Vogelbescherming wil verbod insecticide na publicatie Nature

Er bestaat een verband tussen de afname van insectenetende vogels in Nederland en het gebruik van het insecticide imidacloprid. Nijmeegse onderzoekers hebben dat aangetoond. Hun artikel wordt vandaag gepubliceerd in Nature.

Naar aanleiding van het onderzoek roept de Vogelbescherming de politiek op per direct een verbod af te kondigen op het gebruik van imidacloprid. Het bestrijdingsmiddel behoort tot de groep van neonicotinoïden, die ook in verband worden gebracht met de teruggang van de honingbij.

Met name in de Bollenstreek, en in de kassengebieden in het Westland en rond Venlo overschrijden de concentraties imidacloprid vaak de norm. Het insecticide wordt daar veel gebruikt in de kasteelt (sierbloemen, tomaat, komkommer) en in de bloembollenteelt. Het middel spoelt vervolgens uit naar oppervlaktewateren. Daar schaadt het insecten die van water afhankelijk zijn, zoals muggen en eendagsvliegen. De Nijmeegse onderzoekers denken dat er daardoor minder voedsel is voor de vogels. Ze selecteerden 15 insectenetende soorten, waaronder spreeuw, grote lijster, grasmus en geelgors. Vogelpopulaties namen lokaal sneller af naarmate in hetzelfde gebied de concentratie imidacloprid in het water steeg. Met andere trends, zoals de uitbreiding van bollenvelden en menselijke bebouwing, was er geen significant verband.

In Europa geldt sinds begin dit jaar een moratorium op het gebruik van drie neonicotinoïden, waaronder imidacloprid. Die maatregel heeft alleen betrekking op gewassen die aantrekkelijk zijn voor de honingbij, zoals zonnebloem, maïs en koolzaad.