Ook Boston breekt zich nu het hoofd over Airbnb

Wat moet je als Amerikaanse stad met Airbnb? Reguleren, belasten, verbieden, of gewoon toelaten? Het antwoord is voorlopig: aanmodderen. Elke gemeente doet het anders. Nu weer Boston: de particuliere verhuurders van kamers en huizen worden niet bestraft, schrijft de The Boston Globe. Althans, niet „terwijl de stad onderzoekt of zulke diensten verder moeten worden gereguleerd”.

Naast taxidienst Uber is Airbnb de bekendste vaandeldrager van de economie van het delen. Deze jonge, bloeiende economische sector is op vertrouwen gebaseerd. Tussenpersonen worden voor een groot deel uitgeschakeld – en er zijn dus ook minder schakels in de keten die commissie in rekening brengen. Consumenten en burgers doen zoveel mogelijk direct zaken met elkaar, via een eenvoudige website of een app.

Wie zijn zolderkamer verhuurt via Airbnb bouwt vertrouwen op met behulp van een beoordelingsysteem. Zijn reputatie is volledig afhankelijk van de rapportcijfers die eerdere klanten online geven.

Wat vrijwel geen rol speelt, is overheidsregulering. Nog niet. Zoals veel steden worstelt nu ook Boston daarmee. Mag dit wel? Wie houdt er eigenlijk toezicht? Wie moet belasting betalen over de inkomsten die ermee gegenereerd worden?

Toeristische trekpleisters als New York en San Francisco, waar de inwoners op grote schaal kamers verhuren via Airbnb, stellen dezelfde vragen. In San Francisco verwoordt een tegenstander van vrij spel voor Airbnb het zo: „We kampen met de ernstigste huizencrisis sinds de aardbeving van 1906. Dit is niet het moment om onze woningvoorraad te gebruiken om toeristen onder te brengen.”