven.”

Gisteren heeft hij geoefend op een jonge stier. Zijn vrouw Sheela laat het filmpje zien op haar telefoon. McCreigh doet daarop de muleta, de paarse stierenvechterlap, om als een cape, stapt de arena binnen en wordt meteen hard ondersteboven gelopen door de aanstormende stier.

De helft loopt voor het eerst mee

Zoals McCreigh zijn er meer spanningzoekers, met vaak weinig ervaring. Vorig jaar, peilde de gemeente, was de helft van de renners buitenlander en liep 56 procent voor het eerst mee. Slechts 23 procent zag zichzelf als geoefend loper en 10 procent gaf aan de gevaren en regels van de ren te kennen. En 21 procent had de nacht ervoor niet geslapen.

Want het feest voor San Fermín is veel meer dan alleen stierenrennen. Het geldt zelfs in het feestgekke Spanje als zeer intens. De rest van het jaar is het relatief rijke Pamplona – 200.000 inwoners en hoofdstad van het voormalige koninkrijk Navarra – een nogal gesloten en behoudende gemeenschap. De aartsconservatieve en invloedrijke katholieke lekenbeweging Opus Dei heeft er haar prestigieuze universiteit. Maar juist dit conservatisme maakt een uitlaatklep nodig.

Gescheiden feest voor localo en toerist

Op zondagochtend (6 juli, de naamdag van San Fermín) is de stad al vroeg vergeven van de mensen. Iedereen gaat gekleed in het wit en met een rode sjaal. Maar die maagdelijke kleur houden ze niet lang. Na de chupinazo, het officiële startschot op het middaguur, neemt iedereen elkaar onder vuur met wijn, bier, cava, eieren, meel en water. De jongeren drinken sangria en kalimotxo (cola met wijn) uit grote literflessen of gemikt in emmers. Wie iets ouder is, gaat cava en bier drinken in een van de vele kroegen.

De guiris, zoals de buitenlanders in de volksmond heten, en de lokale inwoners mengen amper. Het zijn twee parallelle werelden. In de drukke straten schuifelen ze langs elkaar, botsen ook regelmatig tegen elkaar op, maar komen eigenlijk nergens echt samen.

De guiris feesten vooral op en rond het stadhuisplein. Jongemannen nemen meisjes op de schouders, die hun doorweekte T-shirts omhoog trekken om met hun blote borsten een nieuwe drankdouche uit te lokken. Een paar straten verderop wordt van een 3 meter hoge fontein in de menigte gesprongen – een door Australiërs geïntroduceerd gebruik.

De Pamploneses trekken ondertussen op met de caudrilla, hun vriendengroep die ze vaak al op de basisschool gevormd hebben. Ze gaan na de eerste biertjes en glazen cava ergens stevig lunchen en hervatten hun kroegentocht. Net zolang tot ze het genoeg vinden. Wie de volgende dag gaat rennen, gaat sowieso voor middernacht naar bed en drinkt niet te veel.

Volgens Mikel Donlo, actief in de federatie van peñas (feestverenigingen), zijn de buitenstaanders welkom. „Maar we moeten beter oppassen dat ze de encierro niet verpesten. Dat dreigt nu wel.” Nu kan iedereen boven de 18 rennen, zo lang hij maar voor 07.30 uur op het parcours staat en niet straalbezopen is. De politie ziet hier op toe, maar kan niet iedereen een blaastest afnemen.

De peñas pleiten niet voor het limiteren van het aantal renners, maar wel voor veel betere voorlichting. Donlo: „Maar het enige wat de gemeente doet is de boetes verhogen voor overtreding van het reglement.” Het stadsbestuur wil de buitenlanders niet afschrikken, verwoordt hij de onvrede van veel inwoners. De zeker 1 miljoen bezoekers geven 100 miljoen euro uit in de stad.

Het wachten is op meer doden

De stad heeft het reglement aangescherpt, nadat vorig jaar bij het binnengaan van de arena een gevaarlijke opstopping van renners plaatshad. Door een wonder vielen ‘slechts’ een paar gewonden. De laatste dode tijdens de rennen viel in 2009: dat was een ervaren renner, een Spanjaard bovendien. Maar de een-na-laatste dode was een Amerikaan. Hij maakte de grote fout weer op te staan nadat hij viel, waardoor hij vervolgens door een stier op de hoorns genomen werd.

Javier Solano, oud-renner en vaste commentator op staatszender TVE, waarschuwt al een paar jaar dat „er op een dag een gigantisch incident gebeurt en dan verliezen we de encierro”. Die vrees uit ook Juanmi, die met zijn vrienden op kroegentocht is. „Bij die laatste dode brak al een groot debat uit. Maar wat als er een keer zes doden op een dag vallen?”

Volgens Pedro Charro dreigt het feest voor San Fermín zijn „ziel te verliezen”. In zijn vorige maand uitgegeven boekje Fin de Fiesta beschrijft deze rechtenprofessor en columnist van de lokale krant hoe meerennen eeuwenlang als traditie werd overgegeven van vader op zoon. Een initiatieritueel voor de volwassen wordende man. Een sacrale ervaring.

Maar in een steeds minder fatalistische en katholieke samenleving die vermijdbare risico’s wil uitsluiten, zijn steeds minder jonge inwoners geïnteresseerd in meerennen. De buitenlanders raken daardoor in de meerderheid. „Wij worden steeds Europeser”, zegt Charro. Dit uit zich ook een tanende populariteit van de corrida, het stierengevecht zelf. „Maar ook de encierro heeft alleen bestaansrecht als methode om de stieren naar de arena te brengen. Wat als ze daar niet meer heen hoeven?”

Maar Miguel Ángel Eguiluz is dat niet met hem eens. Hij gold decennia lang als een van de meest getalenteerde renners in het parcours. Vijf jaar geleden hield hij er mee op, maar de podoloog is nog steeds een bekendheid in de stad. „In de encierro komt alles samen. Het is heel gewelddadig, maar er is ook heel veel schoonheid.”

Daarnaast is de ren voor de stier ongevaarlijk. In tegenstelling tot het stierenvechten, dat een zekere dood inluidt, is bij het stierenrennen nog nooit een stier omgekomen. Onder mensen ligt het dodental sinds de eerste officiële telling in 1910 begon op zestien. „De corrida zal misschien ooit verboden worden. Maar de encierro als fundament kan blijven bestaan. Dit overleeft al zeker zes eeuwen. Dat zal wel om een reden zijn.”