Twee mannen wilden niet als eerste, dus moest Vlaar ’t doen

Man of the match mist de eerste strafschop van Oranje

Met Jasper Cillessen in het doel en een derde keus als eerste strafschoppennemer, Ron Vlaar, begon Oranje met een psychologische achterstand aan de penalty’s. Spanning bij Ron Vlaar (r) enStefan de Vrij, een vergeefse duik van Jasper Cillessen en uiteindelijk vreugde bijLionel Messi die keeperSergio Romero omhelst. Foto’s AFP, AP

Het heeft niet zo mogen zijn. Ron Vlaar won bijna al zijn duels tegen Lionel Messi en Gonzalo Higuaín, maar oog in oog met doelman Sergio Romero, net als hij voormalig AZ-speler, blokkeerde hij. Ooit scoorde hij voor Feyenoord vanaf zestig meter, dat was tegen Harkemase Boys in een uitverkocht Sportpark De Bosk. Vanaf elf meter, ten overstaan van 63.000 toeschouwers in de Arena de São Paulo en honderden miljoenen wereldwijd, met een WK-finale als inzet – dat is andere koek.

Het was „lang geleden” dat hij voor het laatst een strafschop had genomen. Tegen Costa Rica stond Vlaar ook al op de rol, maar toen viel Klaas-Jan Huntelaar in en nam die zijn plek in als vijfde nemer. Nu was Vlaar eerste, omdat twee anderen niet wilden, volgens Louis van Gaal. Vlaar: „Als je ’m neemt moet je ’m scoren. Eerste of vijfde, tja. Ik koos een hoek, alleen hij ook. Dan gaat ie er niet in.”

Twee mannen wilden dus niet als eerste, en dus moest de centrale verdediger. Zo schreef Oranje het script dat tot tien jaar geleden zo bekend voorkwam. Penalty’s waren tot het EK 2004 niks voor Nederland. Nu in 2014: één serie gewonnen, maar dus niet de laatste, gisteren tegen Argentinië. Wesley Sneijder miste ook en zo ging het boek over het WK 2014 voor Oranje dicht, al moet er nog een bladzijde geschreven worden – de troostfinale.

Er zijn heus weer littekens, zoals elke uitschakeling wonden slaat. Aanvoerder Robin van Persie is de leider in goede tijden, gisteren weer teleurstellend voor Oranje. Als vanouds op een eindtoernooi, ben je geneigd te zeggen. Te scherp, dus veel buitenspel. Te gretig, dus veel overtredingen. Maar ook vaak flets en afwezig, dan zie je hem amper. Omdat hij 120 minuten niet vol kon houden moest hij eruit en zo kon penaltykiller Tim Krul niet invallen.

En keeper Jasper Cillessen. Gezellige jongen uit Groesbeek, altijd in voor een praatje, had na de wedstrijd geen zin in de media. Zijn reputatie met het niet stoppen van penalty’s – nul gestopt in reguliere speeltijd als prof – zal hij nog lang met zich mee dragen. Een trackrecord dat een klinisch denkende coach als Van Gaal verleidde tot een unieke keeperwissel tegen Costa Rica. Het vrat aan hem, ook al hield hij zich groot toen het goed uitpakte met Krul.

Toen Cillessen het mocht laten zien, gisteren, faalde hij voor het oog van de wereld, voor zover keepers kunnen falen in een strafschoppenserie. De poging tot intimidatie van Lionel Messi was potsierlijk, zeker toen hij enkele tellen later gestrekt naar de andere hoek dook en de Argentijn zijn hunkerende landgenoten op de tribune inspireerde tot hartstochtelijk gebrul. Ze leken het wel meer te willen. Geen Krul-effect, want Cillessen stond op doel. Nederland leek er minder in te geloven dit keer. „Ik heb dat niet zo meegekregen. Er was dezelfde beleving, dezelfde stemming, hetzelfde vertrouwen”, aldus Sneijder.

Vlaars inzinking was toen al geweest. Na de wedstrijd dacht hij niet „ooit zo goed” te hebben gespeeld. Zelfvertrouwen in overvloed dus. „De trainer kwam naar me toe of ik de eerste wilde nemen. Robin [van Persie] staat normaal als eerste. Verantwoordelijkheid nemen. Ik zat lekker in de wedstrijd. Dat was het probleem niet. Maar uiteindelijk moet je hem wel binnen schieten.”

Er werd gehuild, maar niet lang. De teleurstelling van gisteren is minder dan die na de verloren WK-finale, vier jaar geleden, zeiden mannen die er toen ook bij waren. Vlaar: „Dat was zuurder denk ik, al is het gevoel nu even hetzelfde. In 2010 was het meteen afgelopen, nu niet. Er is nog een wedstrijd. Daar zitten we niet op te wachten, als je het me nu vraagt. Maar we moeten hem toch spelen. Ik zit wel kapot natuurlijk. Het was zo’n fantastisch toernooi, je verliest geen wedstrijd.”

Arjen Robben denkt dat dit minder gaat malen in zijn hoofd dan die verloren finale tegen Spanje. „In die zin dat je toen toen dichterbij was. Dat was zo pijnlijk. En nu, hoewel dat nu op dit moment lastig is om te zeggen, zit er al het gevoel dat we heel trots kunnen zijn op deze ploeg, wat we gecreëerd hebben. Zeker omdat de verwachtingen er niet waren.”

In 2010 had Robben de zege op zijn schoen. Nu ook bijna, in de negentigste minuut, maar dat telt niet. „Jammer dat Arjen dat kansje niet benutte”, zei Vlaar. „We hebben weinig kansen weggeven. Tegen hun voorhoede is dat op zich goed. Maar het gaat maar om een ding. Dat is winnen. Niet gelukt.”